dinsdag 30 oktober 2018

Fietsen naar Praag



Zicht over het dal van de Weser vanuit Gewissenruh.


Naar Praag gefietst! Ben je helemaal gek geworden! Niemand heeft zo heftig gereageerd. Verbazing en een ongelovige blik, dat zag ik wel eens. Bewondering en een duim omhoog gebeurden vaker. Naar Praag fietsen is nochtans niet zo bijzonder, zeker niet als je er een maand over doet, elke dag op hotel gaat, een minimum aan bagage meeneemt en de route fietst die de Nederlanders Wouter Bazen en Wim Kooij in ‘Fietsen naar Praag’ uitgestippeld hebben. Bewondering werkt niettemin aanmoedigend. Als ik een duim zou opsteken dan doe ik dat voor al de moedige fietsers die naar het werk, de school, de winkel,…. het gemotoriseerd verkeer trotseren. Één van die gemotiveerde fietsers kennen we allemaal: onze weerman Frank. Vorig jaar fietste hij 14.000 km en dit jaar wil hij de 15.000 halen. In zijn fietsdagboeken op www.frankdeboosere.be weerlegt hij bovendien door metingen het misverstand dat België een regenland zou zijn. En zelfs als het dan eens regent, is fietsen geen onmogelijke opdracht. We moeten daarbij zeker niet de extreme uitdagingen opzoeken zoals profwielrenners die gemiddelde snelheden van 40 km/u of meer halen. Mijn gemiddelde snelheid tijdens de tocht naar Praag was 14km/u. Dat was vroeger meer maar nooit hoger dan 20 km/u. Van zodra mijn maximumsnelheid op een afdaling 40 km/u bereikt, begint het al te kriebelen in mijn buik. 20km/u is belachelijk laag vergeleken met de onwaarschijnlijke wereldrecordsnelheid van 144 km/u die Todd Reichert in 2016 haalde, weliswaar met een gesofisticeerde ligfiets. (www.ihpva.org , www.aerovelo.com). Mijn dagafstand tijdens de route naar Praag was gemiddeld 50 km. Ook al belachelijk weinig in vergelijking met de prestatie van de Vlaming Kim Raeymaekers. Hij eindigde in 2015 als tweede op de wedstrijd verbonden aan de Transamerican Bicycle Trail. (www.transambikerace.com). De route is 6800 km lang en loopt dwars door Amerika van de Atlantische tot de Stille Oceaan.  Raeymaekers reed het traject in 21 dagen, dat is gemiddeld 325 km per dag! Fenomenaal en bijna bovenmenselijk! Wellicht scoor ik beter in het aantal terrasjes per dag. Naar Praag fietsen is in vergelijking met deze topprestaties dus niet zo gek.

22.06.2018 Nijmegen – Millingen aan de Rijn. Totaal 27 km.
Deze ochtend is zoals bijna elke ochtend, behalve dat er nu twee volgepakte fietstassen in de living staan en op tafel een kleine fietsstuurtas met allerlei behulpzame spulletjes erin. In mijn hoofd is het of ik zal een fietsritje maken zoals ik wel vaker doe. Na vier uur treinreizen met overstappen in Brussel en Breda, kom ik in de namiddag aan in Nijmegen. De stationsbuurt biedt geen fraaie architectuur. Ze nodigt niet uit tot blijven. Dan rijd ik maar meteen naar het centrum. De Grote Markt is een stuk gezelliger met het vroeg zeventiende eeuwse waaggebouw in Hollandse Renaissancestijl en het poortgebouw dat naar de Stevenskerk leidt. Op de Markt staat het beeld van Mariken van Nieumeghen. Haar avontuurlijk verhaal speelde zich 500 jaar geleden af. “Op een dag wordt Mariken naar Nijmegen gestuurd om boodschappen op de markt te doen. ’s Avonds is het te laat om naar huis te lopen maar haar Nijmeegse tante wil haar geen onderdak bieden. De duivel vermomd als vreemdeling spreekt haar aan en belooft haar rijkdom. Ze reizen naar Antwerpen waar ze zeven jaar een liederlijk leven leiden. Mariken krijgt berouw en wil haar familie terugzien. De duivel voert haar hoog de lucht in en laat haar vallen om na haar dood haar ziel naar de hel mee te voeren. Ze overleeft de val dankzij de gebeden van haar oom. Als boete krijgt ze metalen ringen rond haar nek en armen. De ringen zullen afvallen wanneer God haar vergeeft. Mariken gaat in het klooster en na vele jaren boetedoening verschijnt een engel die in haar slaap de ringen verwijdert. De ringen worden na haar dood op haar graf geplaatst.” Haar verhaal zal niet snel vergeten worden. Er is niet enkel een standbeeld van Mariken, er is ook een straat naar haar vernoemd. Via de Burchtstraat kom ik namelijk in de Marikenstraat. Ik loop door tot aan het Raadhuishof en beland midden in het consumptiehart van Nijmegen. Hier is geen autoverkeer, de enige reden om van winkelstraten te houden. Ik krijg honger en boven mij hangen donkere wolken. Dan wil ik toch iets eten op het terras van restaurant ‘Zeezicht’ bij de kastanjebomen van het Raadhuishof. Er lopen kinderen op het plein maar niemand gaat op de schommel zitten. Het is zelfs vreemd dat je er niet bij kan. De lage ijzeren omheining bevat geen hekje. Een schommel zonder kinderen. Een huivering trekt door mij heen als ik het infobordje lees. De kinderen zijn dood. Hier was een speelplaats tot geallieerde vliegtuigen op 22 februari 1944 per vergissing Nijmegen bombardeerden. 763 burgers onder wie 24 kinderen en 8 zusters van de kleuterschool verloren hier het leven. De bomen zijn de laatste getuigen. Ik kan niet anders dan dit oorlogsdrama meenemen in mijn notitieboekje. Ik noteer ook: zonnig bewolkt, winderig en 18°C. Al snel vullen nieuwe beelden mijn gedachten en verdringen alle voorgaande. Ik zoek een weg naar de Waal en fiets langs het strakke museum Het Valkhof met een turkoois glazen gevel waar ooit een Romeins legerkamp was en de burcht van Karel de Grote stond. Op het plein voor het museum staat een replica van de godenpijler van keizer Tiberius. De appreciatie komt pas als je goed geïnformeerd wordt over de geschiedenis en de betekenis van de erezuil, zo niet blijft de vraag wat dat ding hier op dit plein doet. Aan de andere zijde van het Valkhofpark kom ik langs de Waal die ik stroomopwaarts volg. Ik fiets slechts tot Millingen aan de Rijn, ruim 25 km langs de Waal ten oosten van Nijmegen. Brede uiterwaarden die als natuurgebieden worden beheerd, bloemrijke graslanden, grillige oevers met zandstrandjes en moerassige wilgenbosjes wisselen elkaar af. Een aantrekkelijk schouwspel dat nooit verveelt. Soms heb je buitendijkse landbouwgronden. Heel zelden is er bebouwing. Knooppuntbordjes en andere bewegwijzering langs de geasfalteerde dijk geven je voortdurend de zekerheid juist te fietsen. In B&B Hamsche Kuul krijg ik de olifantenkamer. Het is niet nodig mij dit te vertellen. De kamer puilt uit. Ik wil niet de hele avond aan olifanten denken. Weg die rommel. Het voelt niet lekker als gedachten mij opgedrongen worden. Daarom hou ik van strakke witte lege kamers die denkvrijheid en rust geven.   
Mariken van Nieumeghen op de Markt van Nijmegen.

De Waal gezien vanuit het Valkhofpark.

Het museum Valkhof.

23.06.2018 Millingen aan de Rijn – Emmerich – Rees – Wesel – Gahlen. Totaal 115 km.
Mijn gastheer Henk is blij met mijn vraag wat Hamsche Kuul betekent. Het was een plas, een soort kuil naast hun huis die behoorde toe aan de boerenfamilie Hamsch, legt hij uit. De plas is jaren geleden gedempt en bebouwd met huizen. Alleen de naam van de B&B herinnert nog aan het verre verleden. Henk en Lia wuiven mij uit en wensen mij een goede reis. Ik had er even niet aan gedacht dat op reis ben. Ik hoor het niet zo graag. Ik ben liever met vakantie. Op reis naar Praag lijkt mij hier en nu aan het beginpunt van de tocht een onmogelijkheid die mijn hoofd volpropt met zorgen. Van zodra ik op zoek ga naar het veerpont dat mij -volgens de reisgids- naar de overkant van de Rijn moet brengen wordt het weer rustig in mijn hoofd, vergeet ik Praag en ben ik opnieuw met vakantie. 
In de buurt van het gehucht Spijk ligt een productie-eenheid van de steenbakkerijen Van der Sanden. Op 8 locaties in België, Nederland en Duitsland produceert het bedrijf 500 miljoen bakstenen per jaar. Het Vlaamse familiebedrijf startte in 1925 met een veldoven en veldpers in Spouwen. Uit de klei groeien na veel arbeid huizen, straten en hele steden. Het eerste stadje op mijn weg is Emmerich. Ik blijf op de Rheinpromenade langs het water fietsen. De architectuur heeft hier niets opwindends moois gecreëerd waarvoor ik de remmen dicht zou slaan. Ik fiets door tot Rees waar dezelfde verkillende naoorlogse bouwstijl de haastig heropgebouwde stad overheerst. Op de markt kan ik nog een slaatje krijgen. Het mooiste stadsplekje is Am Bär. In het parkje met zicht op de Rijn staat een schrikwekkend beeld van een rechtopstaande beer. Er hoort een verhaal bij. In de Tachtigjarige Oorlog tegen de Nederlanden hadden de Spanjaarden in 1598 ook de vesting Rees bezet. Een Spaanse aanvoerder wou zijn soldaten testen en hulde zich in het vel van een beer. Wanneer hij ’s nachts brullend op de vestingmuur verscheen, lieten de wachtsoldaten hun wapens vallen en sloegen op de vlucht behalve één. Die haalde de trekker over en de beer viel dood neer. Verder langs de Rijn staan in Bislich de reusachtige installaties van de firma Holemans om kiezel en zand uit de omliggende winningsgebieden te verwerken. De productiecapaciteit bedraagt 600 ton per uur. De zakken rijnzand en kiezelsteentjes in de doe-het-zelf-zaken komen dus waarschijnlijk van hier. 
Op de dijken wordt hulde gebracht aan het schaap met de slogan “Ich bin ein Deichheld, meine Määääharbeit für einen gesunden und standhaften Deich.” Vanop de oever in Bislich zijn aan de overkant van de Rijn de torens van de St.-Viktordom in Xanten te zien op twee kilometer vogelvluchtafstand. In 2002 bezochten Bo en ik tijdens de limesfietsroute het Archeologisch Park met gereconstrueerde gebouwen en originele resten van de Romeinse stad Colonia Ulpia Traiana, iets ten noorden van Xanten. De laatste stad langs de Rijn die de fietsroute aandoet, is Wesel. Hetzelfde architectuurverhaal als in Emmerich en Rees. De gebouwen op de markt aan de Willibrordusdom kijken mij strak en uitdrukkingsloos aan. Één gevel, in stijl verschillend van alle andere gebouwen, eist alle aandacht voor zich op. Het is de gevel van het stadhuis, in 2007 herbouwd in Vlaamse Gotiekstijl zoals voor WOII. Net als Rees werd Wesel in februari 1945 door geallieerde bombardementen zo goed als volledig verwoest. Dit gebeurde precies één jaar na het bombardement van Nijmegen dat een vergissing was en vier maanden na Emmerich, geen vergissing of toch ook maar in een andere betekenis. Elke oorlog is immers een vergissing. Ach, ik moet er niet aan denken en genieten van de zon die nu echt doorgebroken is. Deze ochtend was het zwaarbewolkt en het miezerde een paar keer. Het is hoog tijd voor een warm terrasje onder de ruisende hoge populieren van Rheinstübchen met een laatste blik op de Rijn. Ik verlaat de brede machtige rivier en word door het dal van het zijriviertje de Lippe langs het Wasserschloß Gartrop en twee watermolens naar het oosten tot Gahlen geleid. Het is vrij laat als ik aankom in het hotel-restaurant Zur Mühle. Ik mag mee aanschuiven aan het buffet. Er is veel rumoer in het restaurant. Hoe kan het anders. Het is Fußball-Weltmeisterschaft: Duitsland tegen Zweden. De Mannschaft krijgt veel kansen maar speelt slordig. De Deutsche Gründlichkeit is niet meer wat ze ooit geweest is, gelukkig maar! Pas tijdens de verlenging kunnen ze hun overwinning vastleggen met 2-0. Een oorverdovend gejuich vult de zaal. 
Op de dijk van de Rijn.

De Rijnoever met zandstrandtjes.


De gevel van het stadhuis in Wesel herbouwd in Vlaamse Gotiekstijl.

24.06.2018 Gahlen – Haltern-am-See – Cappenberg – Werne. Totaal 183 km.
De Lippe is een meanderende moeilijk bevaarbare rivier. Men heeft haar brede dal gebruikt om parallel het kanaal Wesel-Datteln te graven. In 1930 werd het kanaal in gebruik genomen. De fietsroute loopt afwisselend langs het kanaal en de Lippe, en tenslotte ten noorden van de rivier naar het stadje Haltern-am-See. Op de Markt aan de St.-Sixtuskerk eet ik in restaurant Rossini am Markt en meteen daarna spring ik weer de fiets op. Ten oosten van het stadje ligt het uitgestrekte meer Haltener Stausee dat onbeperkte mogelijkheden biedt aan watersporters. Meer zuidelijk kom ik nogmaals langs het Wesel-Datteln kanaal om ter hoogte van het dorpje Ahsen opnieuw de Lippe te volgen. Ten noorden van Datteln stroomt de Lippe onder twee kanalen door, de Alte Fahrt en het Dortmund-Eemskanaal. De kanaalbrug waarover het water van de Alte Farht stroomt dateert van 1892. Het bouwwerk lekt geen druppel. Over de recentere kanaalbrug stroomt het veel bredere Dortmund-Eemskanaal. Tijdens de fietstocht langs de Loire in 2013 zag ik voor het eerst een kanaalbrug. Ik was onder de indruk van de 600 meter lange kanaalbrug van Briare over de Loire en de 400 meter lange kanaalbrug van Guétin over de Allier. Ik verlaat de Lippe die zuidelijker door het stadje Lünen stroomt om vervolgens in noordoostelijke richting langs het stadje Werne te stromen. De fietsroute is korter en gaat in oostelijke richting over een heuvel in een bosrijke omgeving tot Werne. Op de heuvel ligt het Schloß Cappenberg dat een voormalig premonstratenzer klooster, een kerk en een watertoren omvat. Ik logeer net buiten het stadscentrum van Werne in Hotel 12 Bäume langs de Lünener Straße. Het is een eindje wandelen tot de Markt met het Altes Rathaus en enkele vakwerkhuizen. Achter de Markt en het Altes Rathaus ligt de katholieke St.-Christophoruskerk omringd door enkele vakwerkhuizen en enkele zogenaamde Wärmehäuschen. Een toeristisch hoogtepunt is het niet en dat had ik ook niet verwacht van het stadje met 30.000 inwoners.     
De Lippe ter hoogte van Dorsten.

De kanaalbrug van het Dortmund-Ems-Kanal  over de Lippe bij Olfen.

De Markt van Werne.

25.06.2018 Werne – Hamm – Lippstadt. Totaal 255 km.
Een klein ritje door het stadscentrum als afscheid van Werne (www.werne.de) brengt mij in het straatje Südmauer. Een poortje van een ommuurd parkje staat open. Ik ben nieuwsgierig en stop. Het is het Joodse kerkhof. Ik heb geluk want het poortje is zelden open. De bejaarde buurman die een sleutel van het poortje heeft, is bezig zijn ramen die uitgeven op het kerkhof te poetsen. De zijgevel van zijn huis maakt deel uit van de ommuring. Er zijn een veertigtal graven, het oudste uit 1702. De laatste begrafenis vond in 1942 plaats. “Het zijn stille buren”, mompelt de oude man terwijl hij zijn trapladdertje opgaat. Als de nazi’s in 1933 aan de macht kwamen, leefden 40 Joden in Werne. Een paar families konden tijdig wegkomen, de anderen werden in 1943 gedeporteerd naar concentratiekampen en vermoord. Zuidelijker ligt het stadspark met een bizarre houten constructie van wel 50 meter lang, 5 meter breed en zeker dubbel zo hoog. Het is een Gradierwerk. Nog nooit eerder heb ik zoiets gezien. Ik stap langs het Gradierwerk in een heerlijke koelte. Een pekel druppelt over het dichte vlechtwerk van fijne sleedoorntakjes. Het zoute water dat van de hoge wand sijpelt, vernevelt en verdampt door wind en zon en zorgt voor een heilzame zeelucht om het Gradierwerk. Dit zou heerlijk zijn in stadscentra. Het ruisende water is rustgevend, luchtzuiverend en in de zomer brengt het vernevelde zoute water verkoeling. Een windmolentje bovenop het Gradierwerk of een hondenrad zou het zoute water naar boven kunnen pompen. Vroeger werd een Gradierwerk gebruikt voor de zoutwinning. Door de zon verdampt het water uit de over het fijne takkenvlechtwerk stromende pekel waardoor de zoutconcentratie toeneemt. Ten zuiden van de stad ligt het Datteln-Hamm kanaal dat naar Hamm leidt waar ik een slaatje van gerookte zalm, groenten en aardappelen eet. De ober prijst met enthousiasme het stadje Soest aan alsof ik een vergissing bega hier in Hamm te zijn. Denkt hij werkelijk dat ik zomaar even snel tot Soest ga fietsen. Ik blijf netjes op de verkeersarme en veilige Römer-Lippe-Radweg (www.roemerlipperoute.de ). De route wordt echt idyllisch langs de kastelen Schloß Heessen waarin een middelbare school is ondergebracht en verderop Schloß Oberwerries. Bij het laatste kasteeltje moet ik de Lippe over met een zelf te bedienen veerpont. Een hele karwei om het pont aan de overkant te krijgen. Mijn armspieren kunnen de klus met moeite aan. Men zou het pont moeten uitrusten zoals een pedalo. Aan de overkant kan ik een paar wandelaars strikken om een foto van mij te maken. In de buurt ligt het recreatie- en kultuurdomein Maximilianpark (www.maximilianpark.de ) ingericht op een vroegere koolmijnsite. Ik ben benieuwd naar de Glaselefant. Het 53 meter hoge glazen kubistisch gebouw in de vorm van een olifantenkop dat steunt op zijn slurf leunt tegen een vroeger gebouw van de koolmijn. In de Glaselefant en de vroegere Elektrozentrale is er ruimte voor concerten, conferenties, theater en feesten. Ik bezoek het Schmetterlingshaus waar een tachtigtal exotische vlinders vliegen in een tropische omgeving. In een ander gebouw loopt een Playmobiltentoonstelling. Heel grappig zijn de her en der in het park opgestelde gekleurde en levensgrote polyesterbeelden ‘Alltagsmenschen’ van de kunstenares Christel Lechner. Bij mijn aankomst in Lippstadt heb ik niet het gevoel 80 km te hebben gefietst. Het parcours was helemaal vlak en de wind uit het noordwesten heeft goed geholpen. Ik ben onder de indruk van enkele imposante vakwerkhuizen waaronder het Altes Brauhaus Weissenburg met fraaie opschriften uit 1657 in de Rathausstraße en Gasthaus Goldener Hahn uit 1566 in de Lange Straße. Er zijn tal van oude huizen die een gedetailleerde studie waard zijn. Ik logeer in een buitenwijk van Lippstadt op enkele kilometers van het centrum. Hotel Rixbecker Alpen is helemaal niet wat de naam doet vermoeden. Ik word een halve nacht wakker gehouden door het zachte geronk van vermoedelijk frigo’s en diepvriezers in de ruimte onder de slaapkamer. Om gek van te worden!


Een Gradierwerk.

Het veerpont over de Lippe bij Schl oß Oberwerries.

Alltagsmenschen in het Maximilianpark.

26.06.2018 Lippstadt – Delbrück – Paderborn. Totaal 300 km.
De Römer-Lippe-Radweg die ik sinds Wesel volg, loopt langs de Lippe door Lippstadt, dus moet ik terug naar het stadscentrum. Een groot waterrad op de rivier vraagt om een woordje uitleg. Een oudere vrouw aanspreken geeft me de meeste kansen op een gezellige babbel, heeft de ervaring mij geleerd. De vrouw die ik aanklamp, ploft haar boodschaptassen op de grond. Mijn vraag is duidelijk een goed excuus voor haar om even te rusten. Haar naam zegt ze niet en waartoe het waterrad dient, kom ik uiteindelijk niet te weten. Ze is nieuwsgierig waar ik heen fiets en is verwonderd waarom ik het vlakke Münsterland niet exploreer. Het biedt zoveel fietsmogelijkheden. Niet dat ik daar iets kan tegen inbrengen en het is evenmin relevant als ik haar vertel dat ik Münster en Osnabrück vroeger  bezocht heb en dat het museum van Felix Nußbaum de echte reden was. Van de schilder Nußbaum heeft ze nooit gehoord maar ze wil weten of het mooie schilderijen zijn. Ze luistert en als de woorden Jude, Nazis, Auschwitz,.... vallen, onderbreekt ze mij. Ze is zichtbaar aangedaan wat mij dan weer verwart omdat ik niet weet waarom. “Ik zal het je vertellen omdat ik je morgen toch niet terugzie.” zucht ze, misschien omdat het haar zwaar valt het verhaal te vertellen, misschien opgelucht het toch één keer te kunnen vertellen. Ze had een tante die ze pas leerde kennen toen ze elf was. “Eine ganz tolle Frau”, herhaalt ze verschillende keren. Ze kan het nog niet begrijpen. Haar moeder heeft pas op het einde van haar leven onthuld wie die tante eigenlijk was. Die tante was toen al dood. De vrouw heeft archiefonderzoek gedaan want ze kon niet geloven wat haar moeder verteld had. En nu nog gelooft ze het niet en toch is het werkelijkheid. “Es war eine ganz tolle Frau”, benadrukt ze nogmaals voor ik eindelijk de verwarrende uitleg begrijp. Die tante was arts en werkte tijdens WOII in een Nazi-ziekenhuis nabij Dachau. Ze werd na de oorlog ter dood veroordeeld tijdens het Mühldorf-Prozess in 1947. De doodstraf werd later omgezet in levenslang en in 1958 kwam ze vrij. Pas toen leerde ze haar tante kennen maar iedereen zweeg over haar verleden. Als ik nog enkele vragen stel over wat ze dan eigenlijk als arts deed, wordt het de vrouw te veel. Erika Flocken was haar naam en op internet is meer te vinden. Dat is alles wat ze nog wil zeggen. Ze neemt geëmotioneerd haar tassen op en stapt resoluut weg. Onderweg naar Paderborn kruis ik net als de voorbije dagen verschillende fietsers beladen met reisbagage. Hoogstwaarschijnlijk fietsen ze de populaire Römer-Lippe-Radweg die in beide richtingen bewegwijzerd is. Het traject naar Praag omvat een groot stuk van de RLR, namelijk van Wesel tot Paderborn. In Lipperode verlaat de RLR het riviertje de Lippe en volgt noordelijker het smalle Boker-kanaal dat parallel aan de Lippe loopt. Het kanaal loopt ten zuiden van het stadje Delbrück. De RLR maakt een ommetje door het stadscentrum langs de Sankt-Johannes-Baptist Kirche, die omgeven is door witte vakwerkhuizen. Het is halfdrie en de buurt is best gezellig om hier te eten. In restaurant Ottlips Lieschen is men bereid nog een schotel voor mij klaar te maken. Op het pleintje bij het restaurant staat een groenkleurig natuurstenen beeldhouwwerk. De bizarre steensoort is ook verwerkt in de Mariënkirche in Lippstadt. Een voorbijganger vertelt mij dat de Grünsandstein in de streek gedolven wordt en een variant is van de Anröchter Stein. In de buurt van Paderborn ligt Schloß Neuhaus, een voorbeeld van Weserrenaissance. Het witte kasteel met binnenhof ligt in de omgeving van de samenvloeiing van de Lippe, de Alme en de Pader. Dat kon ik gisteren op google maps vaststellen. Het is jammer dat het niet mogelijk is om onafgebroken langs de Pader tot het centrum van Paderborn te fietsen. De bebouwing verhindert het zicht op de Pader. Het is dankzij de kaart dat ik weet dat het water in de nabijheid stroomt. Kon ik dezelfde tocht maar eens overdoen in de Middeleeuwen toen het riviertje nog vrij in een open landschap stroomde. Het riviertje is slechts vier kilometer lang en de bronnen, de Paderquellen, ontspringen in de prachtige parken ten noorden en ten westen van de Dom van Paderborn. Een brongebied midden in de stad nabij de ruïnes van de Kaiserpfalz is een boeiend motief om twee nachten te blijven in deze historisch roemrijke stad. Bovendien is het tijd om na 300 km een dagje rust te nemen. Ik kan vrij goedkoop logeren in het Südhotel aan de Borchenerstraße op wandelafstand van het centrum. Van de steden Emmerich, Rees, Wesel, Haltern-am-See, Werne, Hamm, Lippstadt en Delbrück zal niet veel meer dan een paar beelden van hun centrum in mijn herinnering overblijven. Er was ook niet veel meer dat de moeite waard was om er te blijven. Paderborn wil ik proeven, de stad doorkruisen, mij hier een dagje thuis voelen en de lange tocht die nog komt, loslaten. De eerste dagen dacht ik te veel aan Praag. Het belemmerde mij te leven op de plaats waar ik was. Dat gevoel heb ik bij elke fietsreis. Nu ik Paderborn bereikt heb, hoeft Praag niet meer. Ik zie wel of ik er ooit geraak. Praag is een verre droom geworden, maar geen doel meer. Paderborn lijkt mij een mooi einde te zijn van een zonnige fietsvakantie. Ik zou zo de trein naar huis kunnen nemen want het is goed geweest. Heel tevreden en onbezorgd wandel ik door de stad als eerste kennismaking, als voorbereiding op een lang gesprek met de stad en haar geschiedenis. En overmorgen fiets ik wellicht verder, en de dag nadien misschien nog verder, dag na dag, naar een veraf gelegen droom. Ik heb geen haast.

Delbrück.

Boker-kanaal.

Schloß Neuhaus.
27.06.2018 Paderborn
Ik zal de Bartholomäuskapelle niet snel vergeten. Wat een ongelofelijke akoestiek. Het kerkje werd in 1017 gebouwd als Pfalzkapelle in opdracht van bisschop Meinwerk en maakte deel uit van de Kaiserpfalz. Op de fundamenten van de Kaiserpfalz van bisschop Meinwerk, eveneens uit de elfde eeuw en waar de Ottoonse keizer Heinrich II resideerde, werd een museum gebouwd. In het museum is een gewelfde kelderruimte te zien. De Quellkeller is half gevuld met helder water dat afkomstig is van één van de bronnen van de Pader. Het water stroomt door een muuropening weg. Naast het museum zijn de fundamenten blootgelegd van de Kaiserpfalz van Karel de Grote uit de achtste eeuw. Het was in 1963 een sensationele ontdekking toen bij de afbraak van de in WOII verwoeste wijk Ikenberg de fundamenten van de twee keizerpaltsen blootgelegd werden. Sinds de twaalfde eeuw was de wijk met huizen bebouwd en bleven de paltsgrondvesten verborgen. Paderborn werd op 27 maart 1945, enkele dagen voor het einde van de oorlog zwaar gebombardeerd. 85% van het stadscentrum werd verwoest en werd in moderne stijl herbouwd. Er zijn dan ook amper vakwerkhuizen te vinden. In de brongebieden die als aangename parken ingericht zijn, ontdek ik een vroegere mij nog onbekende toepassing van een waterrad. Het water uit de Paderquellen deed de waterraderen draaien die op hun beurt water oppompten naar hoger gelegen stadsdelen waar het bronwater in zandstenen bassins beschikbaar was voor de bevolking. Een modern schaalmodel van een waterrad met pomp toont de werking van het verdwenen ingenieus middeleeuws systeem. We blijven nog even in de Middeleeuwen met een bezoek aan de Dom dat hoofdzakelijk in de dertiende eeuw tot stand kwam. De oostelijke crypte is omstreeks 1100 gebouwd en behoorde tot een eerdere kerk die door brand verwoest werd. Een beroemd element in de kruisgang van de aangrenzende kloosterhof is het zestiende eeuwse driehazenvenster. Probeer maar eens drie hazen te tekenen met elk twee oren en toch hebben ze gezamenlijk slechts drie oren. Het doet aan de kunstenaar Escher denken. In de druk bezochte brede winkelstraat Kamp ontmoet ik Friedrich Spee en Liborius. Ze zijn niet aan het winkelen. Friedrich staat, een boek lezend, onbeweeglijk op een blok. De Jezuïet leefde in de zeventiende eeuw en was een tegenstander van Heksenvervolging. Hij uitte de bedenking dat bekentenissen door foltering waarschijnlijk niet juist zijn en dat de vrouwen die als heks op de brandstapel belandden dus onschuldig waren. Aan de Bonifatiusboekhandel staat de natuurstenen Liboriusfontein met het levensgroot beeld van de heilige Liborius boven op een hoge sokkel. Het is één van de drie behouden kuipen waaruit de stadsbewoners vroeger het opgepompte bronwater schepten. Ik loop de boekhandel binnen. Mijn aandacht gaat naar een recent verschenen boek dat door de boekhandel in de schijnwerper gesteld wordt. ‘Flamme sein, Hans Scholl und die weiße Rose.’ Van R.M.Zoske. Hans Scholl en zijn zus Sophie durfden het aan te protesteren tegen het Nazi-regime. Ze waren lid van de verzetsgroep ‘Die Weiße Rose’ en werden tijdens het verspreiden van pamfletten samen met Christoph Probst opgepakt. Ze werden ter dood veroordeeld en op 22 februari 1943 geëxecuteerd. Het is ontroerend en noodzakelijk dat de herinnering aan ‘Die Weiße Rose’ en hun leden levendig gehouden wordt. Als ik na een lange zwerftocht door de stad terug op de Domplatz aankom, tref ik een koppel op de fiets met bagage. Ze komen net in Paderborn aan en zoeken een camping. Mijn vermoeden is juist. Ze fietsen dezelfde route maar in omgekeerde zin. Ze zijn vanuit Slovenië naar Praag gefietst en keren terug naar Nederland. Ze zijn een stuk avontuurlijker en hebben al in China gefietst. Deze route vinden ze kinderspel. Ik bewonder het koppel want ze zijn ruim tien jaar ouder dan mij. Als ze merken dat ik hen niet kan helpen stopt de conversatie abrupt ook al wou ik nog iets vragen over de heuvels verder op de fietsroute naar Praag. Ik druip af naar een terrasje bij de Dom, geniet van taart en thee en probeer hen te vergeten. ’s Avonds zijn aan verschillende café’s op een paar pleinen in de stad grote schermen opgesteld. Het wordt een spannende WK-avond maar er komt geen overwinning. Duitsland verliest tegen Zuid-Korea. De Duitsers zijn zwaar ontgoocheld. Het WK eindigt voor hen te vroeg. Ik blijf tot het schemert in de parken van de Paderquellen. Een paar sjofele mannen verzamelen flessen en blikjes. Hun fietsen hangen vol met tassen en grote plastiekzakken. Als ik vraag waarom ze dit doen, toont één van hen een blikje met 25 cent statiegeld. De tarifering is ingewikkeld zoals blijkt op internet: Einwegflaschen und –dosen, 25 cent Pfand, Mehrweg-Bierflasche aus Glas, alle Größen, 8 cent Pfand. Andere tarieven zijn 15 en 25 cent voor andere soorten Mehrwegflaschen.


De Quellkeller in de Kaiserpfalz van bisschop Meinwerk.

De Bartholomäuskapelle met bijzondere akoestiek.

Domplatz en Paderborner Dom.

28.06.2018 Paderborn – Borchen – Etteln – Blankenrode – Scherfede – Warburg
Totaal 360 km.
Tot nu toe was de route -op het heuveltje van Cappenberg na- volledig vlak. Vandaag doorkruist mijn fietsweg een licht heuvelachtig en bosrijk landschap in het heugelijke gezelschap van drie riviertjes. Continu langs de Alme, de Altenau en de Diemel fietsen is onmogelijk. Meestal loopt het pad een eind van de riviertjes vandaan en ben ik mij zelfs niet bewust van hun aanwezigheid in de wijde omgeving. Alleen brede en bevaarbare rivieren hebben over lange afstanden een jaagpad. Fietsen langs een rivier is eenvoudiger dan bossen te doorkruisen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik vandaag voor het eerst mis rijd. Ergens tussen Husen en Blankenrode is de bewegwijzering onduidelijk of heb ik een bordje niet gezien. Op het einde van een lange heerlijke afdaling geven fietsbordjes aan dat ik voordien ergens een verkeerde weg ingeslagen ben. De meer dan een kilometer lange helling moet ik te voet terug. Midden in de bossen ben ik helemaal mijn oriëntatie kwijt. Ontmoediging en ontevredenheid over mezelf verlammen mijn spieren, ook omdat mijn versnellingskabel deze morgen brak. Het enige wat ik kan bedenken is terug te fietsen tot ik de bordjes van de Altenau-Radweg terugvind. Uit het niets dringt het tot mij door dat ik een GPS in mijn stuurtasje bij me heb. Hoe is het mogelijk dat ik dat vergeten was. Scherfede -het volgende dorp- tik ik op het schermpje in. Nee toch! Onmogelijk en toch, of zie ik het verkeerd? Jawel, dan toch terug naar beneden. Ik zou mezelf verrot kunnen slaan maar kom tijdig tot bezinning. Er is geen tijd voor zelfverwijt, alleen genieten van de prachtige omgeving telt. Een mentaal dipje, dat is het. Het is zo over en snel vergeten als ik de berg weer naar beneden zoef want het heeft geen zin misnoegd te zijn over mijn vergetelheid. Misschien ben ik vandaag wat vlugger geïrriteerd door de versnellingskabel die deze voormiddag brak en nog niet hersteld is. De ketting ligt vooraan op het kleinste tandwiel en kan niet meer hoger geschakeld worden. Het is behoorlijk lastig meer omwentelingen te moeten trappen en trager vooruit te komen. Een technisch defect, het gebeurt al eens op een fietsreis. Onderweg vroeg ik naar ein Fahrradhersteller. Ik werd raar aangekeken en schouders werden opgetrokken. Aan een volgende passant toonde ik de versnellingskabel die stuk is. “Ah, Sie meinen Fahrradreparatur.” Ja, natuurlijk dat de anderen verbaasd keken, ein Hersteller is een fabrikant. Om dat soort blunders raak ik snel misnoegd. Langs de fietsroute zijn geen fietsenmakers tenzij ik een omweg maak naar een ver uit de route gelegen dorp met het risico op steile hellingen. Daar heb ik geen energie voor en trap liever op een rustig tempo verder tot het stadje Warburg dat wel op de route ligt en wel een fietshersteller heeft. Ik bereik Zweirad Sander net voor sluitingstijd. Ik vrees even de fiets te moeten achterlaten en hem pas morgen te kunnen ophalen. De man begrijpt mijn situatie en herstelt de fiets meteen. Terwijl ik toekijk, bedenk ik dat fietsers die over lange afstanden reizen best hun fiets zelf kunnen herstellen. Een schande dat ik zelfs geen versnellingskabel kan vervangen. (www.fietsreparaties.com). Na tien minuten is de klus geklaard en kan ik naar mijn B&B Famos Schlafen in de Kriminixstraße. Een vrolijk enthousiaste gastvrouw verklaart mij de naam van de B&B. Famos zegt precies hetzelfde als ons dialect fameus dat geweldig en fantastisch betekent. Terwijl ik op bed wat uitrust, reconstrueer ik de voorbije dag en noteer enkele bijzonderheden. De rust rond de grote witte Kluskapelle uit 1677 ter ere van de Heilige Lucia midden in de bossen met er tegenover een grote boerderij maakte indruk op mij. Voor natuurliefhebbers is het Wisentgehege Hardehausen und Waldinformationszentrum Hammerhof in de buurt van Scherfede zeker een bezoek waard. De bizons heb ik jammer genoeg niet gezien. Het natuurcentrum is luxueus ingericht met een koffiehuis. Het trekt waarschijnlijk ook foute natuurliefhebbers aan die liever met de auto tot het centrum rijden dan met de fiets of te voet. Ik heb vandaag alleen nog maar belegde broodjes en taartjes gegeten. Mijn gastvrouw stopt mij een stadsplannetje toe en duidt Zur Alm aan als een uitstekend restaurant. In het liefelijk middeleeuws stadje Warburg op de eerder steile flank van de Diemel is het rustig wandelen. Het restaurant biedt vanavond enkel barbecue met groentenbuffet aan. Het terras met zicht over de Diemelvallei en de benedenstad zit behoorlijk vol met bezoekers in feestelijke stemming. Een beetje vervelend dat ik hier alleen zit maar dat gevoel verdring ik door bewust te genieten van de warme avond, het verre uitzicht en het lekkere eten. Misschien denken anderen wel dat ik een geluksvogel ben niet te moeten luisteren naar vervelende praatjes. Misschien wou iemand met me meegaan en de op het stadsplannetje uitgestippelde wandeling maken langs prachtige eeuwenoude vakwerkhuizen, door steile smalle straatjes tot aan het Fügeler-Kanone op de Burgrondell. Bordjes aan historisch belangrijke huizen brengen ze tot leven. In het Eisenhoithaus dat in 1526 gebouwd werd, leefde de zilversmid en koperetser Anton Eisenhoit (1554-1603). De kunstenaar werkte meerdere jaren in Rome voor hij naar zijn geboortestad terugkeerde. In de Joseph-Kohlschein-Straße staat het Goldschmidt-Haus. Het vakwerkhuis uit 1538 was meer dan twee eeuwen bewoond door de Joodse familie Goldschmidt tot ze in 1942 gedeporteerd en vermoord werden. Het Eckmänneken dateert uit 1471 en is daarmee het oudste vakwerkhuis van Warburg. In totaal zijn meer dan 30 historisch interessante gebouwen en plaatsen op deze sportieve wandeling aangeduid.


De Kluskapelle uit 1677.

Het Waldinformationszentrum Hammerhof.

Warburg.

29.06.2018 Warburg – Liebenau – Trendelburg  – Bad Karlshafen – Gewissenruh
Totaal 418 km.
Ik heb fameus goed geslapen en het ontbijt ziet er ook fameus uit. Waaw! Mijn gastvrouw verwent haar gasten met allerlei zelfgemaakte gerechtjes. Je voelt haar filosofie in het ontbijt en in haar omgang met de bezoekers. Het is een B&B waar romantici zich thuis voelen net als in Warburg. En wie nog geen romanticus is, wordt het wel. Ik bol de helling af naar het groene dal van de meanderende Diemel en vervolg mijn weg naar Trendelburg, 25 km verder waar zich op de heuvel de Märchenburg met Rapunzelturm bevindt. De Diemel stroomt om de heuvel heen waarop de burcht ligt. De fietsroute volgt de Diemel, er moet niet geklommen worden. Toch wil ik het uitzicht van op de heuvel over het schitterende dal niet missen. De burcht is vandaag een hotel met restaurant en biedt sprookjesanimatie en burchtfeesten aan. Voor mij volstaat thee met Schwarzwäldertorte onder een boom op een comfortabele stoel met kussentje en zicht op de vallei. Voor wie niet overtuigd is van de rust en de natuurpracht langs de rivier, zijn er enkele filmpjes op www.diemelradweg.de over het fietstraject vanaf het brongebied in Willingen-Usseln tot aan de monding in Bad Karlshafen. De route naar Praag omvat de tweede helft van de Diemelroute vanaf Scherfede tot aan de monding. Onderweg nabij Deisel wacht een akelige verrassing. Je moet door de donkere Carlsbahn-spoorwegtunnel die nu een 200-meter lange fietstunnel is. Pikkedonker en griezelig! Het moet. De eerste meter lukt en ik schrik. Het licht springt aan. Wat een opluchting. Wie echt niet van spoken en wilde beesten houdt, kan best over de heuvel omrijden. Het kleine kuuroord Bad Karlshafen ligt op een vlakte bij de monding van de Diemel in de Weser tussen de beboste heuvels. De volledig witte barokke stad werd in 1699 gesticht als ballingsoord voor de hugenoten, protestantse religieuze vluchtelingen uit Frankrijk. Er is sinds 1980 een hugenotenmuseum in een voormalige tabaksfabriek. Het Deutsche Hugenotten-Gesellschaft dat hier een onderkomen heeft gevonden doet onder andere genealogisch opzoekingswerk. Op weg naar Gewissenruh herinner ik mij iets gelezen te hebben in de fietsgids over een Gradierwerk in Bad Karlshafen en dat wil ik toch zien. Ik moet drie kilometer terugfietsen tot de stadsrand waar aan de Kurpromenade in het park bij de Weser-Therme en de Dr. Ebel Fachklinik Carolinum het Gradierwerk staat. Voornamelijk oudere mensen die in de klinieken of kuuroordhotels verblijven, wandelen in het park aan de Weser. Het is warm geweest vandaag en het doet dan ook deugd om even in de zoute koele nevel rond het Gradierwerk te zitten. Tot het pension Zum Reinhardswald is het slechts acht kilometer wat ik als een avondwandeling beschouw. Ik stop verschillende keren onderweg om het open Weserdal te overzien en in mijn geheugen te prenten. Tot mijn verbazing heb ik twee kamers geboekt. Ik herinner mij dat gisteren de reservering op booking.com onderbroken werd en dat het deze morgen wel lukte. De eigenaar is bereid het probleem zelf op te lossen en ik moet gelukkig slechts één kamer betalen. Tot het schemert blijf ik op het terras zitten, mijmerend en turend over het dal van de Weser met weiden en akkers tot aan de oever. Aan de overkant van de rivier liggen beboste heuvels met links het dorpje Wahmbeck. Ik drink mineraalwater van Sollinger Brunnen, een streekproduct van Bodenfelde dat rechts van de beboste heuvel verder weg ligt.         
   
De rivier de Diemel.
De Trendelburg met de Rapunzelturm.

Uitzicht over het Weserdal vanop het balkon van het pension Zum Reinhardswald in Gewissenruh.

30.06.2018 Gewissenruh – Wahmbeck – Bodenfelde – Oberweser – Hann.Münden – Witzenhausen. Totaal 473 km.
De Weserfähre in Wahmbeck is het derde veerpont deze vakantie. In Millingen aan de Rijn was het een gemotoriseerd veerpont. Bij Schloss Oberwerries moest ik zelf het pontje over het riviertje de Lippe trekken. Hier in Wahmbeck begrijp ik niet meteen hoe het veer zonder motor of zeil de Weser kan overvaren. Ik kijk onderzoekend toe. Hoog boven de rivier is een kabel gespannen van de ene oever naar de andere. Twee in lengte verstelbare kabels zijn vastgemaakt aan één zijde van het veer, één vooraan en één achteraan en zijn verbonden met de hoog boven de rivier gespannen kabel via rolletjes die over de hoog hangende kabel lopen. De aan het veer vastgemaakte kabels hebben een verschillende lengte zodat het veer schuin tegenover de stroomrichting ligt. Daardoor ontstaat een voortstuwende kracht die het veer naar de andere oever duwt. Eens aan de overkant rolt de veerman de lange kabel een stuk op en ontrolt de korte kabel zodat het veerpont een andere schuine richting aanneemt tegenover de stroomrichting van het water en de voortstuwende kracht omkeert. Het veer vaart terug. Een veerpont dat enkel gebruik maakt van de rivierstroming wordt in het Duits een Gierseilfähre genoemd. De variant in Wahmbeck is een Rollfähre. Eenvoudig en ecologisch maar geniaal bedacht door Hendrick Heuck uit Nijmegen of afgekeken van Pieter Gabriels Croon. In ieder geval was Hendrick Heuck de eerste die het gierpont in 1657 toepaste op de Waal.
In Bodenfelde wordt niet enkel Mineralwasser geproduceerd maar ook houtskool door ProFagus. Een groot infobord bij de fabriek geeft meer uitleg. Het bedrijf bestaat sinds 1896. De teerproducten die bij het verkolingsproces vrijkomen werden vroeger geraffineerd en als grondstoffen gebruikt in de chemie- en farmasector. Ik kijk met bijzondere aandacht naar het infobord omdat het verkolingsproces van hout een practicumproef was die de leerlingen van de wetenschapsklassen zelf mochten uitvoeren toen ik leraar was. In de volgende dorpjes Lippoldsberg en Oedelsheim stop ik niet. Ik houd meer van het dal van de Weser dat ruim, open en afwisselend is, gecultiveerd door landbouw terwijl de heuvels bebost gebleven zijn. In Bürsfelde duik ik opnieuw het verleden in. De Romaanse Basilica en de westvleugel zijn het enige wat overgebleven is van de Benedictijnerabdij uit 1093 die na de Westfaalse vrede in 1648 evangelisch werd. In de kerk repeteren enkele violisten. Het klooster is vandaag een religieus bezinningscentrum en pelgrimsherberg. (www.kloster-bursfelde.de). Ik ben niet de enige fietser langs de Weser. Er zijn nog meerdaagse fietsers met bagage onderweg maar vandaag zijn het vooral ééndagstoeristen die zich willen ontspannen. De meesten rijden elektrisch ook al is de Weser-Radweg nagenoeg vlak. Wat vandaag een beetje tegenzit, is de wind die sinds gisteren hoofdzakelijk zijdelings uit het oosten waait en niet langer uit het noordwesten. De route loopt recht naar het zuidelijker gelegen Hann.Münden. Het stadje trekt met zijn talrijke vakwerkhuizen vele toeristen aan. Het is prachtig. Ik ga eten op het terras van café Aegidius in de voormalige St. Aegidienkirche. In 2006 werd hier de laatste Gottesdienst gehouden en werd de kerk ontwijd. Aan de zijkant van de kerk bevindt zich de grafplaat van de beroemde rondreizende dokter Johann-Andreas Eisenbarth die in 1727 overleed en in de Aegidienkirche begraven werd. Ik ga op zoek naar het kleurrijke houten beeldje dat dokter Eisenbarth voorstelt en zijn sterfhuis siert. Een foto van het beeldje in de fietsgids is het enige hulpmiddel in mijn zoektocht. Tijdens mijn zoektocht verken en ontdek ik de stad. Mijn mooiste ontdekking is echter de Weserstein aan de samenvloeiing van Werra en Fulda. Op de steen staat: “Wo Werra und Fulda sich küsssen, Sie ihre Namen büssen müssen. Und hier entsteht durch diesen Kuss, Deutsch bis zum Meer, der Weser Fluss. 31 Juli 1899“. De Weser begint vanaf hier en stroomt 430 km door Duitsland tot aan de monding in de Noordzee bij Cuxhaven. Het is een populaire fietsroute. (www.weserradweg-info.de). Het fietstraject loopt verder stroomopwaarts langs de Werra, die beschouwd kan worden als de bovenloop van de Weser. Toevallig overnacht ik in de Oberweserstraße in de kersenstad Witzenhausen. Het is een doodstille stad als ik door het centrum op zoek ga naar een restaurant. Hoe vervelend is een stad zonder mensen op straat. Er zijn weinig eetgelegenheden. Het merendeel zijn pizzeria’s en snackbars. Ook in andere kleine steden heb ik gemerkt dat Duitsers lichtere zuiderse maaltijden verkiezen boven hun eigen keuken of is er een andere reden waarom er zoveel Italiaanse pizzeria’s en Turkse Döner Kebabs zijn? Het Italiaans ijssalon is vroeg op de avond dicht ondanks het mooie warme weer. Het marktplein ligt er eveneens verlaten bij. Een standbeeld van Jacob Grimm herinnert aan zijn vrijheidstoespraak die hij voor de studenten in Witzenhausen hield in december 1837. Hij was hoogleraar aan de universiteit van Göttingen en protesteerde tegen het opheffen van de vrijzinninge grondwet in het koninkrijk Hannover waarop hij samen met zes andere hoogleraren onder wie zijn broer ontslagen werd. Grimm zwijgt zoals de rest van de stad. Ik verveel me en ga TV-kijken op mijn hotelkamer.

Het bijzondere veerpont in Wahmbeck. 

Het klooster in Bürsfelde.

Hann. Münden

1.07.2018 Witzenhausen – Lindewerra – Wahlhausen – Bad Sooden-Allendorf – Eschwege – Treffurt. Totaal 534 km.
In de ontbijtzaal hangen verschillende portretfoto’s van mooie gekroonde meisjes. Het zijn de Kirschenköninginnen van Witzenhausen, die jaarlijks tijdens de Kesperkirmes verkozen wordt. Prachtig maar niet meteen een reden om langer in het hotel te blijven. Tussen de dorpjes Lindewerra en Wahlhausen ben ik korte tijd in de Duitse deelstaat Thüringen dat vroeger tot de DDR behoorde. Een infobord langs de Werra herinnert aan het IJzeren Gordijn dat bijna 30 jaar geleden neergehaald werd. Ik ontmoet de 75-jarige Egbert bij zijn huis waar hij sinds zijn geboorte woont. Hij toont foto’s van Wahlhausen en zijn huis vlak naast de vroegere DDR-grensmuur en foto’s van nu. Hij is blij dat deze tijd voorbij is en heeft geen nostalgie naar de DDR of ostalgie zoals het ook genoemd wordt. En net zoals het na een oorlog gaat, zijn er mensen die het leed zo snel mogelijk willen vergeten en alle sporen uitwissen, en zijn er mensen die herinneringen en spullen willen bewaren om de toekomst van hetzelfde onheil te vrijwaren. Egbert die wil vergeten maar wordt er elke dag aan herinnerd door het infobord bij zijn huis. Hij botste door de muur letterlijk op de grens en zag het land waar hij nooit komen kon. Nu heeft hij een pensioen en beslist zelf waar hij heen wil gaan en zo vindt hij het goed. Bad Sooden-Allendorf lag in het vroegere West-Duitsland. Allendorf ligt langs de ene zijde van de Werra, Bad-Sooden langs de andere. Ik verblijf een paar uur in het stadje dat met zijn vakwerkhuizen, kuuroord en Gradierwerk vele toeristen lokt. Het terras van het Italiaanse restaurant Rialto op de markt van Allendorf zit net als alle andere terrassen op deze warme zondag overvol. Ik ben er niet triestig om dat ik binnen van de koelte kan genieten. In het park aan de overkant van de Werra is het markt. Aan een kersenkraampje koop ik bij Anja Witzenhäuser Kirschen en ik vraag haar of zij ooit Kirschenkönigin was. En toevallig is dat ook zo. Dus hangt haar foto in de collectie Kirschenköniginnen in het vorige hotel. Ze beaamt en glimlacht, een vleugje heimwee prijsgevend. Ik kan mij voorstellen dat haar leven in de fruitteelt nog weinig koninginnemomenten telt. Gelukkig is er wat wind die de temperatuur drukt tot 25°C zo niet had ik het gevoel door de Provence te fietsen. Alleen lavendel en wijngaarden ontbreken. Het landschap langs de Werra in de buurt tussen Albungen en Jestädt is rotsachtig en dor. Het heeft al lang niet meer geregend. Eschwege is nog zo’n schattig en netjes gerestaureerd stadje. En alle bijkomende voorwaarden om aangenaam te zijn, zijn ook hier vervuld: zonnig weer, verkeersvrije straten en onthaastte tevreden mensen. Zelfs een lelijke stad is met dit voorschrift genietbaar. De Altstadt of het historisch centrum van de steden die langs rivieren liggen, bevindt zich meestal in de directe nabijheid van de rivier waardoor je als doorreizende fietser die de stad langs de rivier binnenrijdt nauwelijks geconfronteerd wordt met de minder interessante recent aangegroeide wijken van de stad. Treffurt is echter klein gebleven, misschien omdat het op de flank van een heuvel gebouwd is waarop de burcht Normannstein pronkt. De bevolking is de voorbije twee eeuwen amper verdubbeld. In de benedenverdieping van het prachtige Fachwerkrathaus met rood geschilderde balken en witte vlakken is een Italiaans restaurant gevestigd. Ik heb nog zin in een lichte maaltijd. Ik bestel een mozarella caprese en verwacht voor de prijs een vrij grote portie. Dat was een ferme tegenvaller waarvoor ik 10,70 euro moet neertellen. De jonge dienster neemt mijn twaalf euro in ontvangst zonder terug te geven. Ze reageert arrogant als ik het teveel terugeis. Ik heb geen zin om een fooi te geven voor een duur betaalde tomaat met een paar plakjes buffelkaas. Het voorval ligt op mijn maag als ik het stadje intrek. Het is meteen klimmen. Hoe hoger ik trek hoe mooier en weidser het uitzicht. Daar houd ik van. Plots realiseer ik mij dat ik opnieuw in Thüringen ben.      

Het huis van Egbert in 1989.

Het huis van Egbert in 2018.
Bad-Sooden-Allendorf.

2.07.2018 Treffurt – Creuzburg – Hörschel. Totaal 565 km.
Op het televisienieuws verneem ik dat de Omega-Wetterlage voorbij is. Een groot hogedrukgebied blokkeerde de weg voor depressies. Ik begrijp er niet veel van en met een knagende maag heb ik niet veel zin om mij te verdiepen in meteorologie. Er is geen ontbijt voorzien. Bij het verlaten van de kamer in de Hessische Straße 40 drop ik de sleutel in de brievenbus zoals de eigenaar gevraagd had en ga ik op zoek naar een ontbijt. In de Altstadt is niets te vinden. De industriële bakker, het grootwarenhuis REWE, een tankstation en andere grote winkels zijn na de Wende langs de Werra aan de grote baan neergestreken. Geen gezellige plaats om te ontbijten, alleen enkele happen om de honger te stillen en dan snel weg op zoek naar een rustig plekje onder de bomen in de natuur want het is al behoorlijk warm. Er is tijd voor een lang ontspannen ontbijt want het traject voor vandaag is amper dertig kilometer. Ik wil in de buurt van Eisenach logeren om er morgen een dagje te spenderen. Bovendien is het natuurschoon onderweg de moeite waard om hier en daar een stukje te wandelen. Tussen Buchenau en Creuzburg kom je langs hoge kalkrotswanden in het smalle dal van de Werra, in het Duits Creuzburger Werradurchbruch genoemd. Wondermooi en beschermd! Het is al middag als ik in het stadje Creuzburg aankom en het enige terrasje opzoek op een groot plein bij het hotel-restaurant Alte Posthalterei, een gebouw met een lange geschiedenis die tot de twaalfde eeuw teruggaat. Thüringer Klößen, Wildgulash, Apfel und Preiselbeermarmelade, de woorden alleen al smaken lekker. Op een paar andere terrasbezoekers na en af en toe iemand die het plein oversteekt, ben ik hier alleen. Zo zalig rustig, ideaal om weg te dromen en alles te vergeten of toch bijna alles. Ik ben nieuwsgierig naar de oude Werrabrug met de Liboriuskapel. De natuurstenen boogbrug met een lengte van 86 meter werd gebouwd in 1223 door landgraaf Ludwig IV. Er kwam een houten kapel bij die in 1500 vervangen werd door de gotische Liboriuskapel in steen. De muurschilderingen in de kapel stellen taferelen uit het leven van de Heilige Elisabeth voor. Ze was 14 toen ze huwde met landgraaf Lodewijk IV van Thüringen. Ze leefde enkele jaren op de burcht van Creuzburg. Het paar had drie kinderen. Elisabeth stierf op 24-jarige leeftijd in 1231, vier jaar na haar man. De muurschilderingen werden tijdens de Lutherse reformatie witgekalkt en pas 400 jaar later opnieuw vrijgelegd. Twee brugbogen werden in april 1945 door de Amerikanen opgeblazen waarbij ook de kapel zwaar beschadigd werd, maar alles werd gerestaureerd. Sinds 1986 wordt het gemotoriseerd verkeer 100 meter verder over een nieuwe brug geleid. Ik haal de bagage van mijn fiets in Hörschel op de binnenhof van het Pension ‘Tor zum Rennsteig’, vlakbij de indrukwekkende Werratalbrücke waarover de Bundesautobahn 4 loopt. De brug werd in 1984 geopend en was toen de enige grensovergang voor baanverkeer tussen het West-Duitse Hessen en het Oost-Duitse Thüringen. De brug is 730 meter lang en wordt door 12 pijlers ondersteund waarvan de langste 80 meter hoog zijn. Toen ik onder de brug stond en omhoog keek werd ik duizelig. Achter het pension aan de oever van de Werra is het officiële startpunt van de Rennsteig. Op een forse houten bank staat ‘Rennsteigbeginn’ gebeiteld. Een hoge paal hangt vol met wandelschoenen en bordjes met plaatsnamen waar de wandelroute langskomt. De wandelweg is 169 km lang en eindigt in het zuidoostelijk gelegen Blankenstein. Tijdens een vakantie in Ilmenau in 1992 heb ik op één dag 50 km van de Rennsteig gewandeld. We waren met twee en heel vroeg op de ochtend vertrokken. Jammer dat ik niet opgeschreven heb van waar tot waar we gestapt zijn. Op de late avond na het eten en als het wat afgekoeld is, ga ik een stuk wandelen in de bossen rondom Hörschel. Het moet zalig zijn om vlakbij een uitgestrekt bos te wonen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik tijdens de bosrijke fietsvakantie al vaak gedacht heb: “Hier zou ik willen wonen.”. Ik mis bossen en bomen in Vlaanderen. Elke gevelde boom zou door 10 nieuwe vervangen moeten worden. Hier in Hörschel werd in 1959 de 400 jaar oude Lutherlinde geveld om de weg te verbreden. Op een infobordje bij de kerk staat: “Unweit der Rennsteigsbeginns auf dem Gelände der Gaststätte ‘Tor zum Rennsteig‘ befand sich um 1530 der Klosterhof einer Benedictinerabtei. Von hier folgte der Mönch Curt Hauser den Lehren der Reformation und pflanzte 1532 im Andenken an die Augsburger Confession eine Lutherlinde neben die damaligen Kirche.Wat jammer, een linde die een verhaal te vertellen had en vele mensen gekend had, moest wijken voor de auto. Net op dat moment komt een zeldzaam geworden Trabant over de kasseitjesweg voorbij gedenderd. Als ik de binnenkoer van het pension opga, nog steeds aan de Lutherlinde denkend, is de tweede helft van de voetbalmatch bijna afgelopen. Arbeiders die hier overnachten kijken gespannen naar het grote scherm. Mijn kamer is net boven het scherm. Het is beter beneden te blijven tot na de match. Het is België tegen Japan, zie ik nu pas. We winnen met 3-2.    


Het stadhuis van Treffurt.

Een auto van het verdwenen merk Trabant.

Het middagmaal in Creuzberg.
            
3.07.2018 Hörschel – Eisenach – Hörschel. Totaal 585 km.
Het stadje Eisenach ligt in het dal van de Hörsel dat bij Hörschel uitmondt in de Werra. Het riviertje is mijn leidraad waarlangs ik naar de geboortestad van Bach fiets. Als ik de Markt oprijd dan pas heb ik het gevoel in de stad te zijn aangekomen. Dat gevoel heb ik altijd als ik een stad bezoek. De markt is de plaats waar de stad ooit begon, waar elk stadsbezoek begint en waar meestal de toeristische informatiedienst zetelt. Eisenach heeft een frisse Markt met kleurrijke gebouwen en in zuidelijke richting over de huizen heen een uniek zicht op groene heuvels. In de Georgenkirche aan de rand van de Markt, predikte Luther zijn reformatie en werd in 1685 Johann-Sebastiaan Bach gedoopt. In het portaal van de evangelische kerk die in 1515 gebouwd werd, staat een immens groot standbeeld van Bach. In de kerk is de originele doopvont te bewonderen. Ik kruis de Georgenkirche aan op het monumentenlijstje van de stadsfolder. Het idee om van het ene monument naar het andere te hollen staat me plots tegen. Ik wil wandelen en trek door het stadspark, de heuvel op naar het Burschenschaftsdenkmal, een rond torengebouw dat in 1902 gebouwd werd. Burschenschaften zijn Duitse studentenverenigingen. Het monument is gewijd aan de studenten die gevallen zijn in de vrijheidsoorlog tegen Napoleon en in de Duits-Franse oorlog van 1870. Niet verwonderlijk dat het gebouw tegelijk een symbool is voor de Duitse eenheid. Het gebouw werd in de DDR-tijd zwaar beschadigd en is na de Wende grondig gerestaureerd. Het koepelplafond is beschilderd met Ragnoroktaferelen door de Jugendstilkunstenaar Otto Gussmann. Ik klim tot boven op de toren. Ik kijk over de omliggende beboste heuvels heen. Op één van de heuvels ligt, goed zichtbaar, de burcht Wartburg waar Elisabeth van Thüringen woonde en waar Luther een jaar lang incognito leefde. De stad ligt als een uitgevloeide roodwitte vlek tussen de heuvels, rood van de daken en wit van de muren. Terug in de stad bezoek ik het Bachhaus. Het oude huis dat deel uitmaakt van het museum is niet het geboortehuis van Johann Sebastian Bach (1685-1750) zoals men in de negentiende eeuw verkeerdelijk dacht. Zijn leven boeit mij meer dan de technische uitleg over muziekpartituren en instrumenten. Bach was net geen 10 jaar toen hij wees werd. Vijf jaar later, in 1700, reisde hij samen met zijn medeleerling Georg Erdmann van Ohrdruf naar Lüneburg dat 350 km noordelijker lag. Vermoedelijk reisden zij niet met de postkoets die veel te duur was voor hen. Het is zo goed als zeker dat zij te voet gingen, maar misschien sprongen ze onderweg af en toe wel eens op een kar. In 1754 vermelde C.P.Emanuel Bach dat zijn vader „zu Fusse von Arnstadt nach Lübeck zu Dietrich Buxtehude reiste“. Heeft Johann Sebastian de ruim 400 km lange tocht werkelijk te voet afgelegd? Was het zomer? Ik zou graag eens kunnen teruggaan in de tijd om te weten hoe zijn tocht precies verliep. Mijn fietsreis is heel wat comfortabeler, daar ben ik zeker van. Bach huwde tweemaal en had 20 kinderen waarvan 7 kinderen hun eerste verjaardag niet haalden en 3 niet ouder dan 5 jaar werden. Enkele keren per dag geeft het Bachhaus een muziekvoorstelling. Een organist bespeelt verschillende oude orgels en geeft uitleg. Ook al begrijp ik niets van de technische uiteenzettingen die de man geeft, ik vind het aangenaam om ernaar te luisteren en te kunnen zitten. Hoeveel kilometer zou ik vandaag gestapt hebben? Ik heb er honger van gekregen ook al heb ik deze middag stevig gegeten: Thüringer Klößen met rode kool en rundsgebraad. Later in de namiddag kon ik niet weerstaan aan een ijsje en nu heb ik een stevig broodje besteld. Voor sluitingstijd loop ik de boekhandel Thalia in de Karlstraße binnen. Een half uurtje later kom ik buiten met ‘Kaltes Wasser’ van Jacob Hein ook al had ik mij voorgenomen niets te kopen. Ik heb meteen zin om te lezen en neem plaats op een zitbankje aan het Stadtschloß op de Markt. 20h30: terugkeer naar Hörschel.   


Het plafond in het Burschenschaftsdenkmal.

De Markt in Eisenach met Rathaus en Georgsbrunnen.

Het Bachhaus in Eisenach.
                
4.07.2018 Hörschel – Gerstungen – Heringen – Philippsthal – Bad Salzungen. Totaal 648 km.
Over de kasseitjes van Hörschel fietst het bijna zoals op asfalt. De weg is recent heraangelegd en in perfecte staat. Heel wat zachter dan de bolle kasseien van de Vlaamse veldwegen die ondanks het ondraaglijke schokken zo populair zijn in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Ik volg de hele dag de Werra stroomopwaarts. De meanderende rivier en zijn dal worden smaller, de fietsroute wordt licht golvend. Vanaf Göringen tot Sallmannshausen loopt de grens tussen Hessen (West-Duitsland) en Thüringen (Oost-Duitsland) in het midden van de Werra. De brug over de Werra die de dorpen Herleshausen in Hessen en Lauchröden in Thüringen met elkaar verbond, werd na de val van de Muur herbouwd. Een groot infobord met foto’s en tekst bij de brug houdt de herinnering aan de scheiding wakker. Een tiental kilometer verderop duikt bij Heringen een grote witte berg op. De indrukwekkende afvalberg Monte Kali is 200 meter hoog, omvat 200 miljoen ton zoutafval en is het resultaat van de kaliummijnbouw. Kaliumzouten worden o.a. gebruikt als kunstmeststof. (www.kalimuseum.de, http://www.kali-gmbh.com). Een tweede gigantische en van ver zichtbare afvalberg ligt zuidelijker bij Philippstal. De Kalibergbau is ruim 100 jaar de belangrijkste werkgever in de streek. Het kalimuseum in Heringen heb ik niet bezocht. Minder inspannend, zelfs helemaal ontspannend is een terrasje op de binnnenkoer van Schloß Philippsthal. Het gebouwencomplex met een park doet niet meteen aan een kasteel denken. Één vleugel brandde in 1976 af. Het nieuwe gebouw op de fundamenten van het vorige bevat winkels en een rusthuis. In Merkers-Kieselbach werd nog tot 1993 in de kalimijn gewerkt. Wie ondergronds wil gaan doet best een beroep op Erlebnis-Bergwerk-Merkers. (www.erlebnisbergwerk.de). Mijn eindbestemming voor vandaag is het kuuroordstadje Bad Salzungen dat over natuurlijke zoutbronnen beschikt. Het is halfvijf als ik langs de Werra het stadje binnenfiets. Als vanzelf kom ik langs de spoorlijn aan het unieke Gradierwerk met tuin en toegang tot het kuur- en welnesscentrum (www.gradierwerk-badsalzungen.de). De 150 jaar lange kuuroordgeschiedenis wordt in het naastliggende museum uit de doeken gedaan. Tot de museumsite behoort een 18-meter hoge boortoren. De toren werd gebouwd in 1868 om pekelwater van 140 meter diep op te pompen. Op het torendak zit een ooievaarsnest met een ouderpaar en twee jongen die binnenkort zullen uitvliegen. Het toeristenbureau zoekt een overnachting voor mij. Ze vinden nog een hotelkamer in Haus Hufeland aan de Burgsee. Mijn kamer heeft uitzicht over het meer dat helemaal door bos is omgeven. Prachtig! Ik keer zo snel mogelijk terug naar het Gradierwerk en de tuin. De tijd dat ik alles wou zien is voorbij. Soms is het voldoende iets moois te ontdekken en er lange tijd van te genieten. Ik zit wel een uur in de tuin zonder me te vervelen. Af en toe komt een vleugje zoute koele nevel van het Gradierwerk over me heen gewaaid. Rusten is een intense bezigheid en ik krijg er honger van. In Kärtoffelkäfer, Silge 11, probeer ik een vegetarische ovenschotel die tot mijn verwondering heel gevarieerd is. Wat een meevaller! Later op de avond wandel ik rond de Burgsee en ik ben niet de enige. Er is een ruime parkstrook met een heel breed wandel- en fietspad rond het meer en veel zitbanken. Daar waar er huizen zijn, staan ze ver weg van de oever.   



Kunstwerk 'Aus der Enge in die Weite', van Tobias Michael in de buurt van Herleshausen.
www.holz-kunst-michael.de
Het kunstwerk maakt deel uit van het kunstproject 'Grenzerfahrung'.
De Monte Kali in Heringen gezien vanaf de oever van de Werra.

Kuuroord in Bad Salzungen.
5.07.2018 Bad Salzungen – Breitungen – Wernshausen – Wasungen – Meiningen. 
Totaal 698 km.
Het is elf uur als ik met een ritje rond de Burgsee afscheid neem van Bad Salzungen. Aan het Gradierwerk ontmoet ik twee Nederlandse meisjes die eveneens naar Praag fietsen. Ze kamperen en leggen dagelijks 70 tot 80 km af. We slingeren langs de Werra tussen de heuvels door. Er zijn vandaag nauwelijks bezienswaardigheden langs de route. Als er in de omliggende dorpjes al eens een kasteel of interessante kerk te zien is, dan neem ik niet de moeite de route te verlaten uit schrik voor steile hellingen. Het enige wat vandaag indruk maakt, is het Joodse kerkhof van Barchfeld langs de Nürnbergstraße. Een infobordje vermeldt onder andere dat tijdens de reichspogromnacht in 1938 de synagoge in dezelfde straat volledig vernield werd. In de vooravond google ik naar meer informatie. Die nacht en in de volgende dagen werden in Duitsland 1400 synagogen en duizenden Joodse huizen, winkels en kerkhoven vernield of beschadigd. Vierhonderd Joden stierven en 30.000 Joden werden gevangen gezet in concentratiekampen. Wir haben es nicht gewußt. De houding van de kerk varieerde van positief tot passief. De Protestantse bisschop van Thüringen was zelfs verheugd over de vernietiging van de synagogen en was van mening dat Luther (°10/11/1483) zich geen mooier verjaardagsgeschenk had kunnen wensen. Luther schreef in 1543: “ Men moet hun synagogen en scholen in brand steken en wat niet wil branden, moet men met aarde overdekken zodat geen mens er een steen of sintel meer van ziet, voor eeuwig niet ”. Ik wist niet dat Luther een Jodenhater was. Vreselijk maar te ver weg in de tijd om gechoqueerd te zijn en zodra ik mijn kamer verlaat denk ik er niet meer aan. Ik logeer in hotel ‘An der Kapelle’ aan de Anton-Ulrich-Straße in Meiningen (www.meiningen.de ). Het verbaast me dat het zo rustig is in de stad. De Markt ligt er verlaten bij. Op het terras van de pizzeria zijn slechts enkele tafeltjes bezet. Een babbel zit er dus niet in. Een ongeschreven wet dicteert immers dat je uit respect voor de andere gasten zo ver mogelijk van hen gaat zitten. Geamuseerd voorbijgangers keuren kan ik ook niet doen. De enige bezigheid is de voorbije dag herbeleven in mijn hoofd, de hele route fietsen en af en toe eens spieken in mijn notitieboekje als ik niet verder kan. Ik heb zelfs tijd te kort om de foto’s te bekijken want zodra de pizza op is, wil ik wandelen. In het park aan de Werra ligt het barokke Schloß Elisabethenburg dat tot 1918 de residentie was van de hertogen van Saksen-Meiningen. Momenteel hebben o.a het stadsarchief, het Max-Reger-archief, het Meininger Museum, een muziekschool en het stadsbestuur er onderdak. In de Schloßkirche bevindt zich een concertzaal. Het Schloß Elisabethenburg is dan ook indrukwekkend groot. Van hieruit volg ik de Bleichgraben, een kanaaltje in een groene strook met een wandelpad om het stadscentrum. Zo kom ik terug aan het begin van de Anton-Ulrich-Straße waar twee rijkelijk versierde en vakkundig gerestaureerde vakwerkhuizen staan. Het zijn niet de enige burgerlijke monumenten van de stad. Ik loop willekeurig door de straten en kom her en der toevallig verrassende pareltjes tegen waaronder verschillende bouwwerken van de in Meiningen geboren architect Karl Behlert (1870-1946). Een grote diversiteit aan bouwstijlen is het beeld van de mooie stad dat ik na de lange avondwandeling meeneem naar het hotel ‘An der Kapelle’ waarvan de naam verwijst naar de kapel die op het pleintje aan het hotel stond.
De ooievaars in Bad Salzungen.

Meiningen.

Meiningen.
6.07.2018 Meiningen – Themar – Kloster Veßra – Hildburghausen. Totaal 744 km.
De donkere zwarte wolken die gisterenavond laat over de stad hingen, zijn vertrokken zonder een druppel regen achter te laten. Er wordt opnieuw een warme dag voorspeld. De wind komt uit het noordwesten wat voordelig is voor mij ook al laat hij met moeite de bladeren ritselen. Ik besteed weinig aandacht aan de dorpjes onderweg. Ik ben vooral gefocust op Kloster Veßra en vergeet zelfs het stadje Themar te bezoeken. Het stadje met slechts 3000 inwoners draagt sporen van een treurige geschiedenis. De Hexenturm aan de westzijde van de grotendeels behouden stadsmuur met oorspronkelijk 7 torens herinnert aan de heksenvervolging in de stad van de zeventiende eeuw. Dat heb ik dus niet gezien. Kloster Veßra is een twaalfde eeuws premonstratenzer klooster in het gelijknamige dorpje. 400 jaar later wordt het klooster opgeheven en krijgt een agrarische bestemming. Vandaag huisvest het domein een openluchtmuseum of nog mooier in het Duits: ein Freilichtmuseum. (www.museumklostervessra.de). Het is hoofdzakelijk een landbouwmuseum met aandacht voor de ontwikkeling van de landbouwtechniek. De evolutie in de graanoogst is mooi geïllustreerd. De pik, de vlegel en de wanmolen worden opgevolgd door de pikbinder getrokken door een paard en de dorsmolen aangedreven door een rosmolen en later door een stoommachine op ijzeren wielen. Op vergrootte oude foto’s zijn de machines in werking te zien. In een paar grote schuren staan stoomlocomotieven, de eerste tractoren en de eerste pikdorsers tentoongesteld naast vele andere machines elk voorzien van een uitgebreide technische fiche. Op het domein staan meerdere heropgebouwde en ingerichte vakwerkhuizen en andere gebouwen uit de streek zoals een brouwerij uit Wollfmannshausen, een watermolen uit Wolmuthausen, een smidse uit Leutersdorf, een kerkhofkapel uit Breitungen,….In totaal staan een 40-tal gebouwen op het domein. Het kloosterdomein had sinds de twaalfde eeuw een eigen watermolen om graan te malen. In 1879 volgde de bouw van een turbinehuis met twee waterturbines van het type francisturbine. Aan het begin van de twintigste eeuw produceerden de turbines elektriciteit voor de fabriek op het domein die eerst porselein, daarna wapens en tenslotte meubels vervaardigde. Sinds 2003 wordt opnieuw elektriciteit geproduceerd. Van de vroegere kloostergebouwen zijn o.a. de torens van de kloosterkerk, de zuidelijke kapel, de Henneberger Kapelle, een restant van de kruisgang, de zuidelijke en de westelijke kluis behouden. In hoeverre de kloostergebouwen nog origineel zijn, weet ik niet. Wat ik hier niet verwacht had, is een tentoonstelling in één van de huizen over de Duitse vluchtelingen op het einde en na de tweede wereldoorlog. 12 tot 14 miljoen Duitsers vluchtten al dan niet gedwongen uit de oostelijk gelegen landen naar Duistland. Ze kwamen o.a. uit Rusland, Polen en Tsjechoslovakije. Een ingewikkelde geschiedenis waarvoor ik de moed niet kan opbrengen ze staande te lezen. Ik doorloop de tentoonstelling vluchtig. Het museum is een bezoek van een halve dag zeker waard en wie alles grondig wil bestuderen en fotograferen kan er gemakkelijk een dag doorbrengen. Na een paar uur, meer tijd heb ik eerlijk gezegd niet, verlaat ik het domein. Toch ben ik zeer tevreden. Het is de eerste keer dat ik een dorsmolen gezien heb waarmee in de eerste helft van de vorige eeuw van boerderij tot boerderij werd rondgereden. In Bokrijk schenkt men jammer genoeg geen aandacht aan de evolutie van de landbouwtechniek, een gemiste kans. Ik moest dus wachten tot vandaag om een echte dorsmolen te zien. In Hildburghausen hou ik het fietsen voor bekeken. Ik heb vanmorgen enkele slaapadressen in het stadje genoteerd en ga op zoek. Het wordt ‘Zur Falkenklause’ aan de Wilhelm-Rathke-Straße,1. Ik neem een avondmaal in het pension en maak nog een wandeling tot de marktplaats waar ik het Nederlands fietskoppel terugvind dat ik eerder op de avond kort ontmoette tijdens mijn zoektocht naar een overnachting. Het zijn gezellige mensen die het niet erg vinden als ik op het terras kom bijzitten. De weinige gelegenheden die zich tijdens de reis voordoen om een langer gesprek te hebben dan de bestelling van een drankje of een ijsje benut ik maar al te graag. En wat een verhaal zeg! Hij heeft drie nieren en zij één. Een grote toevalstreffer was het dat zij een nier kon afstaan aan haar zieke man. Net zoals ik, moet hij zijn gezondheid in de gaten houden en binnen de lijntjes kleuren. Ze fietsen dezelfde route als ik. Uit nieuwsgierigheid wou ik weten of zij ook veel meer kilometers fietsen dan de aangegeven afstanden in de reisgids. Officieel hebben we 665 kilometer gefietst. Zij hebben tot nu toe iets meer dan 700 en ik 744 km. Een hele geruststelling dat anderen ook meer kilometers afleggen. Het ligt niet aan de teller. Het zijn de extraatjes tijdens het rondrijden in een stad die het totaal wat aandikken.           

Dorsmolen en stoomlocomotief.

Dorsmolen tentoongesteld in Kloster Veßra.

De Markt in Hildburghausen.
7.07.2018 Hildburghausen – Bad Rodach – Meeder – Coburg. Totaal 787 km.
In de buurt van het hotel was er gisterenavond tot laat in de nacht een keiluide technoparty die me lang wakker hield. De nacht voordien waren het de terrasgasten van het hotel-restaurant die tot laat op de avond luidruchtig waren, een andere keer ronkten de hoteldiepvriezers in de onderliggende kamer de hele nacht door. Aan de Burgsee waren het de gevelrestaurateurs die me ’s ochtends vroeg wekten. Ach, het is altijd wel iets dat aan mijn nachtrust knabbelt en als het al eens allemaal in orde is dan is er wel een mug die pesterig zoemt. Slaaptekort heb ik desondanks nog niet. Het aantal kilometers blijft beperkt vandaag. Ik fiets niet verder dan het schattige Coburg waar ik de sfeer wat langer wil opsnuiven dan de tijd nodig voor een doorritje. De Werra die mij sinds Hann.Münden 260 km tussen de Hessense en Thüringse heuvels geloodst heeft, is niet langer mijn gids. (www.werratal.de). Er komen dus waarschijnlijk meer hellingen. Ik verlaat ook definitief de vroegere DDR en rij de deelstaat Beieren binnen. Ik weet voldoende en ben klaar voor de start net als de 176 wielrenners die straks de Tour de France aanvatten op het eilandje Noirmoutier. Onderweg naar Coburg kom ik in Bad Rodach. Bad doet meteen denken aan een kuuroord. Ik merk er zelf niets van bij mijn doortocht door het stadje en heb ook geen behoefte om met dit warme weer in een wellnesscentrum rond te hangen. De stad Rodach werd in 1999 erkend als ‘Heilbad’ en haar naam werd uitgebreid tot Bad Rodach. Het begon in maart 1972 toen een ‘Thermalquelle’ aangeboord werd op 652 meter diepte. Vier jaar later werd het thermaalbadcentrum geopend dat het ondergrondse warme water benut. Bad Rodach heeft nog andere toeristische troeven zoals het Jagdschloß. Het in bruinrood en wit geschilderde achttiende eeuws kasteel werd in 1874 door de hertog verkocht aan Rodach waarna het als school gebruikt werd. Sinds 1982 is het kasteel een Heimatmuseum. Op het marktplein is een terrasje met schaduw van waaruit ik het dagelijks leven bespied terwijl ik verse soep met brood eet. Auto’s komen en parkeren. Mensen stappen uit en gaan weg, sporadisch een fietser,…. Wat gebeurde er op het marktplein op 7 juli 1918? Wat zal er gebeuren op 7 juli 2118? Kon ik maar door de tijd reizen! Onbeantwoord laat ik mijn vragen achter en fiets verder. Vanaf Meeder zijn er fietsbordjes naar Coburg en van ver is de burcht van Coburg op een groene heuvel te zien met op de voorgrond industriële gebouwen. Het vlakke stadscentrum strekt zich uit tussen het riviertje Itz en de burchtheuvel met op de heuvelflank het stadspark. Sinds de zestiende eeuw tot 1918 was Coburg de residentie van de hertogen von Sachsen-Coburg. Het is de geboortestad van Leopold von Sachsen-Coburg und Gotha, de latere Belgische koning Leopold I. Hij werd in 1790 geboren en in 1819 kwam ook zijn neef Albert in Coburg ter wereld, de latere prins-gemaal van de Britse Queen Victoria. Een standbeeld van Albert von Sachsen-Coburg und Gotha staat op de kleurrijke Markt. Aan de noordzijde neemt het Stadthaus de volledige breedte van de Markt in. Aan de andere zijde staat het Rathaus. Een gezellige drukte vult het plein. Het is hier heerlijk vertoeven zeker op een zonnige warme dag met een staalblauwe hemel zoals vandaag. Een overnachting vind ik bij ‘Goldener Anker’ in de Rosengasse nabij de Markt. Het klinkt duur en het is duur. Er tegenover staat geen extra luxe. Integendeel, mijn raam ziet uit op het steile dak van de achterbouw van het hotel en airco’s draaien op volle toeren. Vlug weg en hopelijk is het deze nacht stil. Helemaal naar mijn smaak is het Schloß Ehrenburg waar de hertogen von Sachsen-Coburg resideerden. In de negentiende eeuw werd de gevel in neogotische stijl verbouwd. Woon- en feestruimtes zijn in Franse Empirestijl uitbundig gedecoreerd. Er zijn o.a. de Hofkirche, de Riesensaal en de Thronsaal. Zeker een bezoek waard. En dan is het klimmen door het park Hofgarten. Op het einde van de wandeling leiden vele trappen tot de Veste Coburg. De burcht kent een heel bewogen bouwgeschiedenis. De oudste delen dateren van de vroege dertiende eeuw. Archeologische bevindingen gaan terug tot de tiende eeuw. Ook in vorige eeuw werden nog grote bouwwerken uitgevoerd. Voor een rondgang in de burcht ben ik te laat. De binnenhof is nog toegankelijk. De gebouwen zijn indrukwekkend. Terug in de benedenstad merk ik dat op de riooldeksels de afbeelding staat van een Afrikaanse man met een grote oorring. Het zelfde hoofd met oorring staat als zwart beeldje in de etalage van de toeristische dienst te koop voor 15 euro. Op de sokkel van het beeldje staat Coburger Mohr. Het stadswapen draagt dezelfde afbeelding op een gele achtergrond. Waarom een Afrikaanse man? Het is even gek als de klauwende leeuw op de Vlaamse vlaggen. Maar er is een uitleg. Twee vrouwen die ik aanspreek, moeder en dochter weten het ook niet. De dochter googelt en leest. We begrijpen niet alles, ze googelt verder tot we denken de geschiedenis te begrijpen. De Coburger Mohr verwijst met grote waarschijnlijkheid naar de heilige Mauritius. Hij werd geboren in Egypte en overleed in 287 in Zwitserland. Mauritius wordt gezien als de aanvoerder van het Thebaanse legioen in het Romeinse leger. Het legioen vertrok in opdracht van keizer Maximianus naar het huidige Zwitserland om een opstand neer te slaan. De soldaten moesten offers brengen aan de Romeinse goden en de lokale christenen vervolgen. Ze weigerden omdat ze zelf christenen waren en werden gedood. Wat een bizar verhaal van lang geleden dat zich niet eens in Coburg afspeelde en niemand weet hoeveel waarheid het bevat. Hoe de heilige Mauritius patroonheilige geworden is van Coburg dat is dan weer een heel ander verhaal. Het is genoeg voor vandaag, mijn maag knort, mijn benen willen rust en de twee vrouwen willen ook verder. In restaurant ‘Goldener Kreuz’ vlakbij de Markt in de Herrngasse neem ik de aangeprezen schotel. Schäufele mit Sauerkraut und Coburger Klößen. Tiens, bestaan er ook Coburger Klößen? De ober knikt. Deze zijn bereid met de helft rauwe en de helft gekookte aardappelen terwijl de Thüringer Klößen 2/3 rauwe aardappelen bevat. In zoverre ik nog weet hoe de Thüringer Klößen smaken, zijn deze even lekker. Zo bijzonder is het ook weer niet. Het is gewone Duitse boerenkost maar in de ogen van een toerist is het exotisch. 


Bad Rodach

De typische Coburger erker.

De burcht van Coburg.
8.07.2018 Coburg – Untersiemau – Lichtenfels – Burgkunstadt – Kulmbach –Wirsberg. Totaal 855 km.
Als mijn ontbijt ten einde is, tel ik drie servetten die mij ongevraagd gegeven zijn. In alle hotels en restaurants wordt kwistig omgesprongen met servetten. Meestal gebruik ik ze niet. Wanneer ik ze laat liggen, belanden ze in de vuilnisbak, en dus neem ik ze mee als zakdoek. Waarom biedt men de servetten niet bij het buffet aan voor wie er één wil? Dit zou milieuvriendelijker zijn, tenminste als er geen klanten zijn die een halve stapel meegraaien. Het gaat natuurlijk niet om die servetten alleen maar om ons totale consumptiegedrag. We behoren tot de 15% van de wereldbevolking die 60% van alle geproduceerde goederen consumeert en 50% van de CO2-uitstoot veroorzaakt. Een Europeaan stoot gemiddeld per jaar 8 ton CO2 uit. Ik voel mij daar niet meer lekker bij. Misschien komt er ooit een generatie die zich vol ongeloof en onbegrip zal verbazen over onze verspilzucht en consumptieverslaving. Ik kijk nog eens goed rond of ik niets vergeten ben en verlaat mijn hotelkamer met de volgende  vraag in gedachten. Heb ik alles bezocht in Coburg? Neen, absoluut niet. De musea van de burcht Coburg en het Schloß Ehrenburg, het Grabungsmuseum im Kirchhof, het Puppenmuseum en andere musea stonden niet meteen op mijn lijstje. De drie torens Judentor, Ketschentor en Spitaltor heb ik gisteren tijdens mijn avondwandeling gezien. Van het Münzmeisterhaus in de Ketschengasse en het Mausoleum der Herzöge von Sachsen-Coburg und Gotha en hun familie op het Friedhof am Glockenberg had ik geen weet. Sommige van de in Coburg begraven hertogen zijn de verre voorouders van onze koning. Koning Filip heeft geen moeite moeten doen om zijn stamboom te kennen die in de loop van de voorbije acht eeuwen netjes is bijgehouden. Ik kom met mijn stamboom niet verder dan het begin van de achttiende eeuw. Wanneer ik nog wat lukraak door de stad fiets kom ik toevallig aan de lutherse Stadtkirche St.-Moriz. Het is de oudste kerk van Coburg, in oorsprong een romaanse basilica uit de dertiende eeuw. Er is buiten in de schaduw van de kerk een doop aan de gang. Het is een vrouw die de viering voorgaat. Er wordt gezongen en er worden teksten gelezen, en jawel, er wordt ook eens hartelijk gelachen. Ik volg niet de hele viering en zet koers in zuidelijke richting naar Lichtenfels aan de Main. Het is zondagmiddag, de Markt van het ingeslapen stadje zindert in de hitte. Alles is dicht behalve de Vietnamees waar enkelingen zoals ik snel iets komen eten, niet voor de gezelligheid maar omdat het biologisch aangewezen is af en toe te eten. Lichtenfels was in de negentiende eeuw de Korbmacherstadt van Bayern en was een centrum van mandenvlechters en mandenhandel. De stad zet de traditie op een moderne manier verder en heeft een instituut voor vlechtwerk en een jaarlijkse markt. (www.flechtkultur.eu , www.korbmarkt.de). Vanaf Lichtenfels volgt de route de Main stroomopwaarts. Stroomafwaarts zouden we o.a. langs Würzburg, Ashaffenburg, Frankfurt-am-Main en Mainz komen waar de Main in de Rijn uitmondt. Fietsen in het dal van een rivier betekent meestal minder zware hellingen dan dwars over de heuvels. Van zodra je het dal verlaat moet je klimmen en dat is het geval in Burgkunstadt. Is het om de sportieve uitdaging dat ik perse naar het oude stadscentrum wil of hoop ik iets interessants te ontdekken? Ik weet het zelf niet. De sportieve uitdaging ga ik niet aan en ik duw de fiets traag te voet naar boven en moet zelfs eens stoppen om op adem te komen. Een klein marktplein met een roodwitte meiboom, een mooi kerkje, goed onderhouden huizen, een sober stadhuis, alles netjes geverfd, geen sporen van vuil en nergens een teken van verval. Keurig en proper, saai en heel stil. Ik bekijk het allemaal eens, neem een paar foto’s en keer terug naar de levendiger buurt van de benedenstad voor een drankje en dan weer verder zoals op een zondagse fietstocht in Vlaanderen, een fietstocht om eens van tussen de vier thuismuren weg te zijn, een fietstocht bij mooi weer zonder specifiek doel door het land tussen Schelde en Dender. Dat gevoel heb ik wel meer tijdens deze vakantie, op momenten dat ik ergens tussen velden en weiden fiets, verzonken in gedachten en er niet meer aan denk onderweg te zijn naar Praag. Heerlijk toch, ergens te zijn en er niet echt te zijn en bij elke duw op de pedalen in gedachten te verdwalen. Helaas duurt dit nooit lang. Ik moet altijd aandachtig zijn en de wegwijzerbordjes van de Mainradweg in het oog houden. (www.mainradweg.com). De Main ontstaat uit de samenvloeiing van haar bronrivieren de Weißer Main en de Roter Main bij Melkendorf. De route loopt jammer genoeg niet langs de Mainzusammenfluß maar neemt een kortere weg naar Kulmbach, een stadje aan de Weißer Main. Ik kom langs de Kulmbacher Brauerei. De grootte van de brouwerij is het best met cijfers te illustreren: 1,6 miljoen hectoliter bier en 900 medewerkers. Ik besteed nauwelijks aandacht aan het stadje dat zeker een bezoekje waard is. In de uitgestrekte burcht Plassenburg, op een heuvel uiteraard, zijn het Zinnfigurenmuseum en andere musea ondergebracht. De vroegere Mönchshofbrauerei is nu een bakkerij- brouwerij- en kruidenmuseum. Ook de Altstadt heeft tal van historische gebouwen en knusse hoekjes. Ik eet snel een vegetarische pitta op het terrasje van een Turkse snackbar en fiets het stadje door. Jammer maar ik vond deze morgen op het internet geen overnachting in Kulmbach en dus heb ik verder weg op de route in Wirsberg een kamer gereserveerd. Om tot het Jugendtagungshaus in de Sessenreutherstraße te komen, is een zware inspanning nodig. De laatste 650 meter moet ik te voet, de fiets duwend, steil klimmend en al puffend afleggen. Dat had ik helemaal niet meer verwacht. Van Coburg tot Lichtenfels was het sterk heuvelachtig en daarna was het nagenoeg vlak langs de Main, de Weißer Main en de Schorgast tot de voet van Wirsberg. Waarom bouwt men een jeugdherberg boven op een berg? Vloekend, duwend en sputterend stap ik tot boven om het antwoord te weten. Een adembenemend ver uitzicht is de verrassing waarvan ik nog ruim een uur kan genieten tot de conciërge komt. Er is niemand behalve een gezin uit Dresden dat achter de jeugdherberg kampeert. Ik krijg meteen een verklaring van de conciërge. Morgen komt een schoolklas voor enkele dagen. Hebben ze dan geen vakantie? Terwijl ze me de kamer toont, legt ze uit dat de kinderen in Beieren vanaf eind juli tot half september vakantie hebben. De kamer is voor mij in orde. Ze overhandigt de sleutels, legt uit hoe het ontbijt verloopt en neemt afscheid. Ik spoel mijn hemd en T-shirt en hang ze buiten te drogen in een boom. Het is al enkele dagen heel warm en ook de komende dagen blijft het zuiders warm, droog en dorstig. Ik reken het na: minimum drie liter heb ik vandaag gedronken.  
Burgkunstadt.


Kulmbacher Brauerei.
9.07.2018 Wirsberg – Himmelkron – Bad Berneck – Bischofsgrün. Totaal 885 km.
Ik reserveer een kamer in Bischofsgrün, een wintersportdorp en het hoogste punt van de fietsroute naar Praag op slechts 30 km van Wirsberg. Heel bewust kies ik voor een korte rit want ik mag een pittige route verwachten met veel hellingen die met de fiets te zwaar zullen zijn. Tot Bad Berneck aan de rand van het Fichtelgebirge valt het best mee en ik ben dan al halfweg. Halfweg is een goede reden om te pauzeren ook al staan er nog maar 15 dagkilometers op de teller. Op een oud sfeervol terrasje -het is eerder een open veranda- zitten enkele lokale bewoners luidruchtig te kletsen, te drinken en te roken. Het is net dat luidruchtig geklets waarvan ik niets begrijp dat het gezellig maakt en mij verhindert na te denken. Mijn hoofd wordt stilaan leeg bij een thee en een te droge cake. De omgeving, een marktpleintje met een kerk heeft een opknapbeurt nodig om de roem van weleer als kuuroord te herwinnen. De fietsbordjes naar Bischofsgrün zijn hier zoek en dus fiets ik maar wat rond in de hoop toevallig een bordje te vinden. Het stadje is maar enkele straten groot en ligt tussen bergachtige heuvels. Ik kom langs de Ölschnitz, een zijriviertje dat uitmondt in de Weißer Main nabij het stadscentrum. Een asfaltwegje langs het water, hoge rotswanden, gazons met banken, een colonnade, een hotel,…. Hier is het kuuroord maar er is geen volk. Het is heerlijk slenterfietsen in de bosrijke omgeving, alsmaar verder. Misschien kan ik van hieruit naar Bischofsgrün. Ik schakel de gps in. Nog 17 km, het lijkt vlakbij. Het asfaltwegje wordt een grindpad en verder een smal bijna dichtgegroeid bospad. De gps zegt door te gaan. Het is hier prachtig. Het is niet de weg van de fietsgids. Het geeft het gevoel avontuurlijk te zijn. Helling op, helling af, te voet, op de fiets. Af en toe de tijd nemend om te kijken en het open landschap met graslanden, velden en bossen op de heuveltoppen te memoriseren. Een uitvergrootte versie van de Vlaamse Ardennen is mijn conclusie. Ik kom nauwelijks vooruit langs de gehuchten Hermersreuth, Metzlerreuth en Wülfersreuth. De uitgang reuth verwijst naar een ontgonnen stuk grond in het woud waar het dorp ooit eeuwen geleden ontstond. Intussen is nagenoeg het hele gebied ontbost. Het is vier uur in de namiddag als ik aan het Landgasthof Waldlust  in het stille Bischofsgrün aankom. Het pension ligt aan de rand van het dorp nabij een groot dennenbos en gaat pas om zes uur open. Wandelen in het bos, languit op een bank liggen, wat lezen in ‘Kaltes Wasser’ en indommelen. De tijd is zo om. De gastheer van het pension is heel behulpzaam en prijst een paar eetgelegenheden aan in het dorp. Op het terras van hotel Jägerhof in de Hauptstraße wordt Wildschweinebraten mit Blaukraut und Klößen aangeboden. Lekker!


Een mobiele uitkijktoren.


Bad Berneck.


Landschap tussen Bad-Berneck en Bischofsgrün.
10.07.2018 Bischofsgrün.
Het regent! De pensionhouder beweert dat het de hele dag zal regenen. De beslissing is dan ook vlug genomen. Ik blijf nog een dag, ga wat lezen op bed in ‘Kaltes Wasser’ van Jacob Hein, val in slaap, word wakker, lees verder,…. De middag is allang voorbij als ik buitenkom. Het regent niet meer. In Siebenstern, een Gasthaus in het dorpscentrum eet ik forel met Klößen en een slaatje. Daarna sprokkel ik een picknick samen voor vanavond, laat mijn baard trimmen door een kapster en ga wandelen. Het wordt een wandeling door het bos, een rechte weg tot aan het meertje de Karchesweiher en terug, geen sportieve uitdaging, een tijdvuller, meer niet. ’s Avonds is er een TV-documentaire in de reeks ‘Goodbye DDR’ over de minister van Staatssicherheit of kortweg de Stasi. Ik wil zijn naam niet uitspreken. Hij was de baas van de Stasi van 1957 tot de val van de muur in 1989. Hij was een keiharde communist en verantwoordelijk voor het repressieve klimaat. Dat ik zijn naam niet wil uitspreken heeft te maken met de manier waarop we geschiedenis werden onderwezen. We moesten de namen van de grootste misdadigers en dictators uit de geschiedenis leren, een aaneenrijging van zinloze oorlogen. Het leven van de gewone mensen kwam niet aan bod of van zij die probeerden de wereld profetisch te waarschuwen zoals de leden van de Weiße Rose.

Ochsenkopfschanze.


TV-serie: Goodbye DDR.

11.07.2018 Bischofsgrün – Fichtelberg – Marktredwitz – Arzberg. Totaal 936 km.
Bijna elke ochtend word ik tijdens de fietstocht wakker in een stadje. Waarschijnlijk zal het vandaag de enige keer zijn dat de dag in een bos start. Het is zwaarbewolkt en het miezert soms. Er zijn opklaringen beloofd. De tocht gaat door het bos tussen de bergtoppen Ochsenkopf en Schneeberg, naar het Fichtelmeer en verder naar het dorp Fichtelberg. Ik volg een stuk de bewegwijzerde Fichtelnaab-Radweg (http://www.schoene-radtouren.de/fichtelnaab-radweg.html ) en verlaat de Radweg in Ebnath. Mijn route loopt zonder fietsbordjes in noordoostelijke richting naar Rodenzenreuth. Ik volg heel nauwkeurig de weginstructies in de fietsgids en slaag erin om zonder fout te rijden het dorp te bereiken. Vanaf Rodenzenreuth begint de Wallenstein-Radweg tot de Tsjechische stad Cheb. (www.wallenstein-radwanderweg.de). Nog 40 km, dat lukt absoluut niet en dat hoeft ook niet. Ik vorder veel te traag om vandaag tot Cheb te geraken. Morgen kom ik er zeker en vast. Zolang een slak kruipt, kan ze de wereld rondreizen, al duurt het een eeuwigheid. Als het eergisteren de Vlaamse Ardennen waren, dan zijn het vandaag de Ardennen.  Nochtans is de rit landschappelijk lichter dan eergisteren. Hoe een streek ervaren en herinnerd wordt, wordt niet enkel door het landschap bepaald. De zon, de wind en de regen vormen mee de herinnering, net zo goed als de spieren en de zenuwen hun sporen in het beeld nalaten. Vermoeidheid kan zacht glooiende heuvels tot gigantische bergen plooien die zelfs te voet niet te overwinnen zijn. Maar zo erg is het nu ook weer niet. Traag vorder ik tot het stadje Marktredwitz. Het is niet meteen een stadje met een grote geschiedenis en vele verhalen. Toch doet Marktredwitz zijn best om toeristen te verleiden. Goethe woonde er in augustus 1822 tijdens zijn bezoek in het Rathaus. Zijn kamer is nu ingericht als Goethezimmer. In Arzberg waar ik overnacht in het pension Zur Post, was een andere bekende Duister op bezoek. Alexander Von Humboldt woonde van 1792 tot 1798 aan de Humboldtstraße 4. Ik betwijfel of het huis waarop het infobordje hangt nog origineel is. In het restaurant Bergbraü op de benedenverdieping is er geen enkele verwijzing naar Humboldt. Ik ben de enige gast en bestel Rehragout mit Preißelbeeren, Rosenkohl und spätzle. Humboldt werkte in Arzberg als mijningenieur (Oberbergmeister) en richtte er een mijnschool (Bergschule) op. Al in de vijftiende eeuw werd in Arzberg steen gedolven die ijzererts bevat. In de achttiende eeuw werd de activiteit op een efficiëntere manier hernomen. Tijdens de WOII werd de mijnbouw in Arzberg definitief stopgezet. Vandaag herinnert de vroegere mijnsite ‘Der Kleine Johannes Bergbau’ als museum nog aan het harde werk. Het terrein is vrij toegankelijk. Enkele roestige mijnkarretjes en een kleine locomotief op spoorrails en andere roestige machines zijn de laatste getuigen van de mijnbouw. In 2002 werd de vroegere schachttoren (Förderturm) heropgebouwd. Het museumgebouw is dicht. Er zijn verschillende infoborden met gedetailleerde informatie en dat volstaat voor mij. De mijnbouw is niet de enige industrie die hier verloren is gegaan. Het Fichtelgebergte leverde de grondstoffen voor de productie van porselein. De porseleinindustrie kwam tijdens de negentiende eeuw in Arzberg tot bloei. De laatste fabriek ging echter in 2013 dicht. Het merk Arzberg-porzellan bestaat evenwel nog. De teloorgang van de mijnbouw en de porseleinindustrie is misschien de verklaring waarom de benedenstad in het dal van de Röslau zo verwaarloosd is. Het hoger gelegen stadsgedeelte op de Kirchberg heeft een netter voorkomen. Het is duidelijk dat hier kapitaalkrachtiger mensen wonen.

Marktredwitz.

De benedenstad van Arzberg.
12.07.2018 Arzberg – Hohenberg an der Eger – Schirnding – Cheb. Totaal 964 km.
Op het ontbijtbord, het kopje, het schoteltje onder het kopje, evenals op de suikerpot staat een wapenschild afgebeeld. Ik neem een foto van het kleinood en vergroot het beeld zodat ik de tekst kan lezen. Familie C. Wagner. Op de onderkant van de serviesdelen staat een groene stempel bestaande uit een kroontje, Retsch, een sierlijke R en Arzberg, Germany. Mijn verbazing is groot als ik zie dat het grote schilderij aan de muur hetzelfde wapenschild afbeeldt als op het servies. Bij de afrekening vraag ik uitleg aan de eigenaar. Hij antwoordt vaag en ontwijkend. Ik vermoed dat het met zijn familie is vergaan zoals met Arzberg en eerlijk gezegd, zijn hotel heeft hetzelfde verwaarloosde uitzicht als de stad. Retsch bestaat nog als bedrijf en merk, en heeft haar zetel en administratie in Arzberg. (www.retscharzberg.de  www.arzberg-porzellan.com).
Ik ben benieuwd naar het porseleinmuseum in Hohenberg an der Eger enkele kilometers verder dan Arzberg. (www.porzellanikon.org). Een grote collectie porselein is ondergebracht in de voormalige directeursvilla van de porseleinfabrikant Hutschenreuther. In de villa en de moderne aanbouw in glas en staal worden 10.000 stukken tentoongesteld vooral uit de fabrieken van Bavaria. Uren genot voor wie van serviezen en postuurtjes houdt. Het enige interessante voor mij was een kort filmpje over de productie van porselein. Ik was liever naar het noordelijker gelegen Selb geweest waar een tweede museum staat. In een voormalige Rosenthal-fabriek die in 1969 de deuren sloot, wordt het hele proces van grondstoffen tot afgewerkt product tot leven gebracht. Met film en materiaal wordt de geschiedenis van porselein uit de doeken gedaan en worden de nieuwe toepassingen van hoogtechnologisch keramiek toegelicht. Na het bezoek aan Hohenberg keer ik naar de route terug. In Schirnding zet ik koers naar de Duits-Tsjechische grens. Midden in een bos ligt de grens. Wat ik eerst als grenspaal aanzie is een kunstwerk, Kinder- und Jugend-Obelisk genoemd. De kunstroute ‘Weg der Begegnung’ omvat 25 kunstwerken die langs de Wallenstein-Radweg opgesteld staan. Een groot infobord vertelt me alles. Volgens het fietsbordje bij de grens is het nog 8 km tot Cheb. Eger heet de stad in het Duits zoals de rivier die door de stad stroomt. De vrolijke en kleurrijke stadsmarkt imponeert mij. De verfleverancier heeft er zeker een aardige stuiver aan verdiend. Ik heb nog een lange namiddag om van de stad en haar schoonheid te genieten. Bij het toeristenkantoor staat een goed uitgeruste fietser met een gesofisticeerde fiets. Ik waag het erop en ik spreek hem in het Nederlands aan. Manus Van Bommel woont in Den Bosch en fietst langs het vroegere ijzeren gordijn. (www.eurovelo13.com , www.ironcurtaintrail.eu ). Dat is wat anders dan mijn bewegwijzerd en comfortabel fietstochtje naar Praag. Manus neemt geen foto’s of notities tijdens zijn reis. Zijn sterke geheugen doet al het werk. Op één van zijn vorige fietsreizen stuurde hij postkaartjes naar familie en kennissen en de vraag om het kaartje bij te houden. Na de reis nodigde hij iedereen met hun postkaartje uit op een feest. Aan de hand van de verzameling vertelde hij over zijn reis. Hé, wel heel origineel zeg! We babbelen veel te lang. Hij vertelt nog over een Fransman en over de wereldfietser Frank Van Rijn van wie ik later de website doorpluis (www.frankvanrijn.nl ). In het toeristenbureau helpen ze mij aan een overnachting in Pension Atika, Jiráskova 4. Ik word er over een half uurtje verwacht. Het is zeer warm en de vrouw des huizes biedt mij een frisdrank aan. De kamer is heel licht en huiselijk. Het meubilair, de decoratie en het behang hebben al een lang leven achter de rug. Charmant noem ik het. Als ik met een plannetje door de stad trek, merk ik meteen dat de taal voor mij ondoordringbaar is. Lezen, begrijpen, uitspreken,…..niets lukt. Tsjechisch lijkt mij zeer moeilijk en ik zal het niet leren. Toch is het dat wat ik eerst zou doen als ik hier uit vrije wil lang zou wonen. Zonder hun taal voel ik mij een vreemde tussen de Tsjechen, een gevoel dat ik in Duitsland niet had. De taal kan spelenderwijs geleerd worden in de winkelstraat Svobody. Het zou een doel kunnen zijn van het kunstwerk van beeldhouwer en professor Marian Karel dat begint als een hoge roestige zuil aan de marktzijde van de lange winkelstraat. Op de zuil sluit een geperforeerde stalen band aan die als gootdeksel Svobody doorloopt tot het einde. De belangrijkste gebeurtenissen van de stadsgeschiedenis sinds de eerste vermelding in 1061 staan in het Tsjechisch, het Duits en het Engels geperforeerd in de stalen band. Ruim 200 feiten uit het duizendjarige leven van de stad werden in de tijdsband opgenomen. (www.encyklopedie.cheb.cz/en/casova-osa ). Ik wandel verder langs de belangrijkste monumenten van de stad om vervolgens het stadspark Krajinka te verkennen dat aan de voet van de hoger gelegen burcht begint en zich uitstrekt langs de rivier de Eger, Ohře in het Tsjechisch. Een mooie wandeling is het geworden langs prachtige gebouwen, door gezellige straatjes en een terrasje in het park. Ik krijg er honger van. Ondanks het te warme weer eet ik warm en stevig om op de been te blijven. Kip met goed gezouten frieten, camenbert en veenbessen. Een rare combinatie, zeg dat wel. Het maakt me niet uit. Honger vraagt geen culinair bravourestuk.


Aan de Duits-Tsjechische grens staat een kunstwerk van de route 'Weg der Begegnung'.

De Tsjechische fietsbordjes.

Een stukje uit het kunstwerk van Marian Karel in de winkelstraat Svobody.

de kleurrijke Markt in Cheb.
13.07.2018 Cheb - Dolní Lipina – Lipová - Dolní Lažany – Palič – Salajna - Dolní Žandov – Vysoká - Stará Voda – Valy – Klimentov - Mariánské Lázně. Totaal 1012 km.
Dobré ráno of goede morgen. Ik ga mijn best doen om enkele woordjes Tsjechisch te leren. Een gesprek wordt gemoedelijker als je iemand kan aanspreken in zijn taal. Tussen Cheb en Mariánské Lázně ligt een snoer van stille kleine dorpen en gehuchten met vreemd klinkende namen in een licht heuvelend lappendeken van bossen, akkers en weiden. Alleen van ‘Stará Voda’ kon ik achterhalen dat het ‘oud water’ betekent. De dorpjes hebben veelal minder dan 1000 inwoners die hoofdzakelijk van de land- en bosbouw leven. De streek behoorde tot Sudetenland, het vroegere Duitstalige gebied van Tsjecho-Slowakije. Na de WOII werden de bijna 3 miljoen Duitsers verdreven naar Duitsland. Oude Duitse graven zoals in Palič herinneren aan het vroegere Sudetenland. Er bestaat een vereniging die Duitsers van wie de voorvaderen in Sudetenland leefden, helpt in hun genealogische zoektocht. (www.sudetendeutsche-familienforscher.de). Er is nauwelijks gemotoriseerd verkeer op het met fietsbordjes bewegwijzerde traject. Alleen in en rond de steden Cheb en Mariënbad is het druk en ruik je de uitlaatgassen. Hoe minder verkeer, hoe beter want aan voorbijrijdende auto’s heb ik echt niets. Een praatje met gekooide mensen is onmogelijk. Met fietsers en wandelaars lukt het beter. Een Nederlands koppel is net zoals ik onderweg naar Praag. Hij is 70 en zij iets jonger. We pauzeren samen. Ze hebben thee, koffie en hun middagpicknickje bij zich. Ze kamperen, koken zelf en rijden gemiddeld 70 km per dag. Elektrisch fietsen is volgens hen voor slappelingen. Ik verzwijg dat ik al eens aan een elektrische fiets durf te denken als ik een helling niet op kan. Ze zijn van plan om vanuit Praag terug te fietsen naar Nederland via een andere route. Hoe ze heten wou ik bij het afscheid vragen. Er komt geen afscheid. Bij het verder fietsen wordt de afstand tussen hen en mij alsmaar groter en bij de volgende helling verdwijnen ze helemaal uit het zicht. Van alle Praag-fietsers ben ik waarschijnlijk de traagste en ook degene die geen vooropgestelde datum heeft om huiswaarts te keren. Als iemand me vraagt hoeveel tijd ik heb dan antwoord ik steevast: “Mijn hele leven.”. Voorbij Salajna word ik slapjes in de benen. De paar sneetjes peperkoek en een restje nootjes kunnen me niet heel ver brengen. In de voorbije dorpjes was er niets en er valt in de komende dorpjes ook niets te verwachten. De route is momenteel vlak langs het riviertje Šitbořský potok en de bomen langs de weg bieden welkome schaduw en afkoeling. Ik hou het vol tot Dolní Žandov en bestorm het lokale winkeltje. Nog voor ik de kassa bereik is al een half pakje zachte koekjes in mijn lijf verdwenen. Een lange pauze op de trappen van de kerk werkt herstellend. Als ik daarna naar de fietsroute terug wil keren en op het caféterras in dezelfde straat een eigenaardige fiets zie staan, sla ik de remmen dicht en ga ik schuin tegenover de man zitten die het best bij de fiets past. Hij is volkomen verrast en blij tegelijkertijd als ik hem in het Frans aanspreek en vraagt hoe ik weet dat hij een Fransman is. Alleen al dat ik niet fout gegokt heb, doet me eveneens lachen. “Ik heb over je horen vertellen in Cheb.” Manus had me gisteren verteld dat hij een Fransman had ontmoet met een gammele fiets, afgeladen vol met gerecupereerde spullen. Het kon niet anders of dit moest de fiets zijn. Vincent heet de Fransman en hij vertelt dat hij met zijn fiets zelfs een beurs van 1000 euro heeft gewonnen bij CCI. Cyclo-Camping-International is een Franse organisatie die reizende fietsers verenigt en ondersteunt. Ik noteer de website www.cci.asso.fr in mijn notitieboekje. Op zijn fiets is een zonnepaneel geïnstalleerd om de tablet en de smartphone op te laden. Vincent demonstreert hoe hij, simpel door de achteraan gemonteerde bak open te klappen, een tafeltje heeft. Een kookpotje rolt over de grond. Terwijl ik streef naar zo weinig mogelijk bagage, lijkt het mij of hij net het omgekeerde doet. Hij heeft zelfs een driepikkelklapstoeltje en een zelfgemaakte hangmat bij zich. De fiets is echt wel zwaar geladen en de kans op mechanische defecten lijkt me vrij groot. Het lijkt een heel aantrekkelijk idee om zo te reizen, en aandacht zal Vincent met zijn fiets beslist niet van mij alleen krijgen. Jaloers ben ik niet, alleen voel ik misschien een tikkeltje heimwee naar het jong en krachtig zijn. Een bevriend koppel, Max en de Spaanse Anja vergezellen hem een paar weken op weg naar de Zwarte Zee. Ook hun fietsen zijn zwaar beladen en zien er helemaal niet luxueus uit. Dat ze wild kamperen ligt vanzelfsprekend in de lijn van hun denken over vrijheid, natuurbeleving, onafhankelijk zijn en weet ik veel wat ze echt denken. Voor hen is het waarschijnlijk een plezierige uitdaging om zo goedkoop mogelijk te reizen, niet uit noodzaak maar om zeker te zijn iets niet alledaags te beleven. In het winkeltje van daarnet heb ik de stelling bewezen dat een hongerig mens veel meer koopt dan een verzadigd iemand. Veel te veel in mijn geval. Niet uit liefdadigheid maar om praktische redenen geef ik het meeste aan Vincent, Max en Anja. Hoe minder gewicht, hoe makkelijker ik vooruitkom. In Mariánské Lázně neem ik mijn intrek in één van de eerste hotels die ik tegenkom: Hotel Poštovní dvůr aan de Hlavní třída 622/15. Ik zit midden in het centrum van het kleine stadje dat niet meteen verrast. Het is Tsjechië zoals ik het intussen al gewoon ben. Pas als ik na mijn avondeten in een buurtrestaurantje de boulevard noordwaarts verken, val ik om van verbazing en ontdek ik het sprookjesachtige Mariënbad uit de belle epoque. Ik kan mijn ogen niet geloven en heb er een ogenblik spijt van niet eerder tot hier gekomen te zijn. Toeristen flaneren ijsjes likkend langs de boulevard en door de glooiende parken. Minutenlang kijk ik verwonderd naar de kleurrijke en architecturaal prachtige gevels waaronder het Grand Hotel Pacific op het einde van de boulevard Hlavní třída. Helemaal indrukwekkend is de neo-barokke gietijzeren kolonáda met pfafondschilderingen uit 1889 en de Zpívající fontána. Zingen doet de fontein niet, maar wel dansen. Een ballet van tientallen op- en neergaande waterstralen gekleurd door een wisselend lichtspel op de tonen van klassieke muziek. Ontroerend mooi. Overweldigend is het hoe fijne tere waterstralen harmoniëren met de zachte viooltonen en verdwijnen wanneer muzikaal geweld als een watervulkaan uit het midden van de fontein metershoog opbruist. De koelte van het vernevelende water verdringt de zomerse warmte rond de fontein. Heerlijk om hier te zijn. Een moment waarvan ik later zal denken dat ik harder had moeten genieten. Karl Kaspar Reitenberger (1779-1860) kijkt onbewogen en groenbeslagen toe van op zijn sokkel. Hij was abt in het Klooster Teplá en is één van de stichters van het kuuroord. 


Het stadspark Krajinka in Cheb.

De Fransman Vincent in Dolní Žandov.

Mariënbad.
14.07.2018  Mariánské Lázně – Klaster Tepla – Konstantinovy Lázně. Totaal 1046 km. 
Van een kuuroord dacht ik vroeger dat het vijvers waren gevoed door warmwaterbronnen waarin je kon gaan baden. Overweldigd door de prachtige architectuur en de rust van de parken heb ik gisterenavond zelfs niet eens aan mijn definitie van kuuroord gedacht. Deze ochtend stond ik op met het idee de bronnen van Mariënbad te gaan zoeken. Intussen heb ik tijdens mijn ontbijt op internet ontdekt dat er in het stadje een 40-tal koudwaterbronnen zijn. Voor warmwaterbronnen moet je naar Karlovy Vary. Wat later dwaal ik alweer uitbundig fotograferend door de prachtige parken en langs de majestueuze eclectische kleurige gebouwen. De bronnen zoals ze opborrelen uit de grond heb ik nergens gezien, wel fonteintjes gevoed met water van de bronnen. En of die fonteintjes dan net op de plaats van de bron (pramen in het Tsjechisch) staan, zou ik niet weten. Aan de fonteintjes hangen koperen plaatjes met de bronnamen en de samenstelling van het water. Aan twee fonteintjes, Balbínův pramen en Rudolfův pramen, vul ik een paar flesjes met heilzaam water. Een vod uit mijn fietstas maak ik nat, wring ze uit en wikkel er de flesjes in zodat ze fris blijven. Het is immers zeer warm. Ik raak maar niet weg uit Mariënbad. Is het omdat het maar 40 km is tot Konstantinovy Lázně? Wil Mariënbad mij nog van alles laten zien? Er is inderdaad nog een Russisch Orthodox kerkje dat heel aantrekkelijk lijkt op het fotootje in de fietsgids. Dat is wat Mariënbad net zo mooi maakt, overdaad aan versiering net zoals in het kerkje. Er is geen vierkante millimeter door kunstenaars onaangeroerd gebleven. Er is een doopceremonie aan de gang. Ik sluip net als enkele andere nieuwsgierigen stilletjes naar de zijkant vanwaar we toekijken naar een gemoedelijk familiaal gebeuren. Alleen de priester lijkt op te gaan in de ceremonie. Een beetje ontdaan door de wetenschap dat het misschien heel lang kan duren eer ik nog eens in Mariënbad terugkom, kijk ik gretig naar elk detail van het sprookje en verdwijn dan langs de Anglická het stadje uit. Het is meteen klimmen door de bossen van Slavkovský les, het natuurgebied waarin Mariënbad ligt. Mijn fiets komt tot stilstand. Drie kilometer klimmen, te voet door de heerlijke bossen. Hoe trager, hoe langer ik in het koele bos kan vertoeven. Helemaal boven staat Villa Metteor uit 1900, een heerlijk koffiehuis te midden van verwilderde weiden en bossen. Het is puur zomers natuurschoon dat aan mijn mouw trekt en uitnodigt tot taart en thee. Heerlijk! Ik zou mezelf wakker willen schreeuwen om zeker te zijn dat ik later niet denk dat ik alles gedroomd heb. Zo heerlijk vind ik het hier. Na de taart en de thee in de schaduw van villa Metteor kwam nog een klim, weliswaar veel minder steil maar op gevaarlijk grind. Dan volgde de verlossende afdaling, een lange helling met putten en grof grind. De weg is zo slecht dat ik voortdurend moet remmen en niet vooruitkom. Één foute sturing, één seconde onoplettendheid en mijn wielen slaan krom of mijn banden scheuren op de scherpe steenslag. Ik overdrijf allicht maar zo zit het in mijn hoofd uit kwaadheid omdat ik nauwelijks van het landschap kan genieten. Ruim 15 km van Mariënbad ligt Klášter Teplá. waar Karl Kaspar Reitenberger abt was van 1813 tot 1827. Het premonstratenzerklooster werd eind de twaalfde eeuw gesticht door de edelman Hroznata en heeft sindsdien een heel bewogen geschiedenis meegemaakt. Na het communisme kreeg het klooster in 1990 zijn oorspronkelijke functie terug. Ik ben benieuwd hoe het met het klooster van Hroznata en Reitenberger gesteld is. Het uitgestrekte gebouwencomplex met verschillende binnenpleinen is indrukwekkend. In de gebouwen aan de straatkant zijn een hotel en restaurant ondergebracht. Een groot deel van de kloostergebouwen is gerestaureerd en schittert in hun favoriete kleuren geel en wit. Er is nog een kloostergemeenschap. De kerk is vandaag helaas gesloten en het klooster met een indrukwekkende bibliotheek is enkel met een gids te bezoeken. Ik bekijk dus alleen de buitenkant. Het is zo uitgestrekt dat ik niet de moed heb het hele gebouwencomplex rond te gaan en de nietszeggende muren waarachter het verhaal verborgen blijft boeien me niet. Aan de ingang van het gebouwencomplex tref ik enkele Nederlandse wielertoeristen. Ze hebben niet veel tijd en twijfelen waarheen. Ik neem er mijn boekje bij want ze rijden dezelfde route. Ik moedig ze aan snel even een kijkje te nemen op de eerste binnenplaats van het historisch belangrijke klooster. Ze hebben geen tijd, zijn al veel tijd verloren en zullen tijd te kort komen om de camping voor het donker wordt te bereiken. Ze kunnen geen tijd verdoen aan nutteloze bezoekjes. Wat hebben mensen toch met tijd. Ik heb er nauwelijks last van. Ik kom nog net te weten dat een camper voorop rijdt met hun bagage en tenten, en dat er voor hen gekookt wordt. Op mijn dooie gemak kom ik aan in Hotel Jitřenka in Konstantinovy Lázně. Ik hoef geen eten meer, heb deze middag pizza gegeten en onderweg kort gepicknickt. Bovendien is het te warm om te eten. Een lange lauwe douche doet meer deugd en daarna wandel ik even door het dorp. Op een terras zwaaien een paar mensen in mijn richting. Mijn denken is mijn reflex om rond mij te kijken of er iemand terugzwaait net voor. Hé, dat zijn toch die mensen aan wie ik de weg vroeg naar het hotel toen ik het dorp binnenreed. Ik steek de straat over. Inderdaad dat zijn zij. Vriendelijke Duitsers, ik schat jonge veertigers of misschien nog net geen veertig. Ze nodigen mij uit iets mee te drinken. Graag. Ze zijn op vakantie, twee broers en hun vrouwen, Andreas en Sybille, Thomas en Linda. Uit het gesprek is al snel duidelijk dat ze kinderen hebben. Raar dat ze hun kinderen alleen achterlaten op de camping. Dat zeggen ze niet, maar dat denk ik, tot één van hen iets zegt wat me verwart. Ik zoek naar duidelijkheid. Ze lachen zich te pletter als ze erachter komen dat ik denk dat ze kleine kinderen hebben. “Twintigers? Nee dat kan toch niet”. “Onze oudste is 29”, zegt Andreas. Ze raden meteen mijn vergissing. “Wij zijn net vijftig.”, voegt Sybille eraan toe. Ik kan niet volgen en reken na. “Hoe oud waren jullie dan toen jullie trouwden?” Beide koppels zijn een paar jaar voor de val van de muur getrouwd en waren twintig of nog net niet. Hey, het klopt dus dat men in de DDR heel vroeg huwde zoals een paar weken geleden in de TV-documentaire Goodbye DDR beweerd werd. De documentaire hebben ze ook gezien en Linda verzekert mij dat niet alles slecht was in de DDR en dat ze een mooie jeugd gehad hebben. Gelukkig maar.   
Mariënbad.

Mariënbad.

Klášter Teplá.
15.07.2018 Konstantinovy Lázně – Šipín – Krukanice - Město Touškov – Malesice – Radice – Plzeň.  Totaal 1090 km.
Booking.com biedt in Pilsen het Art Nouveau hotel Slovan aan tegen een spotprijsje. Ik wil twee nachten boeken en vul alle gegevens in. Opgetogen over het koopje twijfel ik net voor de definitieve bevestiging. Ondanks het mooie aanbod durf ik plots niet te reserveren in het poepchique hotel. De foto’s van de traphal zijn adembenemend. Ik zie het niet zitten om morgen in mijn slodderkleren en ongeschoren aan de ontbijttafel te verschijnen tussen al dat schoon volk. Ik sluit af zonder reservatie, neem een douche en ga beneden ontbijten met het beeld van de traphal in gedachten. De stemmen in mijn hoofd kibbelen heftig. Het zou wel een mooi verhaal zijn om mee uit te pakken. Is dat wel iets voor mij? Dan zou ik meer lef moeten hebben en doen alsof die chique omgeving vanzelfsprekend is voor mij. Terug naar Booking.com en scrollen. Hotel Slovan ligt pal in het centrum, een droom. Stel dat ik zonder reservatie aanklop, zouden ze me weigeren ook al hebben ze nog een kamer vrij? Maar dan krijg ik waarschijnlijk niet de promotieprijs die Booking.com aanbiedt. Ach, ik heb toch niets te verliezen en wil zeker geen tijd spenderen aan twijfelen. Reserveren en vertrekken! Het heuvelend landschap waarmee ik al een paar dagen vertrouwd ben, wordt plots onderbroken door het beboste diepe dal van Šipín. Ik had liever niet aan de klim gedacht bij de steile afdaling met haarspeldbochten tot het in de diepte verborgen riviertje Úterský potok. De klim is zelfs te voet zeer steil en af en toe onderbreek ik mijn trage slentergang om wat te rusten. Het blijft maar duren. Als ik denk bijna in de hemel te zijn dan neemt de weg nog eens een draai naar boven. Al bij al is het niet eens anderhalve kilometer. Bovendien is het er prachtig. Het zal de mooiste herinnering zijn waar ik thuis met heimwee aan terug zal denken. Niet zeuren al is het lichaam niet altijd even flink. Het is zondag vandaag en ik heb een klein voorraadje eten bij me. Toch ben ik opgelucht dat het winkeltje in het dorpje Pernarec open is. Ik heb zin in zoetigheid en bruisende koele frisdranken. Een wielertoerist in een blits pakje komt naast me zitten op een rond betonnen verhoog. Een gesprek, ook al willen we dat allebei, lukt niet. Deutsch? English? Met beide handen drukt hij zijn spijt uit. Ik kijk nog wat rond in het dorp dat waarschijnlijk alle kenmerken van een typisch Tsjechisch dorp heeft. Alle huizen zijn geschilderd, de meeste wit, soms geel en heel uitzonderlijk in een andere pastelkleur. Er is nagenoeg slechts één type huis: langwerpig, zonder verdieping en met een aanbouw. Hier en daar is al wat gerenoveerd. Er zijn ook enkele grauwe appartementsblokken, waarschijnlijk uit het communistisch tijdperk. Een nieuwe verflaag zou wonderen doen om het geheel op te vrolijken. Ik zou graag eens overal binnengaan. Misschien zijn de interieurs wat nieuwer en moderner dan wat de buitenkant laat vermoeden. Het lijkt alsof de meeste gezinnen niet de financiële middelen hebben om de nodige renovatiewerken uit te voeren. Ook de wegen en de voetpaden hebben hun beste tijd gehad maar ik kan ermee leven. Het hoeft niet vernieuwd te worden en bovendien maant een slechte weg aan tot trager rijden. Een regenbui had ik totaal niet verwacht vandaag. In Město Touškov plenst het zo hard dat ik moet schuilen onder een afdakje aan het plein Dolní Náměstí. Ik raak geïntrigeerd door het monument op het pleintje waarvan ik nog steeds niet weet wat het betekent. Zodra het ophoudt met regenen, klaart het snel op en vat ik de laatste 15 km kilometer naar Pilsen aan. De route volgt de richting van de rivier Mže zoals op het kaartje van de fietsgids te zien is. Langs de rivier fietsen is niet mogelijk. Ver geraak ik niet of ik heb alweer zin om wat te eten, iets met meer smaak dan wat in mijn tas zit. In het dorpje Malesice neem ik plaats op het terras van het restaurant Malesický Dvůr. Hier is een kok met kennis van smaken aan het werk. In Radčice kruis ik het riviertje Mže dat naar Pilsen leidt. Het eerste wat ik van de stad in de verte zie, zijn vele pastelkleurige hoge appartementsblokken. Hun bewoners zouden fiscaal beloond moeten worden. Zij zorgen ervoor dat er open ruimte is waar ik nu doorrijd. En dan plots sta ik op de brede drukke Přemyslova boulevard met  doorgaande rijstroken voor het snelle verkeer en rijstroken langs de winkels voor het trage verkeer. In het midden een brede groene strook met tramsporen. Talrijke grote schreeuwerige reclameborden, toeterende auto’s, rokende brommers, piepende trams, de mensen,….wat een hel. Het duurt wel even voor ik erdoor heen ben en op Náměstí Republiky, het Plein van de Republiek sta. Stilte! Ik ben meteen gecharmeerd door de drie gouden fonteinen ontworpen door Ondřej Císler. Ze symboliseren de windhond, de kameel en de engel in het wapenschild van Pilsen. De naam van het Hotel en de straat staan in mijn notitieboekje. Ik zou het meteen kunnen vragen, maar ik verkies wat rond te rijden en het toevallig te vinden. De straten rondom het Plein van de Republiek zijn recht met prachtige gebouwen. Ik wil de hele tijd naar boven kijken om de rijk gedecoreerde gevels te bestuderen. Het is veiliger te voet dan al fietsend. Zo kom ik misschien nooit langs mijn hotel en ik vraag de weg naar Hotel Slovan, Smetanovy sady 1. Een groot klassiek gebouw in beige tinten, vier verdiepingen hoog. Ik blijf eerst op afstand wat toekijken en ga dan binnen. Mijn hoofd ontspant wanneer ik de hall betreedt. Oud, afgeleefd, donkere overwegend bruine kleuren en het getik van een hangklok. De receptioniste is casual gekleed, geen chique gedoe. De foto’s op booking.com geven een schitterende stralende traphal weer maar in de werkelijkheid is het één en al doffe, vergane glorie. De ooit stijlvolle meubels in de hoge hotelkamer zijn bekrast en afgebleekt, en vertonen kringen van kopjes en glazen met een natte onderkant. Alle voorgaande hotelgasten zijn nog aanwezig. Ik voel me thuis in het statige decor van wat ooit een luxehotel is geweest. Zo is het perfect. En bovendien is er een ruim uitzicht op het park!    


Appartementsblokken in Pernarec.

Woningen in Pernarec.

Kruisbeeld uit 1861 met Duitse opschriften.

De buitenwijken van Pilsen.

16.07.2018 Plzeň.
Bij het ontbijt zijn er welgeteld 6 mensen die verspreid in de zaal zitten. Geen gedrum aan de buffettafel en eten in alle rust. Tijd om te overleggen met mezelf en in de toeristische informatie aan te kruisen wat me interesseert. Op weg naar het Plein van de Republiek overloop ik mijn lijstje met wat ik vandaag wil doen. 300 stappen tegen de zwaartekracht in brengen mij 56 meter dichter bij de sterren en bieden een immens uitzicht over Pilsen en omgeving. Boven mij reikt de torenspits van de Sint-Bartholomeüskathedraal tot 102 m hoog. Aan de horizon de grote pastelkleurige appartementsblokken, dichterbij is de Přemyslova boulevard herkenbaar. De Grote Synagoge, waar ik zo meteen naartoe ga, steekt boven de omgeving uit en na wat zoekwerk vind ik ook mijn hotel aan de rand van de groene stadsgordel waar vroeger de stadsmuren stonden. De stad werd gesticht in 1295 door koning Wenceslaus, 10 km van de oorspronkelijke nederzetting Plzeň. Het rechthoekig stratenplan werd ontworpen door architect Jindřich. Het uitzicht over de stad maakt, eens terug op de grond, oriënteren makkelijker. Ik stap recht op mijn doel af zonder de kaart te raadplegen. De Grote Synagoge werd op het einde van de negentiende eeuw gebouwd en heeft in haar jonge jaren veel geleden. Als het gebedshuis een ziel heeft dan is ze diep vernederd geweest. In januari 1942 werden de 2600 Pilsener Joden door de Nazi’s gedeporteerd naar Theresienstadt. Daarna werd de synagoge gebruikt als opslag- en verkoopplaats voor de meubelen van gedeporteerde Joden. Nadien werd er legerkledij voor de Nazi’s gemaakt. Na de oorlog werd de synagoge aan de Joodse gemeenschap teruggegeven, alleen er was bijna niemand over. Van de 200 Joden die de concentratiekampen overleefd hadden, emigreerden de meesten naar de VS en Israël. De communisten lieten het gebouw met rust. In de jaren 90 kwam een einde aan de verkommering en in 1998 werd de Grote Synagoge plechtig heropend. Naast haar oorspronkelijke functie als gebedshuis doet ze vandaag ook dienst als tentoonstellingsruimte en concertzaal. In de namiddag staat een bezoek aan de brouwerij Pilsner Urquell op het programma. Ik ben net binnen in de ontvangsthal als het hard begint te regenen. Ik sluit aan bij een Duitse groep. De gids wil een assistent tijdens haar rondleiding en kijkt rond. Zelfzeker en op een toon die geen tegenspraak duldt, duidt ze mij aan: “Du wirst mein Assistent sein.” Een rode kop die boven de anderen uitsteekt, ik ben niet verwonderd dat zij mij eruit pikt. Een moment denk ik dat ik bier mag brouwen. Mijn opgetogenheid verdrijft de loomheid uit mijn benen van het lange staan tot ik mijn opdracht hoor. Ik moet de groep samenhouden en de achterblijvers opjutten. Geen bier brouwen dus. Ik knik heel zuinig, te verrast om neen te zeggen. Voor haar is de deal gesloten, ik denk: “de pot op.” We trekken de fabriek rond en al snel valt de groep uit elkaar tot een lange ketting. Als we een andere zaal binnen gaan, moet de gids wachten en dat zint haar niet. Met een gemeen lachje krijg ik te horen dat ik mijn job niet goed doe. Bij de volgende opmerking reageer ik. “Laten we de rollen omkeren. Elk is voor zichzelf verantwoordelijk en moet voor mij lopen. Ik ben niet verantwoordelijk voor de groep.” Ze lacht groen en gaat meteen verder met haar uitleg. We trekken de ondergrondse gangen in. Ze waarschuwt dat wie de groep verlaat, verloren zal lopen in het labyrint en uiteraard ben ik daar verantwoordelijk voor. Toevallig sta ik bijna vooraan in de groep als we mogen proeven. “Als het om te drinken is, ben je er snel bij, je moet als laatste komen.”, krijg ik van de gids te horen. De bezoekers vinden het al lang grappig en lachen voluit, misschien nog het meest omdat ik haar volkomen negeer en ook glazen begin uit te delen aan de anderen. “Ik ben toch je assistent.”, zeg ik uitdagend. Ik krijg als laatste ook een volle pint. Ik drink al jaren geen alcohol en nu laat ik mij toch verleiden. Heerlijk fris, het smaakt mij en de hele pint loopt vlotjes binnen. Na anderhalf uur rondleiding laat ze ons ten slotte los in de winkel van de brouwerij. Het regent nog te hard en dus wacht ik. De brouwerij heeft na het communisme duidelijk de Westerse consumptiepatronen overgenomen. Wat een rommel in de winkel! Ik begrijp eensklaps wat Pilsen zo aantrekkelijk maakt voor mij. In het historische centrum zie je nauwelijks reclameborden of winkeliers stallen ook geen spullen uit op straat waar je voortdurend overheen struikelt. Consumptie wordt je niet het strot ingeduwd. De oorspronkelijke architectuur wordt niet opgeofferd aan grote opdringerige uitstalramen die de gelijkvloerse verdieping van historische gebouwen verminken. Façadeverminking om koning klant te behagen, vind je hier niet. Het straatbeeld is clean en drogeert je niet voortdurend met reclame en kooplust. Ik heb zelfs moeite om een paar postkaarten te vinden. Heerlijk is dat, eens moeite moeten doen om iets te kopen. Pas dan weet je of je het echt wilt. Of ik daar dan zo moe van geworden ben, denk ik niet. Toch ben ik een paar uur op bed gaan liggen en heb wat gelezen in “Kaltes Wasser” van Jacob Hein. De avond brengt wat verkoeling. Zeker in de groene stadsgordel en langs het water in het park Mlýnská strouha is het prettig wandelen, eindigend op een bank bij de waterklaterende gouden fontein op het Plein van de Republiek.

Hotel Slovan,  Smetanovy Sady 1

De Grote Synagoge.

 Náměstí Republiky,  fontein ontworpen door Ondřej Císler
17.07.2018 Plzeň – Ejpovice – Rokycany – Hrádek – Strašice. Totaal 1130 km.
Van het Tsjechisch begrijp ik werkelijk geen woord. Er is geen enkel aanknopingspunt met onze taal en uitleg vragen aan de museumbewaker is niet direct een goed idee. De vrouw wou behulpzaam zijn maar kan geen woord Duits of Engels. Plots verdwijnt ze om wat later met een oudere man terug te komen. Ik wijs naar Míšeň, Německo, 1790. “Meißen, Deutschland”, zegt de man en hij legt mij, meer met gebaren dan met taal, het hele catalogussysteem van het museum uit. Ik kan van elk tentoongesteld voorwerp op een computer alle gegevens opvragen. De versierde porseleinen koffiekan van het servies uit Meißen is precies dezelfde als de twee spierwitte koffiekannen die ik thuis heb staan. Het zijn erfstukken van mijn grootmoeder langs moeders zijde, van wie precies kan ik aan niemand meer vragen. Het Západočeské Muzeum (Westboheems Museum) was niet meteen de boeiendste keuze. Ik overdenk het allemaal nog eens bij een thee in het jugendstilinterieur van Měšťanská beseda, de Gentse Vooruit van Pilsen. Mijn brouwerijticket van gisteren geeft mij ook toegang tot het Pivovarské Muzeum (biermuseum) in het stadscentrum. De gids in de Pilsner Urquell brouwerij had het sterk aanbevolen. Dat laatste geeft niet de doorslag om een kijkje te nemen en ik verwacht niet meteen nieuwe inzichten. Ik ben heel blij met de audiogids, dan hoef ik al de bordjes niet te lezen en kan ik rustig hier en daar gaan zitten. Ik hou het niet vol om alle uitleg te aanhoren. Het lijkt wel of mijn hoofd verzadigd is. Ik moet nu maar eens ophouden musea te bezoeken want eigenlijk doe ik dat niet zo graag. Ik doe het meer om achteraf geen spijt te hebben ze niet bezocht te hebben. Aansluitend heb ik gegeten in het restaurant naast het biermuseum. Flamendr guláš s houskovými knedlíky wordt vertaald als beef goulash served with bread dumplings. Smakelijk! Het museumticket geeft recht op een gratis drankje. Ik krijg zonder het te vragen een grote pint Pilsner Urquell voorgezet. Hoe begin je eraan om aan een ober die nauwelijks Duits of Engels spreekt, uit te leggen dat je liever een frisdrank hebt? Bovendien klinkt het ongeloofwaardig dat je geen bier drinkt na een bezoek aan een biermuseum. Dus, drinken maar! Net als ik de stad wil verlaten om verder oostwaarts te fietsen, denk ik eraan dat ik de ondergrondse gangen van de stad niet bezocht heb. Verdorie, ik had het nochtans gisteren op mijn lijstje staan en toch helemaal vergeten. Het veertiende eeuwse labyrint van 14 km ondergrondse gangen, ruim 12 meter onder de stad is uniek en met een gids te bezoeken. Ik kan mij wel iets voorstellen bij deze ondergrondse wereld. Het moet iets gelijkaardigs zijn als ‘Les Boves’ in Arras en dus heb ik geen al te grote spijt het niet gezien te hebben. Ik ben klaar om te vertrekken. Een winnaar van de Ronde van Vlaanderen zou het ritje van deze namiddag in iets meer dan één uur afleggen, ik doe er zes uur over. Om de haverklap stop ik om te drinken en onderweg proef ik voor het eerst Kofola, de Tsjechoslovaakse variant van Coca-Cola met minder suiker, meer cafeïne en geen fosforzuur. En ik neem de tijd om hier en daar wat rond te kijken. Na bijna een week fietsen in Bohemen ontstaat het beeld van dorpen en steden die als vlekjes verspreid liggen in een heuvelend bosrijk landschap. Ooit had ik het idee dat men in de voormalige communistische landen allemaal in appartementsblokken woonde. Het leek mij iets gruwelijks en onmenselijks te zijn. Het is dus onzin. Neem nu Rokycany waar ik doorheen fiets. Het stadje heeft 14000 inwoners die overwegend in alleenstaande huizen wonen. Uiteraard staan er in Rokycany, net als in andere dorpen met veel minder inwoners, typische, maar kleurige appartementsblokken die hoogstwaarschijnlijk tijdens de communistische periode gebouwd zijn. Nu denk ik helemaal anders over appartementen. Er is niets mis mee, integendeel, het zorgt ervoor dat er nog open ruimte blijft. Het zou energiezuiniger en ecologischer zijn als we allemaal in appartementen zouden wonen die bovendien ook akoestisch goed geïsoleerd moeten zijn. Het comfort is even belangrijk. In Tsjechië is er helemaal geen lintbebouwing tussen dorpen en steden zoals bij ons. Het is een heerlijk vrij gevoel in de volle natuur te zijn zonder één huis of wat dan ook te bespeuren tot aan de horizon. Ik vergeet snel dat het een lastige rit is met regelmatig een klim die ik -ik zeg het niet graag- te voet moet doen. Ik onthoud vooral de vlakke bosrijke stukken langs het riviertje Klavaba, het natuurstenen Zweedse boogbrugje, Švédský Most in Dobřív, met aan de ene zijde het levensgrote beeld van de heilige Barbara, aan de andere zijde dat van de heilige Jan Nepomuk. En vooral het terras van het 500 jaar oude volledig in hout opgetrokken café Stará Hospoda waar ik maar al te graag even pauzeer. Ik heb geen dorst of honger. Het is het brugje, de bomen, het riviertje, de onvergankelijkheid die elke voorbijganger uitnodigt plaats te nemen. Hoe dikwijls stel ik me onderweg niet de vraag: waar in Vlaanderen vind ik dit nog? Na 42 km kom ik in het dorpje Strašice aan. Als ik eindelijk aan het grijze blokvormige afgeleefde pension Berten, Strašice 419  kom, vrees ik in een smerig vuil bed te moeten slapen. De deur is op slot. Booking.com heeft nochtans een kamer voor mij gereserveerd. Kan het echt zo mislopen? Een rondje rond het gebouw versterkt alleen maar het idee dat het fout loopt. Een bestelwagen op leeftijd stopt. Mannen in werkkledij stappen uit. Één van hen neemt een sleutel. Ik ga erop af en begin in het Engels, Duits,..... Nee, ze verstaan me niet. Met gebaren en woorden waarvan ze niets begrijpen probeer ik iets duidelijk te maken. Ze zien de fiets met bagage. Één van hen belt, praat en geeft zijn gsm door aan mij. Ik heb de eigenaar aan de lijn. Schitterend, ik steek mijn duim naar de mannen op. De eigenaar zal er over een kwartiertje zijn. Opgelucht ga ik op de bank zitten en wacht. Berten is hoe zijn vrienden hem noemen, antwoordt de eigenaar op mijn vraag wat de naam van het pension betekent. Op de eerste verdieping opent hij een deur. Een spiksplinternieuwe en smaakvol ingerichte kamer voor 900 kronen, dat is maar 36 euro. En voor dezelfde prijs heeft de man bovendien tijd voor een praatje. „Het was zo moeilijk om het pension te vinden en het is raar dat de straat ook Strašice heet, net zoals het dorp.“, steek ik van wal. „Straten hebben hier geen naam. Huizen hebben enkel een nummer“, verklaart hij. Wat hij mij verder nog duidelijk wil maken, wordt niet duidelijk. Hij heeft moeite met vreemde talen.
Prachtige gevels in Pilsen.

Gezellige sfeer in Pilsen.

Brouwerij Pilsner Urquell.
Švédský Most in Dobřív,
18.07.2018 Strašice – Hořovice – Řevnice. Totaal 1176 km.
In de traphal en de ontbijtkamer van pension Berten hangen verschillende gerenoveerde fietsen waaronder een hoge bi. De jongeman die mijn ontbijt serveert, is de zoon van Berten. Ik had eerst een moment gedacht dat het Berten zelf was, zo goed lijken ze op elkaar. Deze versie is echter jonger, spreekt vlot Engels en is vingervlug op de tablet om een woord te vertalen met googletranslate. De fietsen waren van zijn grootvader. Zijn grootvader werkte in de fietsenfabriek Favorit van Rokycany en was mecanicien voor de wielrenners die deelnamen aan de Závod míru. De Race of Peace was een jaarlijkse wielerwedstrijd door Tsjecho-Slowakije, Polen en Oost-Duitsland die sinds 1948 tot 2006 gehouden werd. In 2004 startte de wedstrijd heel uitzonderlijk in Brussel en eindigde na 1600 km en 9 dagen in Praag. Zijn grootvader was dus gepassioneerd door fietsen en verzamelde zo’n 120 oude fietsen. De collectie is tentoongesteld in het kasteel Luhov (zámek Luhov) in het gelijknamige dorpje ten noordwesten van Město Touškov. De jongeman lijkt wel door zijn vader gezonden te zijn om mij te entertainen. Hij toont de website van het kasteel. (www.zamekluhov.cz). Pension Berten heeft duidelijk een bijzondere troef in handen om vakantiefietsers aan te trekken. Strašice ligt niet enkel op de fietsroute vanuit Nijmegen naar Praag, ook de 450 km lange fietsroute vanuit München via Regensburg en Pilsen naar Praag doet Strašice aan. De rit van vandaag naar Řevnice start met een klimmetje. Halverwege staat het kerkje van St.Lawrence, kostel svatého Vavřince. Ik wandel tussen de graven van het kerkhof. Verschillende keren kom ik de naam Rodina tegen, waarschijnlijk een populaire meisjesnaam. Te populair vind ik op een bepaald moment. Later wordt het duidelijk. Rodina betekent familie. De hele dag is het vrij winderig. Ik klaag niet over de wind die nagenoeg de hele fietsvakantie uit het noordwesten waait. Vandaag is hij extra voelbaar en het fietst dan ook vrij vlotjes. Om 17h ben ik op mijn bestemming. Hotel Lidový Dům, wat volkshuis betekent, is eerder een hostel met sportaccommodaties. Ik heb voor drie nachten gereserveerd want mijn achternicht Ellen komt zondagmorgen naar Praag. Dat geeft mij een  paar extra dagen die ik hier wil doorbrengen. Enkele dagen geleden stelde ze voor naar Praag te komen. Een fijn voorstel dat ik positief beantwoordde. Na een paar sms’jes met de nodige informatie kreeg ik finaal haar sms’je met “vliegreis en hotel geboekt voor drie nachten.” Ik ga op verkenning door Řevnice. Boven enkele huizen nabij het plein Náměstí Krále Jiřího z Poděbrad (plein van koning George van Podiebrad) is een spitse toren te zien. Door een poortje tussen de huizen kom ik op het ommuurde kerkhof. Het is geen leugen als ik zeg dat het een bijzondere plek is. Bomen overschaduwen de graven waartussen het onkruid en opschietende struikjes nog het recht hebben te groeien. Zo anders dan bij ons. Het lijkt alsof niemand hier komt. Het is geruststellend dat niemand hier komt, een plek om alleen te zijn, te rusten. Tussen de bomen loopt een slordig grindpad tot aan de overwegend geel geschilderde kerk. Het barokke interieur is verbazend mooi. Het plafond is beschilderd met uitbundige religieuze taferelen. Hier kom ik zeker nog eens terug. Aan het station bevindt zich het Grand Hotel met het restaurant dat de receptioniste van Lidový Dům aanbevolen heeft. Ik bestel eend met pruimen en gebakken patatjes. Ik had hier wel willen logeren ook al heeft het hotel zijn beste tijd gehad. Zeker tijdens vakanties hebben gebouwen met zichtbare geschiedenis een aantrekkingskracht op mij en geven slordige omgevingen waar onkruid nog het recht heeft te groeien een gevoel van rust en tijd. Strak gesnoeide onkruidvrije tuinen doen aan werken en stress denken. Misschien wordt na het verbod op glyfosaat een tuin vol onkruid de nieuwe trend. Aan de robuuste houten picknicktafel waarbij tafel en zitbank één geheel vormen, zitten drie mannen in werkkledij. Het warme weer heeft hen, net als iedereen dorstig gemaakt. Ze drinken pinten, zijn luidruchtig en hebben plezier. Ze betrekken mij bij het gesprek, maar ik versta hen niet.  Nog iemand anders begint te tolken. Het wordt hilarisch. Kola betekent fietsen.
Tentoongestelde fiets in het Pension Berten.

Graf op het kerkhof van  Kostel sv. Vavřince nabij Strašice.

  Kostel svatého Mořice in Řevnice
19.07.2018 Řevnice – Karlštejn.
Ik keer een stukje op de afgelegde fietsroute terug tot het dorpje Zadní Třebaň. In de buurt van het station steek ik de rivier Berounka over langs de fiets- en voetgangersbrug en rij noordwaarts richting Mořina. Zodra ik een veldweg naar links kan nemen, laat ik de fiets achter en trek te voet verder door de velden. Tot nu toe kloppen alle aanwijzingen die ik gisteren gekregen heb. Ik kom langs een kapel met een levensgroot kruisbeeld en moet daarna een stukje bos door. Verbazingwekkend, amazing klinkt mooier. Dat is wat de vrouw dus bedoelde. Ik kom op een open plek op de top van een heuvel en zie het kasteel Karlštejn in al zijn pracht op de top van de volgende heuvel liggen. Dit is een uniek uitzicht. Waarom neemt niemand deze wandelweg? Ik ga nu recht op mijn doel af. Wat dichtbij lijkt, ligt veraf. Eerst wandel ik verder door het bos de heuvel af en dan klim ik met tientallen andere toeristen de volgende heuvel op naar het veertiende eeuwse kasteel gebouwd door Keizer Karel IV (1316-1378). Zijn huwelijksleven is merkwaardig. Hij was een tiener toen hij huwde en zijn vier vrouwen waren eveneens tieners toen ze bij hem hun geluk zochten of moesten zoeken. Op 13-jarige leeftijd huwde Karel IV in Praag de even jonge Blanca van Valois. Blanca overleed als ze 32 jaar was. Één jaar later was het de beurt aan de 20-jarige Anna van de Palts die vier jaar later kwam te overlijden. Op 37-jarige leeftijd huwde Karel IV voor de derde keer, ditmaal met de 14-jarige Anna van Silezië. Anna stierf negen jaar later. In 1363 huwde hij in Krakau de 16-jarige Elisabeth van Pommeren. Hij was 47 jaar. Zijn vier vrouwen schonken hem elf nakomelingen. Drie van zijn kinderen werden amper één jaar en vier andere overleden voor hun dertigste verjaardag. Enkel met een gegidste rondleiding kom je op de mooiste kasteelplekjes. Ik sluit aan bij een groepje van een tiental Amerikanen. Als we de kerk van de Maagd Maria in de Mariatoren betreden, wordt het heel stil. We zijn onder de indruk van de muurschilderingen. De gids doet zijn verhaal en geeft ons ruim de tijd alles grondig te bekijken als ook de kleine kapel van Sint-Catharina, versierd met halfedelstenen en muurschilderingen. Het grootste juweel van Karlštejn is onbetwistbaar de kapel van het Heilig Kruis die de hele tweede verdieping van de Grote Toren beslaat. Geen vierkante millimeter is ongedecoreerd gebleven. De muren zijn met schitterende halfedelstenen ingelegd in een vergulde pleisterlaag.129 houten paneelschilderijen uit het atelier van Meester Theodorik sieren de kapel. Het vergulde plafond stelt de hemel voor met tientallen sterren, de zon en de maan. Ik kan me niet herinneren ooit zo onder de indruk geweest te zijn. Het verwondert mij dat het geheel bijna zeven eeuwen geschiedenis heeft overleefd. De Amerikanen zijn net als ik sprakeloos. Dat het mooi is, is zo evident dat het belachelijk is om het te zeggen. Er zijn geen woorden om de schoonheid van de kapel uit te drukken. Voorzichtig doorbreekt de gids de stilte en begint, zelf waarschijnlijk opnieuw onder de indruk, met gebroken stem zijn verhaal. Jammer dat we geen foto’s mogen nemen. Ik heb spijt dat ik stiekem toch geen foto’s genomen heb. Na de rondleiding doet de onderdompeling in het warme licht en de vele kwetterende toeristen vreemd aan. Ik heb al heimwee naar de stilte en de betoverende kunst van de kapel van het Heilig Kruis. Ik ben een beetje uit mijn lood geslagen na deze unieke belevenis. In mijn verdere ontdekking van de burcht kom ik bij een rad waarin mensen liepen zoals in het klooster van de Mont-Saint-Michel. In Karlštejn werd het rad gebruikt om water uit een diep gelegen put op te halen die zich vulde met het water van een nabijgelegen beek.


Hrad Karlštejn

Het dal van de rivier de Berounka gezien vanop Hrad Karlštejn.

De fietsbrug over de Berounka bij het station van Zadní Třebaň.

20.07.2018 Řevnice – Halouny. Totaal 1207 km.
Een maand geleden dacht ik zelf wel eens dat het gek en roekeloos is om naar Praag te fietsen. Dat is het dus helemaal niet. De fietsroute is verkeersarm en loopt overwegend langs rivieren. Het is geen onmogelijke tocht. De route naar Praag zoals ze in de fietsgids uitgewerkt is, is de weg van de minste weerstand. Waarom zou je alle heuvels beklimmen als je tussen de heuvels door langs rivieren kan fietsen? Een mens zoekt van nature naar de minst vermoeiende weg. Toch hebben heuvels en bergen een onweerstaanbare aantrekking en willen we af en toe de top bereiken zoals op de burcht Karlštejn. De beloning was prachtig en doet naar meer verlangen. De vrouw die mij de wandelweg naar Karlštejn had aanbevolen, had nog een andere tip gegeven waarvoor ik ook het dal van de Berounka moet verlaten. Het succes van gisteren heeft het vertrouwen in haar advies zo versterkt dat ik deze ochtend er niet aan twijfelde om vandaag naar Halouny te trekken. Halouny is een gehucht van het dorp Svinaře. Aan de rand ervan, bij het bos, ligt een café-restaurant waar je lekker kan eten. Veel meer dan een eenvoudige wegbeschrijving had de vrouw er niet aan toegevoegd. En ik had ook niets meer gevraagd omdat ik toen niet van plan was erheen te gaan. Deze morgen stond de wereld op zijn kop. Ik wou er absoluut naartoe. Svinaře ligt 8 km terug op de fietsroute. In het dorp kom ik langs het Zamek Svinaře. Het achttiende eeuwse gebouwencomplex dat een immens grote U vormt, is in volle restauratie. Het lijkt een overgedimensioneerde boerderij te zijn waarvan het huis een kasteeltje is en de binnenkoer een groot marktplein lijkt. Er is al een café-restaurant gevestigd waar ik geniet van terras en tuin. Halouny staat op het kaartje in de fietsgids zodat ik mij toch enigszins kan oriënteren. De dienster legt de weg naar Halouny uit. Groot is het gehucht niet. Een zachte lange klim leidt tot aan het bos met het café-restaurant Hospoda U Zrzavého Paviána. Toeristen zijn er niet en een Engelstalig menu evenmin. De dienster moet er een jongeman bijhalen die het menu voor mij vertaalt. Van zodra hij chicken zegt, hap ik toe. Het is heel lekker en veel. Ik heb genoeg energie om het bos in te trekken. Het is meteen steil. Af en toe kijk ik achterom om straks de terugweg gemakkelijk te vinden. Het is heerlijk koel in het rijk der hoge bomen. Ik mis een bank om een middagdutje te doen. Dan maar zelf een zitbankje bouwen. Het is niet zo gemakkelijk een stevige constructie te stapelen met de grillig gevormde natuurstenen die overvloedig in het bos aanwezig zijn. Puzzelen met stenen is een ingenieus kinderspel. De wereld om me heen en de tijd vervagen, alleen de stenen zijn er nog. Heerlijk is dat toch! Gezeten op mijn troon tegen een boom lijkt het wel het hoogtepunt van mijn vakantie te zijn. De terugweg is dalend, maar er zijn meer wegsplitsingen dan ik me kan herinneren op de heenweg. Ik huiver bij de gedachte te verdwalen in dit uitgestrekte bos. Thuis zou mij zoiets nooit overkomen omdat je daar door alle bossen heen kan kijken. Ik krijg het even benauwd en gok. Het is een opluchting als ik wat later een bordje met Hospoda zie. De wereld en de tijd krijgen opnieuw vorm en ik ben verbaasd dat het halfzes is als ik na een lange pauze op het terras terugkeer naar Řevnice. Ik heb voor de film nog net tijd voor een vegetarische ovenschotel op het terras van het Grand Hotel. Vegetarisch, dat is lang geleden. De voorbije maand heb ik bijna elke dag vlees gegeten. Volwaardige vegetarische maaltijden met vleesvervangers zijn moeilijk te verkrijgen in Duitsland en Tsjechië, althans in de kleinere dorpjes en stadjes op de gevolgde fietsroute. Misschien zijn ze er wel maar heb ik niet hard genoeg gezocht. Op het plein Náměstí Krále Jiřího z Poděbrad hebben zich al enkele mensen een plaatsje uitgezocht op de houten banken. De technicus is volop bezig de kabels aan te sluiten tot er beeld op het grote scherm verschijnt. Tijdens de vakantiemaanden is er elke vrijdagavond Letní Kino wat zomercinema betekent. In Řevnice is er een cinema. Stel je niets moderns voor. Alleen omdat er Kino op het gebouw staat heb ik het niet aanzien als een oud fabriekspand. De vrouw die mij de uitstaptips gegeven had was hier eergisteren bij het uitproberen van de mobiele cinema en heeft ook de titel verklapt. Zo meteen gaat de film Captain Fantastic van start. De man van het theehuis Čajovny Cherubín op het pleintje biedt ons eerst gratis thee aan. De lieve man gaat rond met een grote theekan en bekertjes. 

Zámek Svinaře

Hospoda U Zrzavého Paviána in Halouny.

 Hotel Grand aan station in Řevnice
21.07.2018 Řevnice – Dobřichovice – Černošice – Radotín – Komořany – Praag. Totaal 1245 km. De laatste rit tot Praag heeft alle eigenzinnigheden die een zomers fietsuitstapje nodig heeft: ontspannend en dromerig met af en toe een pauze, zonnig en warm. De vallei van de Berounka willigt alle eisen in. De brede ondiepe rivier met zandstrandjes en brede uiterwaarden lokt dan ook vele dagjestoeristen die pootje komen baden. Tientallen fietsers geven het verrukkelijk gevoel dat iedereen fietst. Ter hoogte van Radotín gaat de route via een voetgangers- en fietsbrug een vierde en laatste keer over de Berounka en baant zich een weg naar de Moldau. Iets verder ter hoogte van Komořany stroomt de Berounka in de Moldau. De Moldau zelf heeft twee bronrivieren, de Warme en de Koude Moldau en mondt uit in de Elbe nabij Mělník ten noorden van Praag. Rivieren zijn belangrijk voor fietsers. Ze garanderen een vlakke route. Zo kan je van Praag langs de Elbe naar Dresden fietsen en verder tot de monding van de Elbe aan de Noordzee bij Cuxhaven. (www.elberadweg.de). Wie of wat houdt me tegen om na Praag verder te fietsen? Ik sluip Praag verkeersvrij binnen langs de Moldau, door het gewoel van de voorsteden. Aan de Most Legií over de Moldau zoek ik een slachtoffer om mij te fotograferen met de Praagse Burcht en de Vituskathedraal op de achtergrond. 1245 km en precies één maand geleden zou ik het heel exceptioneel gevonden hebben Praag met de fiets te bereiken en nu ik hier sta, is het zo gewoon alsof ik van Zottegem naar Gent gefietst ben. Ik moet mezelf wat aanmoedigen en overtuigen dat het toch iets gedenkwaardigs is. Op weg naar het hotel verken ik een stukje van de stad. Levendige herinneringen aan Praag uit 1994 toen ik hier voor het eerst met Carine en Katrien was, heb ik niet meer. Ook de jaarlijkse schoolreizen naar Praag met de zesdejaarsleerlingen van het KAZ begin de jaren 2000 blijven verborgen in mijn geheugen. Het is helemaal niet erg dat Praag zich aandient zonder herinneringen. Voortdurend kijk ik in de hoogte naar de prachtige kleurrijke gevels. Met de fiets in de hand is het niet zo handig. Telkens je stopt ben je een hinderpaal voor de vele andere toeristen. Na enkele uren ben ik blij hotel Alveo Suites, Na Poříčí 1066/27, Nové Město te bereiken. De fiets gaat de komende drie dagen op slot. Ik voel pas dat ik uitgeput ben als ik op de kamer kom en languit op bed ga liggen voor een verkwikkend slaapje. Heel bewust neem ik later op de avond het fotoapparaat niet mee. Ik wil Praag zien zonder altijd de geschikste plaats te willen zoeken voor de mooiste foto. Vlakbij het hotel ontdek ik het veganistisch restaurant Loving Hut. Zelfbediening, oosters maar niet pikant en lekker gezond. Hier kom ik beslist terug tenminste als Ellen het lust. Intussen is de loommakende hitte van deze namiddag verdampt. Het is prettig wandelen met de handen in de broekzakken. In het theater Divadlo Hybernia op het plein Náměstí Republiky wordt het ballet Romeo en Julia van Prokofjev opgevoerd. Het gehuppel op het podium kan me echt niet bekoren en ik heb spijt van mijn duur ticket. Romeo en Julia vergeet ik snel als ik naar het Staroměstské Náměstí, het Plein van de Oude Stad wandel. Breakdance op straat is acrobatischer en indrukwekkender. Het is bijna middernacht en de stad denkt nog niet aan slapen. In groepjes zitten jongeren met drank en versnaperingen op het plein. Sommigen met hun rugzakken. Zouden zij hier de nacht doorbrengen om vroeg in de ochtend de trein of het vliegtuig huiswaarts te nemen? Op de Karelsbrug, Karlův most in het Tsjechisch, is het even druk als op het Plein van de Oude Stad. De veertiende eeuwse brug met 16 bogen gebouwd door Karel IV is een halve kilometer lang en verbindt de Oude Stad met Malá Strana. De dertig standbeelden op de brug zijn veel later toegevoegd. Het populairste beeld is dat van Johannes van Nepomuk. Het beeld van de priester-martelaar aanraken zou geluk brengen. Stel je voor dat het waar zou zijn, dan zouden miljoenen mensen langskomen. Het geluk ligt voor mij binnen handbereik. Ik raak het beeld aan en hoop op een goede nachtrust.          
Aankomst in Praag. Zicht op de Moldau en de Praagse Burcht vanop de Most Legií.

De Moldau gezien vanop Vyšehrad

 Het Plein van de Oude Stad met de St.-Niklaaskerk en het Jan Hus monument.
22.07.2018 Praag.
Nog voor Ellen aankomt, regel ik mijn terugreis naar Zottegem in het Centraal Station van Praag, het Praha Hlavní Nádraží. Ik vertel het verhaal kort maar het heeft een uur geduurd vooraleer ik duidelijkheid kreeg. Fietsen maken immers spoorwegbeamten nerveus, ook in Praag. Ik moet langs twee loketten passeren, één voor de uurschema’s en één om het ticket te bestellen. Één ding is snel duidelijk. Het is een utopie te denken dat ik en mijn fiets op één dag met de trein vanuit Praag in Zottegem kunnen geraken. Zonder fiets zou dit wel lukken maar de fiets moet mee. In Praag weet men niet op welke treinen in Duitsland de fiets mee mag. De loketbediende kan een ticket voor mij en de fiets geven tot Regensburg. Als alles duidelijk is, neem ik het risico en bestel een ticket voor mij tot Frankfurt-am-Main. Ik hoop dat de fiets mee kan na Regensburg waar ik moet overstappen. Ellen komt precies zoals ze had voorspeld om elf uur aan de hotelreceptie. De vakantie neemt voor mij een grote wending van alleen fietsen naar wandelen in de stad met twee. Op het einde van de dag hebben we volgens de stappenteller van Ellen 16 km afgelegd. Onderweg hebben we op sfeervolle pleinen gekuierd, zijn door prachtige straten en langs kleurrijke huizen gewandeld. Ik heb geen notities en foto’s genomen. We hebben Praag lukraak verkend en uiteraard zijn we langs het Plein van de Oude Stad (Staroměstské Náměstí), de overvolle Karelsbrug (Karlův most) en de Praagse Burcht (Pražský hrad) geweest. En we hebben veganistisch gegeten in restaurant Loving Hut. Ellen vindt het lekker.   

Jugendstil in Praag.


Jugendstil in Praag.
Jugendstil in Praag.

23/07/2018 Praag.
Ellen laat de De Moldau (Vltava) muziek van Bedrich Smetana spelen bij het ontwaken. Het ontbijt moeten we buitenshuis nemen. Alveo Suites doet geen moeite voor ons. Daarna zetten we onze stadstocht verder. Ellen is onder de indruk van het Kavárna Obecní dům in jugendstil op het het Náměstí Republiky. Omdat zij zo onder de indruk is, kijk ik ook met meer aandacht naar de decoratiedetails. Het is buitengewoon prachtig, binnen en buiten. Het is vandaag opnieuw drukkend warm en aan de loomheid ontsnappen we niet. We zetten door en trekken via het Wenceslasplein naar Vyšehrad. Het betekent letterlijk hooggelegen kasteel. Het fort dateert uit de tiende eeuw. Van hieruit heb je een geweldig uitzicht over de stad en zie ik de Moldau van boven af langs waar ik de stad eergisteren binnen ben gefietst. Op de terugweg gaan we dwars door de botanische tuinen en langs de Moldau terug naar het toeristisch centrum waar we de avond afsluiten in ons favoriet restaurant Loving Hut. 


Het Franz Kafka monument nabij de Spaanse synagoge.

Tekening van de Franse actrice Sarah Bernhardt (1844-1923)
 door Alfons Mucha (1860-1939)

Ergens in Praag.
24/07/2018 Praag.
We ontbijten in hetzelfde café als gisteren. Op het Plein van de Oude Stad loopt in het GOAP, het Gallery of Art Prague een expositie over Alfons Mucha, Salvador Dali en Andy Warhol. De ingang is naast de winkel van Moser met kristal uit de fabrieken van Karlovy Vary. De drie kunstenaars moeten even wachten. We stappen de winkel binnen om de dure stukken te bewonderen. Er zijn geen andere klanten. De winkelbediende geeft graag uitleg. Het bijzondere aan het Moser-kristal is dat het geen lood bevat en dat ze er toch in slagen het kristal te laten schitteren als diamant. In het GOAP wordt het niet duidelijk waarom de drie kunstenaars, weliswaar elk op een eigen verdieping, samen geëxposeerd worden. Voor ons is het van geen belang. We blijven vrij lang op de tentoonstelling en moeten daarna kiezen. Het zijn onze laatste uren in Praag. We opteren voor de Joodse wijk. Het Joodse kerkhof met de aula van het doodgraverscollege, de Synagoge Klausen en de Spaanse Synagoge krijgen onze volle aandacht. Daarna is het genoeg geweest. We snakken naar ijsjes en rust. De warmte is ondraaglijk om snel te leven en we zijn verzadigd met kunst en architectuur. Een vierde dag zou te veel zijn. 


Gefotografeerd in de Klausen synagoge.

De Spaanse synagoge.

Het Joodse kerkhof.

25.07.2018 Treinreis van Praag via Regensburg naar Frankfurt-am-Main.
Het is 8 uur. De trein is een half uurtje geleden vertrokken uit het Centraal Station van Praag, het Praha Hlavní Nádraží, als Ellen laat weten dat ze veilig en wel geland is in Zaventem. Precies vier uur geleden vertrok ze uit het hotel Alveo Suites en ze is bijna thuis. Ik zal pas morgenavond thuis komen. Zonder fiets zou de treinreis in één dag lukken. Het vliegtuig is dus drie keer sneller en drie keer goedkoper, maar ik durf absoluut niet vliegen. Gelukkig is de ecologische voetafdruk van een treinreis een stuk kleiner. Wat een verschrikkelijk dilemma zou het voor mij zijn als de ecologische voetafdruk van een vliegtuigreis veel kleiner zou zijn. Ecopassenger berekent dat de reis van Praag naar Zottegem met de trein 40kg, met de auto 100 kg en met het vliegtuig 120 kg broeikasgassen per persoon uitstoot. (www.ecopassenger.org). Misschien had ik moeten overwegen met de fiets terug te keren. In Pilsen krijg ik op de trein het gezelschap van een Pakistaan. Hij spreekt me aan en reikt mij de hand. Ik ben eerst wat achterdochtig. Wat wil die man? Haseen is zijn naam. Hij is fysicus en doctoreert in Pilsen. Hij reist naar München om contact te leggen met collega’s die eveneens werken rond waterstofenergie. Al snel heeft hij het over zijn familie, zijn vrouw en dochtertje die binnenkort naar Pilsen komen, zijn twee broers en zes zusters. „Six sisters“, roep ik onderdrukt. Hij moet lachen. Nu begrijp ik waarom hij zo een lieve innemende man is. Zijn hele jeugd lang omringd door zes lieve zussen. Jammer genoeg moet ik in Regensburg overstappen. Ik heb nog wat tijd om uit te zoeken of de fiets meekan op de trein naar Frankfurt-am-Main die over een paar uur vertrekt. Het kan. De trein rijdt via Nürnberg en Würzburg en komt om 16.30 uur in Frankfurt Hauptbahnhof aan. Ik regel meteen de verdere reis naar Brussel. Men kan mij niet zeggen of ik de fiets kan meenemen van Welckenradt naar Brussel. We zien het wel. In de meeste landen kan je de fiets meenemen op regionale treinen zonder reservering. Op intercity treinen moet je meestal reserveren of je hebt geluk dat er nog plaats is. Ik kan pas morgenmiddag vertrekken. Tijd genoeg om de stad te verkennen. Het is de eerste keer dat ik de stad bezoek. In 2002 zijn Boudewijn en ik tijdens de limesfietstocht langs de Main door de stad gefietst. Alleen de moderne hoogbouw herinner ik mij. Ik eet in het restaurant Haus Wertheym, een vakwerkhuis uit 1479 rechtover het Historisches Museum en het Junges Museum. Het vakwerkhuis wordt met zorg gekoesterd. Het is één van de weinige gebouwen die WOII overleefd hebben samen met de zwaarbeschadigde Alte Nikolaikirche en de Kaiserdom St.-Bartholomäus. In maart 1944 werd door geallieerde bombardementen de hele oude middeleeuwse stad verwoest. Typerend voor de stad is de roodbruine zandsteen waarin vele naoorlogse gebouwen opgetrokken zijn evenals de Dom. Mijn wandeltocht gaat verder naar het plein Römerberg. De gebouwen rond het plein waaronder enkele vakwerkhuizen zijn na de oorlog zo origineel mogelijk weer opgebouwd. Ik dwaal verder door de stad en kom op de brede winkelboulevard Zeil met uitgestrekte glazen winkelwanden. Heel aangenaam omdat het autovrij is. De aantrekkingspool van de boulevard is My Zeil, een futuristisch ogend shoppingcenter ontworpen door de Italiaanse architect Massimiliano Fuksas. Ik wandel door het glazen shoppingcenter en kom aan het roodbruin zandstenen Palais Thurn und Taxis. Het is een recente reconstructie van het oorspronkelijke achttiende eeuwse paleis en is omringd door hoogbouw. Er is nog veel te zien en te beleven in Frankfurt maar ik ben geen nachtmens en zoek de weg naar hotel Savoy in de stationsbuurt.   


 Haus Wertheym gebouwd in 1479

Het heropgebouwde stadhuis op het plein Römerberg 

Frankfurt-am-Main in maart 1944.

26.07.2018 Frankfurt am Main – Köln – Aachen – Welckenradt – Brussel – Zottegem.
De receptioniste is bereid om na het ontbijt mijn bagage in bewaring te nemen zodat ik nog een ritje met de fiets door Frankfurt kan maken. Ik verken beide oevers langs de Main. Brede parkstroken met bomen, gazons, wandel- en fietspaden geven de Frankfurters gelegenheid tot sport en ontspanning. Op de rechteroever, ten oosten van de Innenstadt domineert het indrukwekkende nieuwe torengebouw waarin de Europese Centrale Bank sinds 2015 haar intrek heeft genomen. Op wandelafstand nabij een oude havenkraan kunnen de ambtenaren tijdens hun pauze keuvelen op het ruime terras van restaurant Oosten in een open leeg landschap met zicht op de Main. Dat doe ik ook vooraleer ik een laatste keer de stad in trek. In de hal van de Kaiserdom hangen luchtfoto’s van Frankfurt kort na de bombardementen van maart 1944. Dezelfde hallucinante beelden zien we vandaag opnieuw in Syrië. Wraakroepend en onbegrijpelijk. In de buurt van de Kaiserdom ligt het Jüdischer Friedhof. Het ommuurde kerkhof is gesloten. Door het ijzeren hek heb ik zicht op het park met eeuwenoude grafstenen. Het oudste graf dateert van 1272. Er werd begraven tot 1828. Mijn verblijf in Frankfurt is veel te kort om de tientallen musea en kunstgalerieën te bezoeken. Ik eet nog snel een Italiaanse pasta en haast me daarna naar het station. De trein vertrekt om 13h45 en volgt het dal van de Main en de Rijn tot Keulen, precies hetzelfde traject als de limesfietsroute. Heerlijk om zonder enige inspanning vanuit een gekoelde trein te genieten van het prachtige dallandschap. Het zou een lastige fietstocht zijn in de verzengende hitte die sinds enkele dagen Europa in zijn greep heeft. Het kwik zwelt opnieuw tot boven de 30°C. Net als gisteren overvalt de hitte en knijpt mijn adem af telkens als ik moet overstappen. Het is altijd wennen aan de overgang van de koelte op de trein naar de hete buitenlucht. Vanaf Aken tot Brussel heb ik het gezelschap van een jonge vrouw uit Bamberg. Ze doctoreert in de scheikunde aan de universiteit van Gent. Een paar professoren die ze noemt, waren medestudenten toen ik scheikunde studeerde. Ik realiseer me hoe lang dat geleden is. We stappen over in Welckenradt. Het is geen probleem om de fiets mee te nemen. Een laatste overstap in Brussel-Zuid. Ik moet nu al afscheid nemen van haar. 21h15: thuis.


De ECB-Toren tussen de Sonnemannstraße en de Main

Het nieuwe Frankfurt-am-Main.

Het station van Frankfurt-am-Main.
Met dank aan Regine Henau voor het nalezen en taalkundig corrigeren van de tekst.