zondag 16 mei 2010

BEDENKSELS en VERZINSELS: Werken en pensioen.

 Loon naar werken.

Loon is een financiële vergoeding voor gepresteerde arbeid of geleverde diensten[1]. Basisprincipe zou moeten zijn dat eenzelfde arbeid of dienst steeds op dezelfde manier verloond wordt. Dit impliceert dat

1). Anciënniteit mag geen rol spelen in de verloning. Eenzelfde arbeid moet ongeacht het aantal jaren dienst eenzelfde loon opleveren. Anciënniteit kan gezien worden als extra loon voor arbeid uit het verleden. Oudere werknemers met meer anciënniteit en dus een hoger loon dan jongere collega’s voor dezelfde arbeid of dienst, tonen minder bereidheid tot veranderen van job door loonverlies ten gevolge van anciënniteitverlies en pensioenverlies doordat het pensioen afhangt van het loon.

2). Extralegale voordelen al dan niet belast (Maaltijdcheques[2], ecocheques, vakantiegeld, bonussen, premies, bedrijfswagens, verzekeringen, .....)[3] zouden beter afgeschaft worden en gecompenseerd worden door een hoger en zelf te besteden loon en een lagere belastingsdruk op arbeid. Loonversnippering door extralegale voordelen is een gevolg van een te hoge belastingsdruk op arbeid. Afschaffing van loonversnippering door extralegale voordelen leidt bovendien tot administratieve vereenvoudiging en transparantere loonopbouw.

3). Er zijn voor iedereen 24 uur in een dag en de ene verdient meer dan de andere waardoor de ene rijker wordt dan de andere. Doch superrijk wordt men niet door arbeid alleen. Het zijn economische en maatschappelijke modellen die toelaten dat mensen superrijk worden. Deze rijkdom (winsten uit massaproductie, .....) behoort dus de maatschappij toe. Het is dan ook normaal dat een groot deel van deze rijkdom ten goede komt van de maatschappij via belastingen en successierechten.

 

Wie wil werken moet kunnen werken.

Het is wrang dat werknemers een gelimiteerde weekwerkduur[4] opgelegd krijgen terwijl zelfstandigen en vrije beroepen onbeperkt in tijd kunnen werken. Het tekort aan technisch geschoolde arbeidskrachten in bepaalde sectoren zou men naast extra werkkrachten -die er niet zijn-, ook kunnen aanvullen door werknemers de mogelijkheid te bieden meer uren per week te werken. De maatschappij investeert in onderwijs en opleiding terwijl arbeidsduurlimitering het investeringsrendement doet dalen door (jonge) mensen te belemmeren meer te werken. Een gelimiteerde weekwerkduur is een verworven recht in de strijd voor sociale zekerheid tegen uitbuiting van arbeiders in de negentiende eeuw. Vandaag voelt het als een belemmering voor wie meer wil verdienen.

 

Belasting op door mensen gepresteerde arbeid.

-. De belasting op arbeid gepresteerd door mensen moet laag gehouden worden ten opzichte van belasting op gratis inkomsten (beleggingswinsten en rentes op kapitaal, inkomsten uit massaproductie, ....) en belasting op consumptiegoederen. Het belastingsbeleid op consumptiegoederen moet zo ingericht zijn dat de consument gestimuleerd wordt tot een kleinere ecologische voetafdruk. De belasting op arbeid moet gradueel opgebouwd worden: een eerste schijf onbelast wat zwartwerk (= onverzekerd werk) onaantrekkelijk maakt, en de hoogste schijf het zwaarst.

-. De belasting op winsten uit  massaproductie, productie door dark factories[5], .... moet hoger zijn dan belasting op arbeid geleverd door mensen. Deze winsten mogen niet leiden tot verrijking van personen maar dienen grotendeels terug te vloeien naar research, maatschappelijke belangen, ....

 

Gelijk pensioen voor gelijke rust.

Wie gepensioneerd is, werkt niet meer, net zoals een werkloze, arbeidsonbekwame mensen, ...... Een pensioen is een solidaire gunst van de maatschappij en zeker geen persoonlijke verdienste of een recht. Niemand verdient een pensioen, je krijgt het van de maatschappij zonder iets terug te geven. Het is aan de maatschappij, een rol vervuld door politici en overheid, om het pensioenbedrag te bepalen. Strikt genomen zou elke gepensioneerde hetzelfde pensioen (leefinkomen) moeten krijgen. De maatschappij kiest er echter voor het pensioenbedrag te laten afhangen van het vroegere loon, de leeftijd waarop men op pensioen gaat, het aantal jaren dat men gewerkt heeft,..... Het is echter verstandig de bijdrage door deze variabelen sterk te beperken om verschillende redenen. Enkele voorbeelden:

Wie door de natuur begiftigd is met intellectuele en vaardigheidstalenten, een goede gezondheid en wat geluk heeft, verdient gemiddeld gezien veel meer tijdens zijn loopbaan dan minderbedeelden.

Het werk een tweede keer belonen met een hoger pensioen omdat je meer verdiend hebt, is niet eerlijk tegenover wie zijn pensioen niet gehaald heeft en maatschappelijk niet te verantwoorden. Wie veel verdiend heeft tijdens zijn loopbaan, heeft ook meer kunnen sparen om in zijn levensbehoeften te voorzien na pensionering.

Pensioen als uitgesteld loon zoals bij overheidsjobs[6] is te gek voor woorden. Wie zoiets aanvaardt, denkt niet na! Misschien haal je je pensioen niet eens! Exuberant hoge pensioenen zijn evenmin een maatschappelijke keuze maar het gevolg van een elite die door lobbywerk en machtsmisbruik zichzelf bedient.

Pensioenafhankelijkheid van het vroegere loon belemmert bovendien jobflexibiliteit. Veranderen van werk als gevolg van arbeidsmoeheid, uitgeblustheid, .....  met loonvermindering op het einde van de loopbaan betekent vandaag een lager pensioen en weerhoudt mensen om van werk te veranderen.

Pensioenindexering is onrechtvaardig. Wie een hoog pensioen heeft krijgt meer opslag door %-indexering dan wie een laag pensioen heeft terwijl het leven voor beiden evenveel duurder is geworden. Pensioenen moeten bij een hogere levensduurte voor elke gepensioneerde met eenzelfde bedrag stijgen.

De bovenvermelde pensioenhervorming is niet nieuw maar blijft dode letter omdat zij die de pensioenhervorming moeten doorvoeren er het minst voordeel uit halen. Nochtans hebben politici en beleidsmakers de ethische plicht de maatschappelijke belangen te verdedigen en niet hun eigen belangen.

 

Andere bemerkingen.      

-. Vakantie zou een recht moeten zijn maar geen plicht. Wie wil werken en een jaartje geen vakantie wil nemen moet daartoe de gelegenheid hebben. Anderzijds moeten oudere werknemers flexibeler minder kunnen werken.

-. Ingrijpen op het mobiliteitsgedrag van de werknemers via extra legale voordelen zoals bedrijfswagens en bedrijfsfietsen, mobiliteitsbudget, .... is een foute overheidsstrategie. De mobiliteit duurzaam en ecologisch sturen kan door het uitbouwen van een groene fiscaliteit die leidt tot minder verbruik van mobiliteitsenergie, efficiëntere inzet van transportmiddelen (lichtere en energiezuinigere auto’s, fietsen, steps, trein, tram, bus, ....) en snelle uitfasering van fossiele brandstoffen als mobiliteitsenergie.   

juni 2025


OPINIE – PENSIOEN.

Er sluipt een hardnekkige misvatting door ons pensioenstelsel: het idee dat pensioen een beloning is voor geleverde arbeid. Alsof ouderdom een soort eretitel is die je pas verdient na voldoende jaren en voldoende loon. Maar wie de realiteit van vandaag bekijkt, ziet iets anders. Pensioen is geen uitgesteld loon. Pensioen is een levensfase waarin mensen niet langer werken en waarin de samenleving garandeert dat niemand in armoede hoeft te eindigen.

Toch blijft ons systeem krampachtig vasthouden aan vroegere loonverschillen. Twee negentigers, beiden kwetsbaar, beiden afhankelijk van zorg, beiden niet‑werkend, krijgen vandaag soms honderden euro’s verschil. Niet omdat hun noden verschillen, maar omdat hun loopbanen dat ooit deden. Dat voelt niet langer logisch. Het voelt zelfs onrechtvaardig.

Daarom is het tijd voor een universeel basispensioen: één gelijk pensioen voor iedereen vanaf een vaste leeftijd, bijvoorbeeld 70 jaar. Vanaf dat moment zijn mensen gelijk in status en gelijk in afhankelijkheid. De samenleving moet dat erkennen in haar uitkeringen.

Wie tijdens zijn loopbaan veel verdiende, heeft meer kunnen sparen. Dat is precies waarom een universeel pensioen geen bedreiging vormt voor wie meer wil: wie extra comfort zoekt, kan dat via aanvullende pijlers perfect organiseren. Maar de basis moet gelijk zijn. Een samenleving die ongelijkheid tot op hoge leeftijd blijft reproduceren, verliest haar morele kompas.

Een universeel pensioen brengt eenvoud, transparantie en waardigheid terug in een systeem dat vandaag verstrikt zit in statuten, uitzonderingen en berekeningsregels. Het maakt ouderdomszorg opnieuw wat ze hoort te zijn: een recht, geen privilege.

De vraag is niet of we dit kunnen betalen. De vraag is of we het nog kunnen verantwoorden dat sommige pensioenen hoger liggen dan wat werkenden vandaag verdienen. De vraag is of we willen blijven vasthouden aan een model dat ongelijkheid tot in de laatste levensfase doorzet.

Een universeel pensioen is geen radicale breuk. Het is een herstel van logica. Een keuze voor gelijkheid wanneer gelijkheid het meest telt.     (september 2026)



contact: vanhecke1965@skynet.be

 

 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten