maandag 2 januari 2023

Een regelmatig fietsritje van Zottegem naar Ronse.


Een fietsritje van Zottegem naar Ronse en terug is één van mijn favoriete daguitstapjes. Zottegem en Ronse liggen in vogelvlucht amper 20 kilometer van elkaar. Een verkeersveilige fietsrit tussen beide stadjes langs onder andere het Mijnwerkerspad (10 km), het Livierenbos (2 km) en de RaVel-ligne87 (7 km) is ruim de helft langer. De route is op een paar korte stevige hellingen -de Vlamme en Hurdumont- nagenoeg vlak en  bijna 20 kilometer van de rit is autovrij. Het Mijnwerkerspad en de RaVel-ligne87 zijn oude spoorwegen die tot fiets- en wandelpaden zijn ingericht. Het Livierenbos (Bois de la Louvière) is evenmin toegankelijk voor gemotoriseerde voertuigen. Het Livierenbos, het naburige Brakelbos en Bois de la Houppe liggen op de grens van de Vlaamse Ardennen en het Waalse le Pays des Collines die samen één landschappelijk geheel vormen. Het natuurgebied ligt tussen de Denderstadjes Geraardsbergen, Lessines en Ath in het oosten en de Scheldesteden Oudenaarde en Doornik in het westen. Ronse ligt op de grens tussen de Vlaamse Ardennen en le Pays des Collines terwijl Zottegem zich in het noordoosten aan de rand van het heuvelende land bevindt. 
De fietsknooppuntenroute tussen beide stadjes langs het Mijnwerkerspad, het Livierenbos en de RaVel-ligne87 herleidt zich tot de getallenreeks: knpt. 22 - 20 - 14 - 11 - 96 - 15 - 91 - 99 - 51 - 04 - 01  - 05 - 08 - 87 - 82 - 79 - 90 - 91 - 41 - 92. (https://www.fietsnet.be/routeplanner/default.aspx)
Nagenoeg dezelfde route uitgedrukt in straatnamen wordt: (station van Zottegem) - Stationstraat - Markt - Hoogstraat - Meerlaan - Wurmendries - Bosveldstraat - Eekhout - (knpt.20) - De Vlamme - Ten Bosse - (knpt.14) - (kerk Sint-Goriks-Oudenhove) - Smisstraat - Slijpstraat - (knpt.11) - Mijnwerkerspad - Rondweg N8c - Mijnwerkerspad - (knpt.99) - Livierenstraat - verharde weg door het Livierenbos - (knpt.04) - Ten Bosse - Sainte-Anne - Hurdumont - Puvinage - (knpt.8) - RaVel-ligne87 - Mgr.Beylsstraat - Blauwesteen - Waatsbrugstraat - Elzelestraat N57 - Oude Vesten - Zuidstraat - Grote Markt (Ronse) - Peperstraat - Franklin Rooseveltplein - Abeelstraat - Stationstraat - (station van Ronse). 


                         
Het Administratief Centrum Sanitary van de stad Zottegem in de Gustaaf Schockaertstraat. Gustaaf Schockaert was de pionier van de Zottegemse textielindustrie. Zijn zoon Joseph richtte in 1909 de "Sanitary Underwear Company" op. De voor- en achtergevel van de vroegere textielfabriek is volledig opgetrokken in gewapend beton. De zijgevels hebben een betonskelet opgevuld met baksteenmetselwerk. 


Achter de bocht naar links ligt de korte steile helling De Vlamme. Beneden in het dal stroomt de Traveinsbeek. De Vlamme is eveneens de naam van de straat tussen de straten Eekhout en Ten Bosse. 




De kerk van Sint-Goriks-Oudenhove bevat Romaanse elementen van de 12de eeuw. Als bouwmateriaal werd onder andere roodbruine ijzerzandsteen gebruikt. In het traptorentje zitten twee grijnzende maskers in ijzerzandsteen verwerkt. Volgens een legende verwijzen ze naar een conflict tussen de pastoor en de lokale heer, waarbij de pastoor de aparte toegangsdeur voor de heer liet dichtmetselen. (info: https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Gorikskerk_(Sint-Goriks-Oudenhove), https://nl.wikipedia.org/wiki/IJzerzandsteen)


                    Een pittoresk huisje in de Slijpstraat.

Het Mijnwerkerspad maakt deel uit van een vroegere spoorlijn tussen Zottegem en Elzele (Ellezelles). Tot 1963 bracht het zogenoemde Fosttreintje mijnwerkers van Zottegem en omstreken naar de Henegouwse steenkoolmijnen. In 1978 werd het stuk van de spoorlijn tussen de Slijpstraat in Sint-Goriks-Oudenhove en de Livierenstraat in Opbrakel ingericht als fiets- en wandelpad wat nu bekend staat als het Mijnwerkerspad.    (info: https://nl.wikipedia.org/wiki/Spoorlijn_82#Mijnwerkerspad) 


De Boembekewatermolen staat op de grens van Sint-Goriks-Oudenhove en Michelbeke aan de Zwalmbeek langs het Mijnwerkerspad. Reeds in 1396 was "maeler mathijs van der boenbeke" -vandaar de naam- aan het werk op de watermolen. In 1544 was de molen eigendom van graaf Lamoraal van Egmont die de molen verpachtte aan Jan Vanden Broeck. Rond 1900 werd een stoommachine geplaatst die later werd vervangen door een dieselmotor. De molen is buiten dienst sinds 1967. Vandaag is de molen eigendom van Natuurpunt. 

                                De Boembekemolen voor de restauratie.


Om de Sint-Antoniuskapel te bereiken, verlaat je het Mijnwerkerspad in Michelbeke en klim je uit de Zwalmvallei de steile helling Berendries op. Bovenaan aan de kruising van de kasteeldreef en de Berendries staat de Sint-Antoniuskapel. De neogotische kapel is toegewijd aan Sint-Antonius abt en werd in 1901 gebouwd ter vervanging van een vorige kapel. De calvarie met gepolychromeerde stenen beeldengroep dateert van 1908. 

Interieur van de Sint-Antoniuskapel.


    Het kasteel van Lilare (boven) en het poortgebouw (onder).
Op de hoek van het Mijnwerkerspad en de Kasteeldreef bevindt zich, verscholen achter bomen het 18de eeuwse Kasteel van Lilare. Het poortgebouw is drie eeuwen ouder. De heerlijkheid Lilare werd reeds in de 12de eeuw vermeld en was in het bezit van onder andere de families Lilare, van Herzele, van Egmont en Blondel. In 1938 werd het kasteel verkocht aan het klooster van Opbrakel. Op het domein is nu het Sint-Franciscusinstituut, een middelbare school met internaat gevestigd. (info: https://nl.wikipedia.org/wiki/Kasteel_van_Lilare   http://www.triverius.be/Boek_Kasteel_Lilare.html)


Vlakbij de onderbreking van het Mijnwerkerspad door de Rondweg N8c ligt Topbronnen. Sinds 1906 wordt het water er gebotteld zoals het uit de bronnen komt. Het water wordt ondergronds opgevangen in het natuurpark aan de bottelarij dat veertig hectare groot is. (info: https://topbronnen.be/ )       



De Toepkapel alias sint-Jozefkapel of Kapel van de Vrede is gelegen op een heuvelflank in de Toepkapelstraat ten oosten van het natuurpark Topbronnen. De kapel werd in 1924 door de gelovigen van Nederbrakel opgericht omdat het dorp in WOI gespaard bleef van oorlogsgeweld.  (info: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobjecten/73892 ,  http://www.toepkapel.be )


Het interieur van de Toepkapel.


Het Mijnwerkerspad tussen de Rondweg en de Livierenstraat. 



De Verrebeekmolen staat in Opbrakel aan het kruispunt van het Mijnwerkerspad en de straat Verrebeke. De molen werkte tot 1938 en raakte nadien volledig in verval. Midden de jaren negentig van vorige eeuw werd de molen volledig heropgebouwd. De stenen grondzeiler met saracenenkap is maalvaardig. De kap is belegd met eikenhouten schaliën.   




Op de grens tussen de Vlaamse Ardennen en le Pays des Collines ligt het Livierenbos. Het licht stijgende verharde pad door het bos verbindt de Livierenstraat in Brakel met Ten Bosse in Flobecq. De straat Ten Bosse aan de rand van het bos op de heuveltop biedt een vertederend uitzicht over de vallei van de Ancre.  (info: https://nl.wikipedia.org/wiki/Livierenbos)  

De wilde hyacint bloeit in het voorjaar en komt vooral voor in oude bossen zoals het Livierenbos. (info: https://nl.wikipedia.org/wiki/Wilde_hyacint) 



                                    De "Eiffeltoren" op de heuveltop in het Livierenbos. 



    La Chapelle Sainte Anne in de gelijknamige straat. 


    Landschap gezien vanop de helling Hurdumont. 

     Zicht op de steile helling Hurdumont gezien vanop de RaVel-ligne87. 

De RaVel-ligne87 is een tot fiets- en wandelpad ingericht stuk oude spoorlijn tussen Lessen (Lessines) en Ronse dat behoorde tot de spoorlijn 87 tussen Zullik (Bassilly) en Doornik (Tournai). De foto werd genomen aan het kruispunt tussen Puvinage en de RaVel-ligne87.  

    Landschap gezien vanop de RaVel-ligne87. 

      De RaVel-ligne87.

Gevelkunstwerk "Zottenmuur" van Jacques Vandewattyne op de hoek van de Elzelestraat en de Oude Vesten in Ronse (info: https://www.ontdekronse.be/nl/standbeelden) 

De Markt van Ronse met de obelisk. (info: https://www.ontdekronse.be/nl/obelisk, algemene info over Ronse: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/themas/14132).

     De Sint-Hermesbasiliek van Ronse. (info: https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Hermesbasiliek). 

Aan de Sint-Hermesbasiliek staat "De Belleman". Het standbeeld is uitgehouwen in Balegemse steen naar een ontwerp van Stefaan Ponette en verwijst naar de Fiertelommegang.  

De Oude Sint-Martinuskerk in het stadsdeel "De Vrijheid" is al ruim een eeuw ontwijd. Ze deed na haar ontwijding dienst als houtzagerij, cinema, garage en momenteel is het een culinaire tempel. (info: https://www.depassageronse.be)

     De culinaire tempel 'De Passage" in de Oude Sint-Martinuskerk.

    De Hoge Mote, onthaal- en belevingscentrum van Ronse, Biesestraat 2. 

Het textielmuseum MUST in Ronse, Biesestraat 2, werd ondergebracht in de oude Cambier-Robette textielfabriek. (info: https://www.visitvlaamseardennen.be/het-must-ronse).

                        Tussen de Sint-Hermesbasiliek en het Must.

Maison Cambier (1927) in neo-Lodewijk XVI-stijl, Fostierlaan, 40. (info: http://www.maisoncambier.be/). 


    De perronzijde van het station van Ronse. 

 















































































































































zondag 1 januari 2023

2020 - heemkunde: de dood van 2 Balegemnaren in Frankrijk, 19de eeuw.


De dood van twee Balegemse landbouwwerklieden in Frankrijk aan het einde van 19de eeuw.

 Johan Van Hecke

Het is zondag 18 juli 1897, 7u ‘s avonds. Victor Pluym meldt het overlijden van zijn broer August in het gemeentehuis van Alluyes[1] in het Franse departement van Eure-et-Loir. De veldwachter Jacques Henri Montagne en Victor verklaren dat August Pluym om 3 uur in de namiddag is overleden in de nabijheid van de boerderij Beaudouin[2] in Alluyes.  Victor en August waren landbouwwerklieden (ouvrier agricole) en verbleven in het naburige dorp Montboissier, ongeveer 400 kilometer van hun thuis in Balegem waar ze gedomicilieerd waren.  August was de zoon van Angelus en Clémentine Mons en was net twintig jaar toen hij overleed. Over de doodsoorzaak wordt in de overlijdensakte[3] niet gesproken.  Dat het een tragisch ongeval was, lezen we in de krant Le Journal de Chartres[4]  van 21 juli 1897, drie dagen na zijn dood. De krant meldt dat drie Belgische arbeiders, drie broers aan het baden waren bij ‘La Planche-du-Moulin-de-Beaudouin’ in Alluyes. Dit bleek echter een gevaarlijke plek te zijn waar eerder al meerdere personen verdronken waren. Één van de broers kwam in gevaar. De twee andere konden hem redden, maar daarbij kwam August zelf in nood. Van de omstanders kon niemand zwemmen en August verdronk. Toegesnelde hulp kon hem uiteindelijk naar de oever brengen. Een half uur reanimeren bracht hem niet meer tot leven. Volgens het krantenartikel waren de drie broers tewerkgesteld bij M. Lhomme, een landbouwer in het naburige dorp Montboissier. August werd ’s anderendaags begraven op het kerkhof van Alluyes.

Een jaar later overleed August Octaaf Saelens die eveneens als landbouwwerkman in Frankrijk was tewerkgesteld. Volgens de overlijdensakte[5] overleed op zaterdag 11 juni 1898 Gustave Saelens in Auzainville op de boerderij van Charles Lucien Thirouin.  De akte vermeldt verkeerdelijk Gustave Saelens in plaats van August Octaaf. De 33 jarige landbouwer Thirouin gaf samen met de onderwijzer Adrien Joseph Henri Grossin het overlijden aan op het gemeentehuis van Francourville. De ongehuwde 41-jarige Gustave werkte als landbouwwerkman, was in Balegem gedomicilieerd waar ook zijn ouders Benedictus en Marie Therese Bogaert woonden. Ik vond geen krantenartikel over het overlijden van August Octaaf Saelens. Of het een natuurlijke dood of een ongeval was, zullen we wellicht nooit weten. Er blijven nog vele andere vragen onbeantwoord zoals waar August Octaaf Saelens begraven werd? Waarom gingen deze mannen in Frankrijk werken?  Hoelang werkten ze in Frankrijk? Op de laatste vraag kunnen we bijna met zekerheid stellen dat de broers Pluym en August Octaaf Saelens als seizoenarbeider[6] tijdens de oogstperiode in Frankrijk werkten. Het was immers zomer en hun domicilie was in Balegem en niet in Frankrijk wat erop wijst dat ze tijdelijk in Frankrijk verbleven. We kunnen nog meer te weten komen over de twee landbouwwerklieden die in Frankrijk overleden zijn en over hun familie. Een zoektocht in de bevolkingsregisters en de burgerlijke akten van geboorte, huwelijk en overlijden geeft een inkijk in het leven van beide families die op de wijk Berg in Balegem woonden.


Het gezin waarin August Pluym opgroeide.

In november 1876 trok Angelus Pluym met zijn gezin in bij zijn moeder Marie Jeanne Pluym en haar man Charles Louis De Mulder op de wijk Berg. Marie Jeanne Pluym was 27 jaar, ongehuwd en spinster toen ze beviel van Angelus in 1835 te Balegem in het huis van haar vader Constantinus, een timmerman. Pas in 1853 huwde Marie Jeanne met de weduwnaar Charles Louis De Mulder. Angelus bleef haar enige kind en werd houtzager. Hij huwde in augustus 1864 op 29-jarige leeftijd met de kantwerkster Maria Clementina Mons uit Letterhoutem. Angelus naamtekende hun huwelijksakte. Maria Clementina kon niet naamtekenen door onkunde. Het jonge koppel ging op de wijk Rot in Letterhoutem wonen waar een jaar later hun eerste kindje Victorinus geboren werd.  Zijn zusjes Rosalie en Maria Leontina, en zijn broertje Philemon kwamen ter wereld op de wijk Hoeksken te Sint-Lievens-Houtem waar het gezin zich intussen gevestigd had. Waarom Angelus met zijn gezin in november 1876 terugkeerde naar zijn geboortedorp Balegem en ging inwonen bij zijn intussen 68-jarige moeder en even oude stiefvader op de wijk Berg is niet te achterhalen. Zijn kinderen waren toen 11, 9, 7 en 4 jaar oud. Al snel na de verhuis komt August ter wereld. Twee jaar later werd Eduard geboren en nog eens 5 jaar later werd het gezin vervolledigd met Elisa Flavie. De geboorteakten van de kinderen melden dat Angelus in die periode als houtzager, werkman of dagloner werkte. Hun moeder Maria Clementina was kantwerkster, bloemmaakster of werkvrouw. Het ging goed met het gezin in die zin dat alle kinderen in leven bleven en opgroeiden tot werkende jongvolwassenen. Victor en de jongere August werkten als landbouwwerklieden of seizoenarbeiders in Frankrijk, Philemon was houtzager net als zijn vader en Eduard werd schoenmaker. De meisjes werkten als bloemmaakster of als werkvrouw zoals hun moeder. Op Nieuwjaar 1897 was het gezin van Angelus en Maria-Clementina nog voltallig thuis. Victor, de oudste was 32 jaar en Elisa Flavie de jongste van de 8 kinderen was 13 jaar. Helaas sloeg het noodlot toe in de zomer van hetzelfde jaar en overleed de jonge August als landbouwwerkman in Frankrijk. Een paar weken voor zijn dood beviel zijn ongehuwde zus Maria Leontina, 28 jaar van haar eerste kind Maria Julietta, een zogenaamd voorkind[7]. Met de dood van August sloeg de blijheid om in droefheid. Doch het leven gaat verder en nog hetzelfde jaar huwde zijn broer Philemon met Leonie Marie Veekman uit Oosterzele waar ze op de wijk Smessenbroeck gingen wonen. Drie jaar later huwde Rosalie. Elisa Flavie was pas 19 jaar toen ze in 1903 huwde en naar Bambrugge verhuisde. Marie Jeanne Pluym was sinds 1885 weduwe en woonde bij haar zoon Angelus. Ze werd 96 jaar en overleed in de zomer van 1904. Maria Leontina zal in 1911 trouwen met de 41-jarige weduwnaar Achiel-Desiderius-Cornelius Van de Steene. Bij hun huwelijk erkent hij de intussen 14 jarige Maria-Julietta als zijn kind. Precies op zijn 37ste verjaardag huwde Eduard in 1916 met de veel jongere kantwerkster Maria Baele. Maria Adolphina bleef ongehuwd. De oudste zoon Victor bleef waarschijnlijk ook ongehuwd en verhuisde volgens het bevolkingsregister 1910-1920 in de zomer van 1927 op 62-jarige leeftijd naar Sint-Amandsberg. Hun ouders werden tachtigers. Angelus overleed op het einde van WOI. Tijdens zijn leven had hij verschillende beroepen uitgeoefend en waarschijnlijk soms tegelijkertijd. Hij was houtzager, werkman of dagloner, tapper en ook landbouwer geweest. Zijn vrouw Maria Clementina overleed 4 jaar later in het huis van hun dochter Maria Leontina op de wijk Vrijhem (Balegem). Zij was kantwerkster of bloemmaakster, werkvrouw en landbouwster.


Het gezin Pluym – Mons.

Angelus Pluym (°10/05/1835, Bal.[8] †02/09/1918, Bal. (wijk Berg)) huwde in augustus 1864 te Letterhoutem met Maria-Clementia Mons (°05/11/1838, Letterhoutem. †14/03/1922, Bal.(wijk Vrijhem)). Hun kinderen:
1)       Victorinus Pluym (°10/06/1865, Letterhoutem (wijk Rot))
2)       Rosalia Pluym (°14/04/1867, Letterhoutem (wijk Hoeksken)  †14/03/1953, Bal.(wijk Berg)) huwde in sept. 1900 met Theophilus Spitaels (°08/05/1870, St.-L.-Houtem †14/09/1952, Balegem). (H: kantwerkster, werkman, Theophilus en Rosalie kunnen naamtekenen). Rosalie en Theophilus hadden 5 kinderen.
3)       Maria Leontina Pluym (°11/05/1869, Sint-Lievens-Houtem (wijk Hoeksken)  †24/10/1923, Bal. (wijk Vrijhem)) huwde in nov. 1911 met weduwnaar Achiel Desiderius Cornelius Van de Steene (°23/04/1870, Merelbeke ). (H: kantwerkster, landwerkman, Achiel en Maria-Leontina kunnen naamtekenen.). Het gezin woonde op de wijk Vrijhem te Balegem. Maria Leontina en Achiel hadden 1 kind: Maria Julietta (Pluym) Van de Steene °07/07/1897 Bal.(wijk Berg))
4)       Philemon Pluym (°14/02/1872, Sint-Lievens-Houtem (wijk Hoeksken)) huwde in dec. 1897 met Leonie Marie Veekman (°15/11/1875, Oosterzele). (H: houtzager, kantenmaakster, kunnen naamtekenen ). Philemon en Leonie Marie hadden 4 kinderen.
5)       Maria Adolphina Pluym (°15/06/1874, Sint-Lievens-Houtem (wijk Hoeksken) †07/01/1951, Zottegem (ziekenhuis)). Maria Adolphina was ongehuwd en had geen kinderen.
6)       August Pluym (°19/03/1877, Balegem †18/07/1897, Alluyes (département d’Eure-et-Loir, Frankrijk)).
7)       Eduard Pluym (°25/10/1879, Balegem †11/03/1963, Balegem) huwde  in oct. 1916 met Maria Baele (13/12/1895, Balegem †24/08/1979, Balegem). (H: schoenmaker,kantwerkster, kunnen naamtekenen ). Eduard en Maria hadden 3 kinderen.
8)       Elisa Flavie Pluym (°22/06/1884, Balegem †22/11/1961, Gent) huwde in dec. 1903 met Ludovicus Josephus Rottiers (°1878, Ottergem). (H: kantwerkster wonende te Balegem, handelaar, kunnen naamtekenen). Elisa Flavie en Ludovicus Josephus hadden 6 kinderen. 

Beroepsevolutie van Angelus: H-1864[9]: houtzager. G-1865[10]: houtzager. G-1867: houtzager. G-1869: houtzager. G-1872: werkman. G-1874: werkman. G-1877: dagloner. G-1879: dagloner. BR-1870-1880[11]: werkman. G-1884: dagloner. G-1897: landbouwwerkman. BR-1890-1900: tapper. H-1900: werkman. H-1903: landbouwer.  BR-1900-1910: houtzager. H-1911: landbouwer. H-1916: werkman. O-1918[12]: landbouwer. BR-1910-1920: landbouwer.

Beroepsevolutie Maria Clementia: H-1864: kantwerkster. G-1865: kantwerkster. G-1867: werkvrouw. G-1869: bloemmaakster. G-1872: bloemmaakster. G-1874: bloemmaakster. G-1877: bloemwerkster. G-1879: huishoudster. G-1884: werkvrouw. H-1903: landbouwster. H-1911: landbouwster. H-1916: werkvrouw. O-1918: huishoudster. O-1922: zonder beroep.

De familie Pluym in de bevolkingsregisters van Balegem.

BR-1870-1880[13]: Angelus en zijn gezin komen in november 1876 van Sint-Lievens-Houtem naar de wijk Berg wonen. 
Charles Louis De Mulder, landwerkman en zijn vrouw Marie Jeanne Pluym[14], Ferdinand Pluym[15] (°13/03/1822, Bal. †13/07/1869, Gent), behoeftigen en De Moor Stephanie[16], scholier.  
Angelus Pluym, werkman en zijn vrouw Marie Clementine Mons, werkvrouw. Hun 6 kinderen: Victorinus, Rosalie, Marie Leontine, Philemon, Marie Adolphine en August.

BR-1890-1900: het gezin Pluym - Mons woont op de wijk Berg. Angelus Pluym, tapper en zijn vrouw Clementina Mons, huishoudster. Hun kinderen: Victor, werkman. Rosalie, werkvrouw. Marie Leontine, werkvrouw. Philemon[17], werkman. Adolphine, kantwerkster. August, Eduard en Elisa Flora. Martha Julietta Pluym °1897, dochter van Marie Leontine. 

BR-1900-1910: het gezin Pluym – Mons woont in de wijk Berg. Angelus Pluym, houtzager en zijn vrouw Clementina Mons. Hun kinderen: Victor, houtzager.  Marie Leontine, kantwerkster.  Adolphine, kantwerkster. Eduard, schoenmaker en Elisa Flavie[18],kantwerkster. Maria Julietta Pluym, dochtertje  van Marie Leontine. Marie Jeanne Pluym (†1904), de moeder van Angelus. 

BR-1910-1920: het gezin Pluym – Mons woont in de wijk Berg. Angelus Pluym, landbouwer en zijn vrouw Clementina Mons, huishoudster. Hun 4 kinderen: Victor, werkman, ongehuwd. Adolphine, kantwerkster.  Eduard, schoenmaker. Marie Leontine, kantwerkster en haar dochtertje Maria Julietta Pluym.  


Het gezin waarin August-Octaaf Saelens opgroeide.

Het is zomer wanneer Benedictus Saelens en de 4 maand zwangere Marie Therese Bogaert in 1853 te Balegem huwen. Misschien heeft ze haar vierjarig zoontje Pieter Francies(6) meegenomen naar het gemeentehuis waar Benedictus hem erkend als zijn zoon en hij voortaan als Pieter Francies Saelens en niet langer als Pieter Francies Bogaert door het leven gaat. Noch Benedictus, noch Marie Therese naamtekenden hun huwelijksakte door onkunde.  Ook later zal Benedictus bij de geboorteaangifte van zijn kinderen niet naamtekenen. 15 jaar na hun huwelijk wordt hun jongste kind Marie Sylvie verwelkomd in hun gezin dat nu 7 kinderen telt. Benedictus en Marie Therese mogen van geluk spreken dat hun 7 kinderen in leven blijven. Als dienstbode of werkman, als spinster of werkvrouw die niet konden schrijven en waarschijnlijk ook niet konden lezen, zullen ze het niet breed gehad hebben. In de zomer van 1876 verlaat hun oudste zoon, de intussen 27-jarige Pieter Francies als eerste het ouderlijk huis op de wijk Berg en trekt naar Melle. Verder weten we niets van hem. Op het moment dat het bevolkingsregister 1870-1880 wordt opgemaakt zijn Rosalie en August Octaaf scholieren en we mogen aannemen dat de andere kinderen van het gezin ook naar school zijn geweest. Toch is het verrassend dat jaren later enkel de twee jongste dochters hun huwelijksakte kunnen naamtekenen. Het laat vermoeden dat de kinderen niet lang naar school zijn geweest. De jongens van het gezin Saelens-Bogaert worden werkman of dagloner, de meisjes kantwerkster, bloemmaakster of werkvrouw.  Rosalie is de eerste die na haar broer Pieter Francies het huis verlaat. Ze is 27 jaar als ze huwt met Camilus Verbrugghen. In de komende jaren huwen ook de anderen, behalve August Octaaf die ongehuwd thuis blijft wonen. Zijn gehuwde broers en zussen blijven allen op Balegem wonen. Zijn zussen Marie Elodie en Marie Sylvie hebben elk een kind voor het huwelijk, een zogenaamd voorkind.  Maria Irma(6) overlijdt amper een jaar na haar geboorte en  voor het huwelijk van haar moeder Marie Elodie in 1890 met Alphonse De Vos. Marie Elodie blijft met haar gezin bij haar ouders wonen op de wijk Berg. Haar zus Marie Sylvie verlaat samen met haar zoontje Oscar August(6) het ouderlijk huis na haar huwelijk in 1894 met August De Vuyst. Wanneer in juli 1897 de buurjongen August Pluym in het Franse Alluyes overlijdt, werkt ook August De Vuyst in Frankrijk zoals blijkt uit de geboorteakte van zijn zoontje Gilbertus. Het is de vroedvrouw Justina Coppens die de geboorte van Gilbertus aangeeft omdat vader August tijdelijk in Frankrijk[19] is. Werkte zijn schoonbroer August Octaaf Saelens toen ook in Frankrijk? Een jaar later in ieder geval wel zoals uit zijn overlijdensakte blijkt. Op 11 juni 1898 overlijdt August Octaaf in Auzainville waar hij op de boerderij van landbouwer Thirouin werkte. Zijn ouders Benedictus en Marie-Therese zijn op dat moment zeventigers. Misschien zorgden de inwonende kleinkinderen voor de nodige afleiding in het rouwproces. De 7-jarige Irma Maria, de twee jaar jongere Achille en de peuter Anna Fidelia, de drie kinderen van hun dochter Marie Elodie hadden nauwelijks benul van wat er gebeurd was. 

Het gezin Saelens – Bogaert.

Benedictus Saelens (°18/04/1823, Bal. †31/12/1910, Bal. (wijk Berg)) huwde op 09 juli 1853 te Balegem met Marie Therese Bogaert (°08/12/1826, Bal. †16/11/1906, Bal. (wijk Berg)). Hun 7 kinderen:
1)       Pieter Francies[20] Saelens (°30/08/1849, Bal.)
2)       Rosalie Saelens (°20/10/1853, Bal. (wijk Berg) †22/03/1923, Bal.) huwde in 1880 met Camilus Verbrugghen (°18/12/1854, Oosterzele †04/06/1893, Bal. (wijk Bracht)). (H: bloemwerkster, metser, kunnen niet naamtekenen ) en in 1896 met Livinus Dommers (°13/05/1865, Bal. †13/12/1934, Bal.) (H: bloemwerkster, werkman, kunnen niet naamtekenen). Rosalie had geen kinderen.
3)       August Octaaf Saelens (°31/07/1856, Bal.  †11/06/1898, Francourville (department d’Eure-et-Loir).
4)       Seraphien Saelens (°06/05/1859, Bal. †13/11/1936, Bal.) huwde in 1885 met Emelie Janaert (°05/04/1864, Bal. †01/05/1953, Bal.).  (H: dagloner, bloemwerkster, hij kan niet naamtekenen, zij wel ). Seraphien en Emelie hadden 5 kinderen.
5)       Victor Saelens (°17/05/1862, Bal. †17/02/1908, Bal. (wijk Apostelhoek)) huwde in 1890 met Marie Stephanie Haesaert (°26/11/1865, Bal. †1918). (H: werkman, bloemwerkster, kunnen niet naamtekenen ). Victor en Marie Stephanie hadden 6 kinderen.
6)       Marie Elodie Saelens (°04/07/1865, Bal. †15/03/1934, Bal.) huwde in 1890 met Alphonse De Vos (°16/03/1865, Bottelare †19/03/1938, Bal.). (H: bloemwerkster, dagloner, kunnen naamtekenen ). Marie Elodie en Alphonse hadden 5 kinderen. Een voorkind stierf in dec. 1887 als baby.
7)       Marie Sylvie Saelens (°06/12/1868, Bal. †10/09/1942, Bal.) huwde in 1894 met August De Vuyst (°22/01/1866, Bal. †08/12/1900, Bal. (wijk Walzegem)) (H: bloemwerkster, werkman, kunnen naamtekenen, voorkind: Oscar August De Vuyst[21] °1893 ). Marie Sylvie huwde in 1906 met Aloysius De Rouck (°23/11/1857, Bal.). (H: werkvrouw, werkman, kunnen naamtekenen ). Marie Sylvie en August hadden 4 kinderen. Marie Sylvie en Aloysius hadden 2 kinderen.

Beroepsevolutie van Benedictus: H-1853: dienstbode. G-1853: werkman, G-1856: dienstbode, G-1859: werkman, G-1862: werkman, G-1865: arbeider, G-1868: werkman, H-1880: werkman, BR-1870-1880: landwerkman. H-1885: dagloner, H-1890: werkman, H-1894:werkman, BR-1890-1900: landbouwer. O-1910: werkman.

Beroepsevolutie van Marie-Therese:  H-1853: spinster, H-1880: werkvrouw, H-1885: dagloonster,  H-1890: werkvrouw,  H-1894: werkvrouw, BR-1890-1900: huishoudster. O-1906: werkvrouw.

De familie Saelens in de bevolkingsregisters van Balegem.

BR-1870-1880: het gezin Saelens – Bogaert woonde op de wijk Berg. Benedictus Saelens (landwerkman) en zijn vrouw Marie Therese Bogaert. Hun 7 kinderen: Rosalie Saelens, scholier. Gustaaf Octaaf Saelens, scholier.  Seraphin Saelens, Victor Saelens, Marie Elodie Saelens, Marie Sylvie Saelens en Franciscus Saelens ,landwerkman[22].   

BR-1890-1900: Het gezin Saelens – Bogaert woont op de wijk Berg. 
Benoit Saelens, landbouwer, gehuwd met Marie Thérèse Bogaert, huishoudster. Hun kinderen: 
1)       Gustaaf, landman. 
2)       Marie Elodie, kantwerkster, gehuwd met Alphonse De Vos, landman. Hun kinderen: Irma Maria, Achilles, Anna Fidelia, Maria Sara.
3)       Marie Sylvie, kantwerkster, gehuwd, haar kind Oscar August De Vuyst.


Bronnen: 
Geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten: 
De bevolkingsregisters van Balegem (Rijksarchief Gent, Bagattenstraat).



[1] In 2001 fietste ik met Boudewijn Willemot vanuit Gent naar Santiago De Compostella. De fietsroute loopt tussen de dorpen Alluyes en Montboissier van Chartres naar Bonneval. (Sint-Jacobs Fietsroute, Clemens Sweerman, uitgeverij Pirola, 1996 pag 101).
[2] Ferme Beaudouin, Contrée de Beaudoin, Alluyes. De Franse film ‘Alexandre le Bienheureux’ van Yves Robert uit 1968 werd o.a. gedraaid op de boerderij Beaudouin in Alluyes.
[3] Eure-et-Loir, Alluyes 1896-1898, Naissances, Mariages, Décès, Décès 1897, acte no. 16, http://www.archives28.fr/s/2/etat-civil/? page 97-98.
[4] Eure-et-Loir, Le Journal de Chartres, juli 1897  http://www.archives28.fr/s/17/les-periodiques/ page 30.
[5] Eure-et-Loir, Francourville 1896-1898, Naissances, Mariages, Décès, Décès 1898, acte no. 5, http://www.archives28.fr/s/2/etat-civil/? page 219.
[6] Dirk Musschoot, 2008.  Seizoenarbeiders. Van Franschmans en Walenmannen. Uitgeverij Lannoo.

[7] Zowel in het gezin Pluym als het gezin Saelens waren er voorhuwelijkse kinderen. Dit was niet ongewoon in die tijd. Uit een niet gepubliceerde bevolkingsstudie van de wijk Leeg-Bracht in de periode 1900-1910 blijkt dat 1 op 4 gezinnen een voorkind had. Bij de geboorte kreeg het kind de familienaam van de moeder. In het geval dat de man met wie de moeder later huwde het kind erkende als zijn kind en dus wettelijk de vader werd, kreeg het kind zijn familienaam.
[8] Bal. = Balegem.
[9] H-1864 verwijst naar een huwelijksakte uit 1864 waarin het beroep van de betrokken persoon vermeld staat.
[10] G-1865 verwijst naar een geboorteakte uit 1865 waarin het beroep van de betrokken persoon vermeld staat.
[11] BR-1870-1880 verwijst naar het bevolkingsregister van Balegem waarin het beroep van de betrokken persoon vermeld staat.
[12] O-1918 verwijst naar een overlijdensakte uit 1918 waarin het beroep van de betrokken persoon vermeld staat.
[13] bevolkingsregister van de periode 1870-1880. De vetgedrukte namen zijn de namen van personen ingeschreven in het BR. Sommige gegevens uit het BR zijn weggelaten omdat ze op andere plaatsen zijn vermeld. In dit artikel gaat het steeds om het BR van Balegem.
[14] Marie Jeanne Pluym (°11/10/1808, Scheldewindeke †08/07/1904, Balegem (wijk Berg)) is de moeder van Angelus (1835-1918). Ze huwde in april 1853 te Balegem met de weduwnaar Charles Louis De Mulder (°07/03/1808, Elene †18/01/1885, Balegem (wijk Berg)), dagloner.
[15] Uit de overlijdensakte van Ferdinandus Pluym: †13/07/1869 te Gent in de Palingshuisstraat, 46j, dagloner, ongehuwd, geboren en wonende te Balegem, zoon van Constantinus en Joanna Catharina Vermeulen.
[16] Stephanie De Moor verhuist in februari 1876 naar Sint-Lievens-Houtem.
[17] Philemon verhuist na zijn huwelijk in dec.1897 naar Oosterzele, Smessenbroeck.
[18] Elisa-Flora verhuist na haar huwelijk in dec. 1903 naar Bambrugge.
[19] Volgens een niet gepubliceerde bevolkingsstudie van de wijk Leeg-Bracht woonden op de wijk in de periode 1900-1910 een dertigtal gezinnen. 75% van de mannen waren landbouwwerkmannen die soms voor korte of lange tijd weg van huis waren zoals blijkt uit de geboorteakten van hun kinderen. Van de 265 kinderen geboren in de 33 gezinnen werd de geboorte van 35 kinderen bij de Burgerlijke Stand aangegeven door de vroedvrouw omdat de vader ‘tijdelijk afwezig’ was. In 10 gevallen daarvan was de vader ‘tijdelijk in Frankrijk’.
[20] Pieter Francies wordt geboren als Pieter Francies Bogaert. Zijn familienaam wordt Saelens bij het huwelijk van zijn moeder Marie Therese met Benedictus Saelens die Pieter Francies erkend als zijn kind.
[21] Oscar August wordt geboren als Oscar August Saelens. Zijn familienaam wordt De Vuyst bij het huwelijk van zijn moeder Marie Sylvie met August De Vuyst die Oscar August erkend als zijn kind.
[22] Franciscus verhuist in augustus 1876 naar Melle. In het BR-1880-1890 staat verkeerdelijk dat Franciscus geboren zou zijn op 6/12/1849 te Balegem en de broer is van Benoit. Dit is fout. Het gaat hier om Pieter Francies, het voorkind van Marie-Therese en bij haar huwelijk door Benoit erkend als zijn kind.


Het krantenartikel uit Le Journal de Chartres 
van 21 juli 1897.

La Ferme Beaudouin, Contrée de Beaudoin, Alluyes.








Johan Van Hecke, februari 2020
gepubliceerd in het tijdschrift 'Land van Rode', jaargang 48 nr.191, sept. 2020.